Gerald van Wales

Gerald van Wales.

Gerald van Wales (ca. 1146 - ca. 1223), ook wel bekend als Gerallt Gymro in het Welsh of Giraldus Cambrensis in het Latijn, was een middeleeuwse geestelijke en kroniekschrijver. Hij werd geboren rond 1146 op Manorbier Castle in Pembrokeshire en was van gemengd Normandische en Welsh afkomst.

Na een opleiding aan de universiteit van Parijs keerde Gerald circa 1172 terug naar Wales, waar hij met behulp van zijn oom David fitzGerald, de bisschop van St. Davids, de positie van aartsdiaken van Brecon verkreeg. Na diens dood zag men Gerald als de meest capabele opvolger van het bisschopdom, maar zijn verkiezing werd afgekeurd door koning Hendrik II van Engeland. Deze benoemde de Normandiër Peter de Leia aan als bisschop van St. Davids, wat het begin van Gerald's levenslange strijd om de positie inluidde.[1]

Gerald vergezelde de toekomstige koning Jan zonder Land op zijn verovering van Ierland in 1184. Later schreef Expugnatio Hibernica en Topografia Hiberniae over zijn ervaringen tijdens deze reis. Gerald's ambitie om bisschop van St. Davids te worden werd in 1191 nogmaals gesaboteerd, ditmaal door Hubert Walter. Het aartsbisdom Canterbury en de Engelse koning waren volgens Gerald niet geïnclineerd om een Welshman met een sterke familiale band met de Prinsen van Wales tot deze invloedrijke positie te promoveren. Ondanks deze tegenslag probeerde Gerald meermaals zijn case te verdedigen. Hiernaast was Gerald ervan overtuigd dat St. Davids recht had op een eigen grootstedelijke status, onafhankelijk van Canterbury. Gerald zocht in Rome steun van de paus voor zijn zaak in 1199, maar keerde zonder succes terug naar Wales.[2]

Gerald bracht zijn laatste jaren door in Lincoln en Oxford, en overleed te Hereford circa 1223. Hij liet een zeer uitgebreid oeuvre aan werken na die een, al dan niet subjectief, beeld van Ierland en Wales in de hoge middeleeuwen schetsen. Over zijn strijd om de onafhankelijkheid van Wales van het aartsbisdom Canterbury en zijn frustratie met de gepolitiseerde kerk schreef hij naar het einde van zijn leven toe De gestis Giraldi, een autobiografisch werk van Gerald's jeugd en carrière als clericus en schrijver.[3]

Lijst van zijn werken

Bewaarde werken

  • Topographia Hiberniae ("Topografie van Ierland", 1188)
  • Expugnatio Hibernica ("Verovering van Ierland")
  • Itinerarium Cambriae ("Reis door Wales", 1191)
  • Liber de Principis instructione ca. 1193
  • Descriptio Cambriae ("Beschrijving van Wales", 1194)
  • De instructione principis ("Educatie van een prins")
  • De rebus a se gestis ("Autobiografie")
  • De iure et statu Menevensis ecclesiae ("Rechten en privileges van de Kerk van St Davids")
  • Gemma ecclesiastica ("Juweel van de kerk")
  • Speculum ecclesiae ("Spiegel van de kerk")
  • Symbolum electorum
  • Invectiones
  • Retractationes
  • Speculum duorum
  • Vita sancti Hugonis Lindensis (Leven van Hugo van Lincoln)
  • Vita Galfridi archiepiscopi Eboracensis (Leven van Geoffrey, aartsbisschop of York)
  • Vita sancti Ethelberti (Leven van Sint-Ethelbert van Kent)
  • Vita sancti Remigii (Leven van Sint-Remigius van Reims)
  • Vita sancti Davidii (Leven van Sint-David)

Verloren werken

  • Vita sancti Karadoci ("Leven van Sint Caradoc")
  • De fidei fructu fideique defectu
  • Cambriae mappa