Gayatri Chakravorty Spivak

Gayatri Chakravorty Spivak
Gayatri Chakravorty Spivak
Persoonsgegevens
Geboren 24 februari 1942
Land Brits-Indië (kolonie)
Beroep schrijver, filosoof, academisch docent, vertaler, literatuurcriticus
Functie filosoof
Oriënterende gegevens
Discipline Literaire kritiek, feminisme, postkolonialisme, marxisme
Domein Continentale filosofie
Tijdperk Hedendaagse filosofie
Stroming postkolonialisme, deconstructie, literaire kritiek
Belangrijkste ideeën Strategisch essentialisme, Subalterniteit, Ander
Beïnvloed door Jacques Derrida, Paul de Man, Rosa Luxemburg
Portaal  Portaalicoon   Filosofie

Gayatri Chakravorty Spivak (Calcutta, 24 februari 1942) is een Indische literatuurwetenschapper, feminist en filosofe. Ze is hoogleraar aan de universiteit van Columbia in New York en wordt beschouwd als een van de meest invloedrijke postkoloniale denkers.[1]

Haar bekendste werken zijn haar essays over subalterniteit, haar vertaling van Derrida's De la grammatologie, en haar vertalingen van Mahasweta Devi.

Persoonlijk leven

Spivak is geboren in 1942 in Calcutta. Haar familie is Bengaals en Brahmaans. Haar vader was dokter en haar moeder was sociaal werker, beide vonden ze een intellectuele opvoeding belangrijk.[2] Spivak studeerde af aan de Presidency College van de universiteit van Calcutta in 1959.[3]

Ze is twee keer getrouwd geweest. Van 1964 tot 1977 was ze getrouwd met Talbot Spivak, die een roman schreef over hun huwelijk.[4] Ze hertrouwde met Basudev Chatterji, van wie ze scheidde in 1992. Ze heeft geen kinderen.[5]

Carrière

Vroege loopbaan (1961–1975)

In 1961 begon ze aan een opleiding Engels aan de Cornell-universiteit in de Verenigde Staten. In 1962 verloor ze haar beurs en moest ze veranderen naar Vergelijkende Literatuurwetenschappen. Ze schreef haar thesis bij Paul de Man over de Ierse dichter W. B. Yeats.[5] In 1963–1964 deed ze verder onderzoek naar Yeats aan de Universiteit van Cambridge in Girton College.

In 1965 werd ze assistent in het departement Engels aan de Universiteit van Iowa. Haar doctoraatsthesis "The Great Wheel: Stages in the Personality of Yeats's Lyric Speaker" ging over de evolutie in Yeats' poëzie. Haar eerste boek behandelt opnieuw de poëzie van Yeats, maar is heel toegankelijk en bedoeld voor jonge studenten: "Myself Must I Remake: The Life and Poetry of W.B. Yeats".

Spivak was regelmatig bezig met zelfstudie en in 1967 kocht ze het boek De la grammatologie van Derrida, zonder iets over de auteur of het deconstructionisme te weten. Ze besloot om het boek te vertalen en schreef er een uitgebreide inleiding bij. De publicatie werd een succes, en haar inleiding werd overgenomen als standaard inleiding op Derrida's filosofie van de deconstructie.[6]

Professorschap (1975–heden)

In 1975 werd ze vast benoemd als professor aan de universiteit in Iowa.[7] Vanaf eind jaren 70 werd Spivak gevraagd voor gastlezingen door verscheidene universiteiten, o.a. de Universiteit van Chicago. Vanaf 1991 was ze gastprofessor in de Columbia-universiteit en in 2007 werd ze daar vast benoemd.

Anno 2025 heeft ze vijftien eredoctoraten, waaronder van de Universiteit van Londen en van Yale. In 2025 kreeg ze de Holbergprijs, een van de belangrijkste prijzen in de geesteswetenschappen ter wereld.[8]

Les in India

Naast haar academische carrière geeft Spivak sinds 1986 les aan kinderen en ongeletterde volwassenen in de regio West-Bengalen. Dit praktische werk zorgt ervoor dat haar theoretische studies begrensd blijven.[2][8]

Vertaalwerk

Spivak vertaalde verscheidene werken uit het Bengaals naar het Engels en uit het Frans naar het Engels. Ze vertaalde meerdere romans van de Bengaalse schrijfster Mahasweta Devi, de poëzie van de 18e-eeuwse Bengaalse dichter Ramprasad Sen, en het werk A Season in the Congo van Aimé Césaire.

Subalterne studies

Concept

Subalternen zijn gekoloniseerde volkeren die uitgesloten zijn van sociale en politieke machtsstructuren. Ze staan aan het passieve einde van cultureel imperialisme en hebben geen enkele vorm van agency. Subalterne studies vormen de kern van historisch onderzoek op het Indische subcontinent vanuit postkoloniaal standpunt (en dus niet vanuit klassiek Westers standpunt).[9]

Vanuit deze optiek schrijft Spivak een reeks kritieken op het imperialisme en het westers feminisme. Ze omschrijft zichzelf als een praktische Marxist-feminist-deconstructivist.[4] Haar ethiek betrekt zich op subalterne volkeren, vooral vrouwen.[10] Ze is een pionier op het vlak van niet-Westerse literaire theorie.[4][6]

Can the Subaltern Speak?

In 1988 publiceerde ze het essay "Can the Subaltern Speak?", waarin ze argumenteert dat het feminisme de rol van de vrouw niet kan loskoppelen van geschiedenis, geografie en sociale klasse.[6] Het essay zelf gaat over het gebrek aan aandacht voor Sati, een hindoeïstische traditie waarbij weduwes meeverbrand worden bij de crematie van hun overleden echtgenoot. Dit gebeurt zowel vrijwillig, als onder groepsdruk, als door regelrechte dwang. In het weinige bestaande onderzoek wordt de stem van de weduwes zelf volledig genegeerd, wat Spivak dus bekritiseert.[8][9]

Postkolonialisme

In 1999 publiceerde ze "A Critique of Postcolonial Reason". In dit boek overloopt ze de grote namen van de Europese metafysica (zoals Kant en Hegel) en toont ze aan dat deze niet alleen subalternen uitsluiten, maar ook actief tegenhouden, en niet volledig als mens zien. Ze noemt het "strafbare onwetendheid" als koloniale structuren bewust in stand gehouden worden.[9]

Strategisch essentialisme

Spivak muntte de term "strategisch essentialisme". Hiermee bedoelt ze een manier om tijdelijke samenwerkingen op te zetten tussen verschillende activistische organisaties. Bijvoorbeeld, een feministische en een queer-organisatie kunnen een overeenkomst sluiten rond een "essentieel" punt, waardoor ze (tijdelijk) samen actie kunnen voeren, zonder elk hun standpunten te verliezen.[11]

Zie ook