Gaslight (film uit 1944)
| Gaslight Gaslicht | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Regie | George Cukor | |||
| Producent | Arthur Hornblow jr. | |||
| Scenario | John Van Druten Walter Reisch John L. Balderston Patrick Hamilton (toneelstuk) | |||
| Gebaseerd op | Gas Light | |||
| Hoofdrollen | Charles Boyer Ingrid Bergman Joseph Cotten | |||
| Muziek | Bronislau Kaper | |||
| Montage | Ralph E. Winters | |||
| Cinematografie | Joseph Ruttenberg | |||
| Productiebedrijf | Metro-Goldwyn-Mayer | |||
| Distributie | Metro-Goldwyn-Mayer | |||
| Première | ||||
| Genre | Drama | |||
| Speelduur | 114 minuten | |||
| Taal | Engels | |||
| Land van herkomst | ||||
| Gewonnen prijzen | Academy Award voor Beste Actrice (15 maart 1945), Academy Award for Best Art Direction, Black and White (15 maart 1945), Golden Globe Award for Best Actress – Motion Picture Drama (1944) | |||
| Kijkwijzer | ||||
| (en) IMDb-profiel | ||||
| MovieMeter-profiel | ||||
| (mul) TMDb-profiel | ||||
| (en) AllMovie-profiel | ||||
| ||||
Gaslight is een Amerikaanse film uit 1944 onder regie van George Cukor. De film is gebaseerd op het toneelstuk Gas Light (1938) van Patrick Hamilton, dat onder andere ook als titels Five Chelsea Lane en Angel Street kreeg. Destijds werd de film in Nederland en België uitgebracht onder de titel Gaslicht.[2] Het toneelstuk en de verfilmingen ervan leidden tot de populairwetenschappelijke term gaslighting, voor een vorm van psychologische manipulatie, waarbij geprobeerd wordt bij de ander(en) twijfel te zaaien aan het eigen gezonde verstand.
Verhaal

.jpg)
Aan het begin van de film wordt bekendgemaakt dat de befaamde operazangeres Alice Alquist is vermoord. De moordenaar, die de vrouw doodde voor haar juwelen, is ervandoor gegaan zonder te bemachtigen waar hij naar zocht. Alice's jonge nicht Paula, die na de dood van haar moeder door haar tante werd opgevoed, wordt alleen en getraumatiseerd achtergelaten. Ze wordt naar Italië gestuurd, waar ze wordt getraind om in de voetsporen van Alice te treden. Deze carrière geeft ze op voor Gregory Anton, haar verloofde.
Na hun bruiloft overtuigt Gregory haar ervan te gaan wonen in het huis dat haar tante haar in Londen heeft nagelaten. Paula twijfelt aanvankelijk of ze dit wil doen, omdat het huis veel nare herinneringen bij haar oproept, maar uit liefde voor haar man besluit ze er toch te gaan wonen. Om haar niet constant aan haar tante te herinneren, laat Gregory al het meubilair van Alice verplaatsen naar de zolder. Voordat hij dit doet, vindt ze een brief van Sergius Bauer, die deze aan Alice schreef, twee dagen voor haar overlijden. Gregory wordt razend als hij de naam hoort en grijpt haar de brief uit handen, maar verontschuldigt zich daarna.
Na dit voorval gebeuren er bizarre dingen in Paula's leven. Zo raakt ze de broche kwijt die ooit aan Gregory's grootmoeder toebehoorde en verdwijnen er schilderijen in het huis, waar Paula de schuld van krijgt. Tijdens een bezoek aan de Tower of London groet ze Brian Cameron, een bekende van vroeger. Gregory vindt het een mysterieuze man en wil weten waarom ze iets tegen hem zei. Hoewel ze uitlegt dat ze enkel beleefd probeerde te zijn, vertrouwt de argwanende Gregory de zaak niet. Paula raakt nog meer in de war als ze voetstappen op zolder hoort en de gaslichtlampen zonder verklaring dimmen. Ze vraagt dienstmeid Elizabeth of deze hier ook iets van merkt, maar zij beweert van niets te weten.
