Georges de Rham
| Georges de Rham | ||
|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||
| Geboortedatum | 10 september 1903 | |
| Geboorteplaats | Roche | |
| Overlijdensdatum | 7 oktober 1990 | |
| Overlijdensplaats | Lausanne | |
| Beroep | wiskundige, topoloog, academisch docent | |
| Lid van | Göttinger Academie van Wetenschappen, Accademia Nazionale dei Lincei, Franse Academie van Wetenschappen | |
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Faculté des sciences de Paris (1931),[1] Universiteit van Lausanne (1921; 1925),[2] Universiteit van Parijs (1926; 1928),[3][2] Gymnase de La Cité Lausanne (1919; 1921),[2] Georg-August-Universität Göttingen (1930; 1931)[2] | |
| Proefschrift | Sur l’analysis situs des variétés à n dimensions | |
| Promotor(s) | Élie Cartan, Henri Lebesgue[4] | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied(en) | topologie | |
| Bekend van | De Rham-cohomologie, Hodge–de Rham spectral sequence, De Rham invariant, De Rham–Weil theorem, De Rham curve | |
| Prijzen en erkenningen | Prize of the City of Lausanne (1979),[5] Marcel Benoist Prize (1965),[5] eredoctoraat van ETH Zürich (1961),[2][6] eredoctoraat van de Universiteit van Straatsburg (1954),[7] doctor honoris causa from the University of Lyon (1960),[7] doctor honoris causa van de Universiteit van Grenoble (1955)[7] | |
Georges de Rham (10 september 1903 – 9 oktober 1990) was een Zwitsers wiskundige, die bekendstaat om zijn bijdragen aan de differentiaaltopologie.
Hij studeerde aan de Universiteit van Lausanne. Zijn doctoraat behaalde hij aan de Parijs. Daarna werd hij in 1931 docent aan de Universiteit van Lausanne, aan welke instelling hij vervolgens tot zijn pensioen in 1971 verbonden zou blijven; daarnaast bekleedde hij ook posities aan de Universiteit van Genève.
In 1931 bewees hij de stelling van de Rham en identificeerde hij de de Rham-cohomologiegroepen als topologische invarianten. Dit bewijs kan worden beschouwd als gezocht, aangezien het resultaat impliciet was in de standpunten van Henri Poincaré en Élie Cartan.
Het eerste bewijs van de algemene stelling van Stokes wordt bijvoorbeeld toegeschreven aan Poincaré en stamt uit 1899. Op dat moment bestond er nog geen cohomologietheorie; men kan redelijkerwijs zeggen: voor variëteiten was bekend dat de homologietheorie zelf-duaal was met de overschakeling van dimensie naar codimensie (dat wil zeggen, van Hk naar Hn-k, waar n de dimensie is). Dat is in ieder geval waar voor georiënteerde variëteiten, waarbij een oriëntatie in differentiaalvormtermen een n-vorm is, die nooit gelijk is aan nul (en die gelijkwaardig is als zij gerelateerd wordt door een positief scalair veld). De dualiteit kan intuïtief met groot voordeel worden geherformuleerd in termen van de hodge-dualiteit.
Externe link
- (en) Georges de Rham op MacTutor
- ↑ Système universitaire de documentation; SUDOC-identificatiecode voor editie: 021139601.
- 1 2 3 4 5 MacTutor History of Mathematics archive.
- ↑ Mathematics Genealogy Project.
- ↑ Mathematics Genealogy Project; geraadpleegd op: 14 augustus 2018; MGP-identificatiecode: 104015.
- 1 2 https://hls-dhs-dss.ch/fr/articles/041421/2011-12-23/; Historisch Woordenboek van Zwitserland.
- ↑ https://arxiv.org/pdf/1611.03806.pdf; pagina('s): 2.
- 1 2 3 Base de données des élites suisses; BDELIS-identificatiecode: 56938.