Gaston Périer

Gaston Frédéric Périer (Den Haag, 30 juli 1875 - Brussel, 12 maart 1946) was een Belgisch industrieel, voornamelijk actief in de Onafhankelijke Congostaat en Belgisch-Congo.

Biografie

Gaston Périer was een kleinzoon van de Nederlandse minister C.H.B. Boot. Hij studeerde rechten aan de Université libre de Bruxelles en werd beroepshalve advocaat. Hij liep stage bij Auguste Beernaert en Jules Bara. Op aanraden van Albert Thys gaf hij zijn carrière een nieuwe richting en werd zo betrokken bij de Afrikaanse onderneming van koning Leopold II. In 1900, op 25-jarige leeftijd, werd hij secretaris van Thys, enkele maanden later trouwde hij in Sint-Gillis met een van zijn dochters, Jeanne Thys (1880-1921). Ze kregen twee zoons, dichter Odilon-Jean Périer, en Gilbert Périer, voorzitter van Sabena en de International Air Transport Association. Hij hertrouwde met Lucy Graux, dochter van Lucien Graux, voorzitter van het Centraal Nijverheidscomité.

Hij was bestuurder of voorzitter van verschillende koloniale ondernemingen, waaronder:

Pas in 1909 ondernam hij een eerste studie- en inspectiereis naar de Onafhankelijke Congostaat. In 1925 werd hij gedelegeerd bestuurder van de Compagnie du Congo pour le commerce et l'industrie. Onder zijn leiderschap - en het voorzitterschap van Maurice August Lippens - zouden de ondernemingen van de CCCI een grote expansie doormaken en nam de CCCI deel aan de oprichting van verschillende nieuwe ondernemingen, zoals de Sucrière congolaise, de Exploitations agricoles et industrielles de la Biaro, de Compagnie immobilière du Congo, de Compagnie générale des produits chimiques et pharmaceutiques du Congo, de Chantier naval et industriel du Congo en de Société des frigorifères du Congo. In 1924 werd Périer voorzitter van de Association des intérêts coloniaux belges. Vanaf 1928 trad hij ook op als raadgever van de Société générale de Belgique. In 1930 werd hij vicevoorzitter van het Centraal Nijverheidscomité.

Hij werkte mee aan de organisatie van de internationale tentoonstellingen van 1905 (Luik), 1906 (Milaan), 1910 (Brussel), 1913 (Gent) en 1930 (Antwerpen). Hij was voorzitter van de Belgische delegatie op de tentoonstellingen van Poznán en Élisabethville in 1931, adjunct-commissaris-generaal van de Belgische regering op de Koloniale Tentoonstelling en commissaris-generaal van de Egyptische regering op de Wereldtentoonstelling van 1935. Verder zetelde hij in raden van bestuur of commissies van het Rode Kruis en de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België en was hij voorzitter van de Cercle royal africain.

In 1942 werd Périer aangehouden en opgesloten in de gevangenis van Sint-Gillis, waarna hij naar de centrale gevangenis van Leuven van de citadel van Hoei werd overgebracht. Hij overleed in 1946 ten gevolge van een operatie na een ongeval.

Literatuur

  • E. VAN DER STRAETEN, 'Gaston Périer', in Biographie coloniale belge, vol. 5, Brussel, Institut royal colonial belge, 1958, 670-672.
  • Ginette KURGAN-VAN HENTENRYK, Serge JAUMAIN en Valérie MONTENS (red.), Dictionnaire des patrons en Belgique. Les hommes, les entreprises, les réseaux, Brussel, De Boeck, 1996, 502.