Gerardus Wijnandus Josephus Wiggers van Kerchem

Gerardus Wijnandus Josephus Wiggers van Kerchem
Algemene informatie
Geboortedatum 14 februari 1787Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats Leiden
Overlijdensdatum 16 januari 1868Bewerken op Wikidata
Werk
Beroep knipkunstenaar, tekenaar, majoorBewerken op Wikidata
Werkplaats Deventer, Kampen
Actieve periode 1802–1868
Militair
Rang cadet, Adelborst, Garde du corps du roi, tweede luitenant, eerste luitenant, kapitein, majoor
Conflict Walcherenexpeditie, Veldtocht van Napoleon naar Rusland, Zesde Coalitieoorlog, Beleg van Deventer (1813-1814), Slag bij Quatre-Bras, zeeslag
Familie
Kinderen Gerardus Barend Theodoor Wiggers van Kerchem
De informatie in deze infobox is afkomstig van Wikidata.
U kunt die informatie bewerken.

Gerardus Wijnandus Josephus Wiggers van Kerchem (Leiden, 14 februari 1787Hasselt (Overijssel), 16 januari 1868) was een Nederlands officier en beoefenaar van de papierknipkunst. Hij diende tijdens de Napoleontische oorlogen in zowel de Franse als de Nederlandse krijgsmacht en eindigde zijn loopbaan als majoor der infanterie. Wegens zijn verfijnde silhouetten en knipselwerken is hij opgenomen in het Knipperslexicon van Nederland. Zijn werk bevindt zich in de collecties van het Centraal Museum in Utrecht en in het Westfries Museum in Hoorn.[1]

Militaire loopbaan

Wiggers van Kerchem begon zijn carrière bij de Koninklijke Garde van het Koninkrijk Holland, waar hij aanvankelijk diende bij de Lijfwacht te Voet. Na deze eerste vorming maakte hij de overstap naar de nog exclusievere Lijfwacht te Paard (Gardes du Corps). In maart 1810, tijdens de inkrimping van de Garde onder druk van Napoleon, werd hij overgeplaatst naar de linie-infanterie. Hij trad als officier toe tot het nieuw gevormde 2e Regiment Infanterie van Linie, dat voortkwam uit de voormalige Garde te Voet. In deze periode werd hij bevorderd tot 1ste luitenant. Na de annexatie van Nederland door het Franse Keizerrijk in juli 1810, werd dit regiment in september omgevormd tot het Franse 123e Régiment d'Infanterie de Ligne.

De Franse Veldtochten en de Russische Campagne (1811–1813)

Na de inlijving bij de Grande Armée werd het 123e Regiment ingezet voor de kustverdediging in Noord-Duitsland en de Lage Landen. Op 21 september 1811 was Wiggers van Kerchem met zijn eenheid aanwezig in het Camp de Boulogne. Tijdens een grootschalige inspectie van de invasievloot door keizer Napoleon Bonaparte werd zijn rang van eerste luitenant formeel bevestigd in Franse dienst.

In 1812 nam hij deel aan de Veldtocht naar Rusland. Het 123e Regiment maakte deel uit van de 9e Divisie van het IXe Legerkorps onder maarschalk Victor. Wiggers van Kerchem overleefde de verschrikkelijke terugtocht van de Grande Armée, een veldtocht die het 123e nagenoeg volledig decimeerde door honger, kou en voortdurende achterhoedegevechten.

Overstap naar de Nederlandse Dienst (1813–1815)

Na de Franse nederlaag bij Leipzig en de omwenteling in Nederland in november 1813, koos Wiggers van Kerchem voor de herrijzende Nederlandse zaak. Op 9 december 1813 trad hij met de rang van kapitein toe tot het Legioen van Oranje. In deze hoedanigheid was hij betrokken bij de strijd om de laatste Franse garnizoenen uit Nederland te verdrijven, waaronder de operaties rondom het beleg van Deventer.

In 1815, tijdens de Honderd Dagen, diende hij in het leger van het kersverse Koninkrijk der Nederlanden. Zijn eenheid was betrokken bij de Slag bij Quatre-Bras op 16 juni 1815, waar de Nederlandse troepen een cruciale rol speelden in het vertragen van de Franse opmars onder maarschalk Ney, wat de latere overwinning bij Waterloo mogelijk maakte.

Latere Carrière en de Belgische Opstand (1816–1830)

In de jaren van vrede die volgden, vervolgde hij zijn loopbaan bij verschillende afdelingen infanterie. Op 16 augustus 1829 bereikte hij het hoogtepunt van zijn militaire carrière met de bevordering tot majoor bij de 4e Afdeeling Infanterie.

Zijn actieve dienst eindigde abrupt door de Belgische Revolutie in 1830. Gestationeerd in de garnizoensstad Doornik (Tournai), werd hij geconfronteerd met zowel de politieke opstand als een persoonlijk verlies; zijn echtgenote Johanna Henriette van de Poll overleed daar op 9 juni 1830. In de nasleep van deze gebeurtenissen ging hij in november 1830 met vervroegd pensioen (op twee derde tractement), waarna hij zich toelegde op zijn werk als papierknipkunstenaar en stamhouder van het geslacht Wiggers van Kerchem.