Geeraard Jan Dodd
| Geeraard Jan Dodd | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboortedatum | 6 september 1821 | |||
| Geboorteplaats | Antwerpen | |||
| Overlijdensdatum | 8 november 1888 | |||
| Overlijdensplaats | Sint-Joost-ten-Node | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen | |||
| Beroep | schrijver, dichter, toneelschrijver | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Geschreven voor | Vlaemsch België, Nederduitsch Maandschrift | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren | |||
| Archieflocatie | Letterenhuis[1] | |||
| Dbnl-profiel | ||||
| ||||
Geeraard Jan Dodd (Antwerpen, 6 september 1821 – Sint-Joost-ten-Node, 8 november 1888) was een Vlaams schrijver, dichter en toneelschrijver. Hij was tevens journalist en archivaris van de Brusselse godshuizen. Hij gebruikt zijn naam soms in de varianten: Geeraerd, Geeraert.
Dodd was lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.
Gepubliceerd werk
- Liedjes en deuntjes, 1858, 12p.
- Liefde-lief en leed: een liederkrans, 1864, 108p.
- Ik ben vader, blijspel met zang in één bedrijf, 1865, 44p.
- Bij den haerd, verhalen, 1865.
- Gedichten, 1870, 72p.