Gerard III van Heemskerk
| Gerard III | ||
|---|---|---|
| 1300-1358 | ||
![]() | ||
| Heer van Heemskerk | ||
| Periode | 1322-1358 | |
| Voorganger | Gerard II van Heemskerk | |
| Opvolger | Wouter van Heemskerk | |
| Familie | ||
| Vader | Gerard | |
| Moeder | Ada | |
Gerard (III) van Heemskerk (ook wel Gerrit van Heemskerck of Gerrit van Heemskerk, Latijn "Gerardus de Emaskerkcus"), (ca.1300-1358) was heer van Heemskerk, de heerlijkheid Oosthuizen, Hobrederskoog, Eltershem, Kabeljauwse leider. Hij was getrouwd met Beatrix van Haerlem Willemsdr rond 1311, die in 1326 overleed.[1]
Biografie
Gerard (III) van Heemskerk was een zoon van Gerard II van Heemskerk en een vrouw genaamd Ada. In 1338 komt hij als ridder voor en tevens als baljuw van Amstelland. Dit was hij niet meer in 1350, daar is zijn jongere broer Hendrik als vervanger voor vermeld in de Amstelland kronieken.
In 1350 was hij een van de edelen die aan graaf Willem hun bescherming toezegden tegenover de ondersteuners van Margaretha van Beieren. Hij was ook een van de belangrijkste ondertekenaars van de Kabeljauwse verbondsakte, die het begin inluidde van de Hoekse en Kabeljauwse twisten. De persoonlijke oorsprong van het ondertekenen van de Kabeljauwse akte, zat mogelijk in het feit dat Dirk III van Brederode meedong naar de functie van "baljuw van Kennemerland" en dat Jan I van Polanen diversen kastelen in de korte omtrek van Heemskerk opkocht van de graaf van Holland, zoals Slot Assemburg, dit terwijl Gerard al jaren probeerde geheel Heemskerk bij zijn domein te trekken[2]. Dat hij een man van aanzien was, blijkt uit het feit dat hij in 1351 met de abt van Egmond, de heer Jan I van Egmont en wat andere, ongenoemde edelen, in gezantschap naar Engeland voer om Machteld, dochter van Hendrik hertog van Lancaster, voor Willem van Beieren, graaf van Holland, tot echtgenote te vragen.
In de nadagen van de strijd tussen Willem en Margaretha raakte Dirk van Brederode in de macht van Gerard van Heemskerk. Van Brederode werd op het kasteel van Heemskerk in gevangenschap gehouden. In juli 1354 werd hij voor drie maanden op vrije voeten gesteld; hij moest echter beloven ‘weer terug te keren, levend of dood'. Spoedig daarna werd de verzoening tussen moeder en zoon van Beieren een feit, bij welke gelegenheid alle wederzijdse gevangenen in vrijheid werden gesteld. Gerard (III) heeft de zegepraal der Hoeksche partij, na het optreden van hertog Albrecht, niet of slechts zeer kort mogen beleven, omdat hij in 1358 overleed. Hij liet zijn goederen na aan zijn zoon Wouter van Heemskerk.[3]
Referenties
- H.J. Koenen - wapenherault VII, 234-237, 240-244, 293-294
