Gerardus Vrolik

Gerardus Vrolik
Gerardus Vrolik (1775-1859 door Charles Howard Hodges
Gerardus Vrolik (1775-1859 door Charles Howard Hodges
Persoonlijke gegevens
Geboortedatum 25 april 1775Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats LeidenBewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 10 november 1859Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats AmsterdamBewerken op Wikidata
Beroep botanicus, arts, academisch docentBewerken op Wikidata
Lid van Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België, Turijnse Academie van Wetenschappen,[1] Duitse Academie der Wetenschappen LeopoldinaBewerken op Wikidata
Academische achtergrond
Alma mater Universiteit Leiden[2]Bewerken op Wikidata
Promotor(s) Sebald Justinus Brugmans[3]Bewerken op Wikidata
Wetenschappelijk werk
Prijzen en erkenningen Gold medal of the Royal proof of gratitude (7 augustus 1829)[4]Bewerken op Wikidata
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Gerardus Vrolik (Leiden, 25 april 1775Amsterdam, 10 november 1859) was een hoogleraar in de anatomie en botanie aan het Athenaeum Illustre te Amsterdam. Hij was een van de zes leden van de Hollandse Scheikundigen.

Door zijn benoeming aan de Atheneum Illustre wordt hij ook directeur van de Hortus Botanicus. Als hij in 1796 hoogleraar wordt krijgt hij de leiding over de kraamzaal van het Binnengasthuis in Amsterdam. Vrolik werd zo de eerste Nederlandse hoogleraar Verloskunde met een eigen klinische afdeling.

Professor Vrolik en zijn zoon professor Willem Vrolik (1801-1863) lieten een zeldzame privécollectie na van uiteenlopende (pathologisch-)anatomische preparaten, waarbij de nadruk lag op aangeboren afwijkingen.

De nalatenschap werd in 1869 verworven door het Amsterdamse Athenaeum Illustre. Sedert 1984 vormt het de basis voor de collectie van het huidige Museum Vrolik van het AMC Amsterdam, waarvan delen in 1999 weer tentoongesteld werden in het Zoölogisch Museum van de Universiteit van Amsterdam.

Vrolik woonde van 1823 tot aan zijn dood in 1859 op Kasteel Drakenburg bij Baarn/Eemnes. Na de aankoop van het heidegebied Liebergen laat hij in 1844 bij het Laarder Wasmeer het huisje 'Anna's Hoeve' bouwen. Deze pleisterplaats voor familietochtjes noemt hij naar zijn vrouw, Anna van Swinden. Het omliggende gebied kreeg later ook de naam Anna's Hoeve.[5] Een andere zoon Agnites Vrolik werd minister. De Amsterdamse Vrolikstraat is vernoemd naar Gerardus en Willem.