Geel hoorntje

Geel hoorntje
Geel hoorntje
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota
Klasse:Dacrymycetes
Onderklasse:Agaricomycotina
Orde:Dacrymycetales
Familie:Dacrymycetaceae
Geslacht:Calocera
Soort
Calocera cornea
(Batsch) Fr. (1827)
Geel hoorntje
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Geel hoorntje op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Het geel hoorntje (Calocera cornea) is een zwam uit de familie Dacrymycetaceae. Bij droog weer krimpt deze zwam in tot een harde, hoornige massa, maar regenereert weer in vochtiger omstandigheden.

Uiterlijk

Uiterlijke kenmerken

Het gelatineuze, cilindrische vruchtlichaam van het geel hoorntje is tot 1,2 cm hoog. Onder gunstige omstandigheden is het glad en kleverig. Het heeft weinig of geen vertakkingen en onderscheidt zich onder andere hierin van het kleverig koraalzwammetje (Calocera viscosa). De kleur is dofgeel tot oranjegeel, vaak met bruinige punten.

De sporenprint is wit tot zeer lichtgeel van kleur.[1]

Microscopische kenmerken

De basidia zijn 2-sporig. De sporen zijn ellipsoïde tot worstvormig, glad, hyaliene, niet-amyloïde en worden bij volledige rijping vaak eencellig gesepteerd (met één dwarsschot) en meten 7–10 × 2,5–4 µm.[1]

Ecologie

Het geel hoorntje komt voornamelijk voor op ontschorste, vermolmde takken en stammen van loofhout (o.a. eik, beuk, populier, berk, es). Zelden kan het voorkomen op naaldbomen (o.a. den en Juniperus). Vruchtlichamen kunnen worden gevonden vanaf juni tot het begin van de winter (november).