Gedenkstenen Joods Apeldoorn

De Gedenkstenen Joods Apeldoorn[1] zijn gedenkstenen die zijn opgedragen aan de ca. 420 Joodse slachtoffers van het nationaalsocialisme, die in Apeldoorn woonden. Het doel is de herinnering aan hen levend te houden. De stenen liggen voor de laatste woning van de persoon in Apeldoorn. Voor kinderen die geboren zijn uit Apeldoornse ouders na hun deportatie en die zijn omgebracht tijdens de holocaust zijn stenen gelegd voor de woning van hun ouders.[1]

De Werkgroep Gedenkstenen Joods Apeldoorn, begonnen in 2018, organiseert de legging van de gedenkstenen.[1] De werkgroep is onderdeel van de Stichting Apeldoornsche Bosch en werkt samen met de gemeente Apeldoorn en met het bedrijf Hoogenberg-Wegerif Grafmonumenten.[2]

Het eerste adres waar een gedenksteen werd neergelegd was in de Hoofdstraat, vlak bij het Caterplein,[3] ter gedachtenis aan Jacob van Aals (Utrecht, 2 mei 1873 – Auschwitz, 27 november 1942).[4] In 2021 waren er 165 stenen gelegd.[5] In 2025 waren vrijwel alle stenen gelegd. Het was op dat moment de bedoeling om de laatste 80 stenen in het jaar 2026 aan te brengen, waarmee het project zou worden afgerond.[6] De stenen zullen dan liggen bij rond de 140 adressen.[3]

In Apeldoorn is er niet voor gekozen om Stolpersteine te plaatsen, een project van de Duitse beeldhouwer kunstenaar Gunter Demnig, maar om een ander type gedenksteen te plaatsen,[2] onder andere omdat deze duurzamer zouden zijn.[3] Er ligt wel een Stolperstein in de voormalige gemeente Beekbergen, nu onderdeel van Apeldoorn.

Apeldoornsche Bos

Monument voor Het Apeldoornsche Bosch

In Apeldoorn lag aan de Zutphensestraat het Joodse psychiatrisch ziekenhuis, Het Apeldoornsche Bosch. Deze instelling is door de nazi's leeggehaald. Bij de deportatie vanuit het Apeldoornsche Bosch zijn in januari 1943 ongeveer 1300 mensen weggevoerd.[7]

De meesten zijn direct in Auschwitz vermoord. Voor hen zijn geen gedenkstenen neergelegd in Apeldoorn, maar er is wel een monument geplaatst. Een uitzondering is de steen voor geneesheer directeur Jacques Lobstein, die met zijn gezin op het terrein van het ziekenhuis woonde.[8] Voor een van de personeelsleden, Klara van Aals, is in Utrecht een Stolperstein geplaatst, zie hier. Mogelijk liggen ook voor de woningen van andere personeelsleden stenen. Dit waren allemaal Joden, want de niet-Joden die voor het ziekenhuis werkten waren door de nazi's ontslagen.

Zie ook