George de La Hèle

George de La Hèle (ook Georges, Helle, Hele) (Antwerpen, 1547Madrid, 27 augustus 1586) was een Zuid-Nederlands componist van de Franco-Vlaamse School tijdens de renaissance. Hij was voornamelijk actief in de kapellen van de Spaanse Habsburgers en de Lage Landen. Onder zijn overgebleven muziek bevindt zich Octo missae, een koorboek met acht missen. Hoewel hij tijdens zijn verblijf in Spanje een productief componist was, werd veel van zijn muziek in 1734 vernietigd tijdens de brand van de kapelbibliotheek in Madrid.

Levensloop

La Hèle werd geboren in Antwerpen, en ontving zijn muzikale opleiding zowel aan de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal als mogelijk te Zinnik (Soignies). Zijn tienerjaren bracht hij vanaf 1561 door als koorknaap in Madrid, in de kapel van koning Filips II. Vervolgens was hij een leerling van Pierre de Manchicourt, een andere noordelijke componist die een groot deel van zijn carrière in Spanje doorbracht. Waarschijnlijk vond Manchicourt de jonge La Hèle zelf op een van zijn talentscoutingreizen naar zijn eigen vaderland. Na enkele jaren als koorknaap te hebben gezongen, ging La Hèle eind jaren 1560 studeren aan de Universiteit van Alcalá. In 1570 keerde hij terug naar het noorden en schreef hij zich in aan de Universiteit van Leuven. Hoewel zijn studie niet is gedocumenteerd, wordt aangenomen dat hij geen muziek maar theologie heeft gestudeerd.

Blad van de Octo missae

In de jaren 1570 verbleef La Hèle in de Lage Landen, waar hij achtereenvolgens werkzaam was als koordirigent bij de kathedralen in Mechelen en Doornik, beide centra voor het maken van muziek. Dit waren ook productieve jaren. In 1576 neemt de la Hèle deel aan een muziekwedstrijd in Évreux. Een motet van hem verkreeg de tweede prijs en een chanson de derde prijs. Het was de eerste keer dat iemand op het zelfde festival twee prijzen won en in 1575 was de wedstrijd gewonnen door de toen al befaamde componist Orlando di Lasso . Dat geeft de la Hèle bekendheid en maakt dat Christoffel Plantijn hem benadert met het voorstel zijn Octo missae, de acht missen te drukken. Octo missae is het beroemdste en de belangrijkste nog aanwezige publicatie van zijn werk. Het misboek is een polyfoon werk: vier missen zijn vijfstemmig, twee zesstemmig en twee zevenstemmig. De la Hèle verwerkte motieven van andere componisten in het werk: Orlando di Lasso, Cypriano de Rore, Thomas Crecquillon en Josquin des Prez. Het worden dan ook parodiemissen genoemd.

Er wordt een overeenkomst opgesteld waarin vastgelegd wordt dat de la Hèle zelf veertig exemplaren zou kopen voor een prijs van zestien guldens per exemplaar. De la Hèle koopt er echter maar vier en betaalt die niet omdat hij in grote financiële moeilijkheden zou zitten. Er worden in totaal 375 exemplaren gedrukt waarvan er voor zover bekend nog acht aanwezig zijn. De winkelprijs was achttien guldens. Dit werk is het grootste boek dat Plantijn heeft gedrukt. De pagina’s zijn 55 centimeter hoog en 40 centimeter breed. Het is een van de topstukken uit zijn carrière als drukker. Het heeft deze omvang om het mogelijk te maken dat alle stemmen in het koorlied op een pagina zichtbaar werden en van enige afstand door de zangers gelezen konden worden.

In 1580 werd La Hèle benoemd tot Maestro di capilla van Filips' koninklijke kapel, en het jaar daarop vertrok hij naar Madrid om de post op zich te nemen. Hij volgde hiermee Gerardus van Turnhout op. Ook daar was zijn carrière succesvol: zijn uitvoeringen werden veel geprezen en hij breidde het repertoire van de kapel aanzienlijk uit. Zo bracht hij muziek binnen van noordelijke componisten als Clemens non Papa, Italianen zoals Palestrina, en Spanjaarden als Francisco Guerrero en Cristóbal de Morales.

Kort voor zijn dood trouwde hij. Het huwelijk kan hebben plaatsgevonden tijdens zijn laatste ziekte. Hij noemde alleen zijn vrouw, Madelena Guabaelaraoen, in zijn testament. Hij stierf in Madrid; de oorzaak wordt niet vermeld, maar hij was slechts 38 of 39.

Literatuur