George Loddiges

George Loddiges (Hackney, 12 maart 1786 - aldaar, 5 juni 1846)[1][2] was een Britse ornitholoog, botanicus en illustrator.
Familiegeschiedenis
Zijn vader Joachim Conrad Loddiges[3] (1738-1826) begon een commerciële kwekerij en een botanische tuin in Hackney. Binnen het huwelijk met Sarah Aldous (1740-1815) werden de kinderen William, George en Mary geboren. Zoon George trouwde met Jane Creighton, waarmee hij de kinderen Jane, Helena en Conrad had. George Loddiges overleed in juni 1846 op 60-jarige leeftijd.
Carrière
Met zijn broer leidde hij de zaak van zijn vader en verrijkte het door zijn vader opgerichte instelling met botanische zeldzaamheden, die hij te allen tijde toegankelijk maakte voor de wetenschap. Van de 2000 geïllustreerde planten in het monumentale werk The botanical cabinet: consisting of coloured delineations of plants, from all countries, with a short account of each, directions for management leverde hij zelf circa 1700 afbeeldingen. Naast plantkundige was hij ook een uitstekende ornitholoog en bedreven microscopist. Hij was betrokken bij het beschrijven van een grote verzameling zoölogisch specimens van kolibries en zelf bezat hij ook een collectie balgen van kolibries. Tijdens een bezoek aan het Muséum national d'histoire naturelle in Parijs, bekeek hij aandachtig de 143 soorten kolibries die in het museum aanwezig waren. In zijn artikel Specimens were exhibited of several Humming Birds from Popayan, forming part of the collection of Mr. John Gould; and the following characters maakte hij in 1932 geldige beschrijvingen van de bruinstaarthoornkolibrie (Boissonneaua flavescens), de groenstaartkomeetkolibrie (Lesbia nuna gouldii), de smaragdglansstaartkolibrie (Metallura tyrianthina) en de wipsnavelkolibrie (Opisthoprora euryptera). Loddiges had plannen voor een nieuw overzichtswerk over kolibries, maar dit werk kwam niet tot publicatie. Zijn collectie bevatte 200 specimen. Er zijn echter 360 soorten kolibries.[4] In de jaren 1930 was het Loddiges al duidelijk dat zijn verzameling niet compleet was. Zijn kolibrieverzameling bevindt zich tegenwoordig in de archieven van het Natural History Museum in Londen. Veel van zijn handgeschreven aantekeningen en brieven bevinden zich in de Walter Rothschild-bibliotheek in Tring.
Samen met zijn broer schreef hij een orchideeëncatalogus, waarin ze veel geslachten en orchideesoorten beschreven en classificeerden volgens de inzichten uit John Lindleys (1799-1865) werk The genera and species of orchidaceous plants.
Naamgevingen
Wetenschappelijke namen van Kolibries
In 1847 beschreef Jules Bourcier 15 soorten kolibries afkomstig uit de collectie van Loddiges.[5] Hij beschreef een soort als Trochilus mirabilis. Dit taxon werd door Charles Lucien Jules Laurent Bonaparte in 1850 in zijn magnum opus Conspectus generum avium omgedoopt tot Loddigesia mirabilis (vlagkolibrie) als eerbetoon aan Loddiges. Verder draagt de paarskroonkoketkolibrie (Stephanoxis loddigesii), in 1831 geldig beschreven door John Gould (of eigenlijk Vigors) zijn naam. Loddiges had in zijn beschrijving van zijn collectie al vermeld dat deze kolibrie in een eigen geslacht moest worden geplaatst en stelde daarom de naam Caphallepis voor. Die naam was echter ongeldig, want al in 1810 door Constantine Samuel Rafinesque (1783-1840) voor een vissoort gebruikt.[6]
Wetenschappelijke namen van planten
De plantengeslachtsnaam Loddigesia, die John Sims in 1808 voor Loddigesia oxalidifolia invoerde, telt tegenwoordig als synoniem voor Hypocalyptus. Waarschijnlijk werd het geslacht benoemd naar zijn vader Joachim Conrad Loddiges. John Lindley noemde in 1821 een ochideeënsoort Cattleya loddigesi (synoniem Epidendrum violaccum) naar Loddiges, in 1832 de orchideeënsoorten Cirrhaea loddigesi (synoniem Spigelia marilandica) en Cycnoches loddigesii, in 1833 de orchideeënsoort Acropera loddigesii (synoniem Maxillaria galeata), in 1836 de orchideeënsoort Physosiphon loddigesii (synoniem Stelis tubata) en Octomeria loddigesii (synoniem Octomeria graminifolia). Heinrich Gustav Reichenbach eerde hem in 1856 met de orchideeënsoort Lepanthes loddigesiana en Robert Allen Rolfe in 1887 in Dendrobium loddigesii. Willem Hendrik de Vriese noemde in 1853 een tot de bedektzadigen behorende soort Gymnotheca loddigesiana en Friedrich Anton Wilhelm Miquel noemde in 1843 in een artikel over palmvarens een soort Zamia loddigesii.
Lidmaatschappen
Hij was een van de eerste leden van de in 1839 opgerichte Microscopical Society of London en bezat een van de beste microscopen, die door Charles Tulley (1761-1830) en William Tulley (1789-1835) werden vervaardigd. Bovendien was hij jarenlang lid van de Horticultural Society of London. Hier was hij lid van de raad en het genootschap van hoveniers. Enkele jaren was hij vicevoorzitter van dit genootschap. In 1821 werd hij tot fellow verkozen van de Linnean Society of London. In 1840 werd hij lid van de in 1838 nieuw opgerichte Société cuviérienne.
- ↑ (en) Parks and Gardens (en), George Loddiges. Parks & Gardens. Gearchiveerd op 21 januari 2022. Geraadpleegd op 03-04-2022.
- ↑ (en) ghlnewsletter, The Wonders of George Loddiges’ Botanical Cabinet. Guildhall Library blog (24 mei 2016). Gearchiveerd op 23 oktober 2020. Geraadpleegd op 03-04-2022.
- ↑ Loddiges, Conrad (1738-1826) on JSTOR. plants.jstor.org. Geraadpleegd op 03-04-2022.
- ↑ (en) Gill F, D Donsker & P Rasmussen (Eds). 2021. IOC World Bird Names (version 11.1)..
- ↑ Jutes Bourcier, 1847. Description de quinze especes de trochilidees du cabinet de M. Loddiges Proc. Zool. Soc. London pt.15, no.171 p. 42 BHL
- ↑ Proc. Comm. Sci. Corres. Zool. Soc. London 1, no.1 p.12 BHL
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel George Loddiges op de Duitstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.