Gregory overtuigt haar ervan dat ze begint te hallucineren en dat er in feite niets aan de hand is. Hij verbiedt haar bezoek te ontvangen, omdat ze naar zijn zeggen niet in staat is te socializen. Op een avond staat ze erop naar een musical te gaan. Dan vertelt Gregory haar dat zijn horloge zoek is en als hij het aantreft in haar tas, stort ze in en wordt naar huis gebracht. Paula raakt ervan overtuigd dat ze zich zekere dingen niet kan herinneren die ze volgens Gregory wel heeft gedaan en dat hij haar terecht een kleptomane noemt. Dienstmeid Nancy doet weinig om de situatie te verbeteren. Nancy, die een imago heeft van een brutale en losbandige flapuit en een affaire heeft met nachtwaker Williams, is altijd streng tegen Paula en praat nauwelijks met haar. Paula weet niet dat Nancy is opgedragen zo weinig mogelijk met Paula te spreken en denkt dat deze een hekel aan haar heeft.
Brian Cameron, die inspecteur is bij Scotland Yard, vertrouwt Gregory niet en denkt dat hij iets te maken heeft met de onopgeloste moordzaak van Alice. Hij probeert de cold case te heropenen en ontdekt dat Gregory 's avonds via het dak stiekem naar de zolder sluipt. Brian brengt Paula een bezoek als Gregory niet thuis is en komt tot de conclusie dat haar man in werkelijkheid Sergius Bauer is, de moordenaar van haar tante die uit is op de juwelen. Paula realiseert zich dat ze toch niet psychotisch aan het worden is, maar dat Gregory haar heeft gemanipuleerd omdat ze na het lezen van de brief te veel wist. Brian schakelt de hulp in van de politie en bindt hem vast. Aan het einde confronteert Paula haar man met zijn alter ego en trapt niet meer in zijn verhalen. Nadat hij de misdaden toegeeft wordt hij weggebracht en vindt Paula haar troost bij Brian.
Rolverdeling
_-_2.jpg)
| Acteur | Personage |
|---|---|
| Charles Boyer | Gregory Anton |
| Ingrid Bergman | Paula Alquist |
| Joseph Cotten | Brian Cameron |
| Dame May Whitty | Miss Bessie Thwaites |
| Angela Lansbury | Nancy Oliver |
| Barbara Everest | Elizabeth Tompkins |
| Emil Rameau | Maestro Mario Guardi |
| Edmund Breon | Gen. Huddleston |
| Halliwell Hobbes | Meneer Muffin |
| Tom Stevenson | Williams |
| Heather Thatcher | Lady Dalroy |
| Lawrence Grossmith | Lord Dalroy |
| Terry Moore | Paula Alquist als 14-jarige |
Achtergrond
.jpg)
Het toneelstuk was gesitueerd in het Londen van 1880-1890 en kreeg in de Verenigde Staten verschillende andere titels: in 1941 werd het in Los Angeles opgevoerd als Five Chelsea Lane en later datzelfde jaar op Broadway als Angel Street. In 1940 werd al de eerste verfilming van het toneelstuk uitgebracht in Engeland, met als titel Gaslight en geregisseerd door Thorold Dickinson.[3] Columbia Pictures had de rechten van de Britse film en plande in 1941 een Amerikaanse versie te maken met, ter onderscheiding van de vorige verfilming, als titel A Strange Case of Murder. Door conflicten met de producent van de toneelstuk, Shepard Traube, werd de eerste film niet in de Verenigde Staten uitgebracht. Uiteindelijk kocht Metro-Goldwyn-Mayer de volledige rechten voor een bedrag van $150.000.[4] Studiohoofd Louis B. Mayer probeerde alle kopieën van de Britse film te vernietigen.[5] Hoewel dit zonder succes gebeurde, werd de gelijknamige film uit 1940 zelden vertoond in latere jaren.
Voor het nieuwe scenario werd het oorspronkelijke toneelstuk vrij sterk bewerkt door John Van Druten, Walter Reisch en John L. Balderston. Aanvankelijk werd Vincente Minnelli benaderd om de film te regisseren, maar de scenarioschrijvers stonden erop dat George Cukor de regie op zich nam. In oktober 1942 werd verwacht dat Melvyn Douglas en Irene Dunne de hoofdrollen zouden vertolken.[4] Douglas trok zich terug in december dat jaar, omdat hij het leger in ging. Van Dunne is bekend dat ze de rol heeft afgeslagen. Ingrid Bergman had het toneelstuk op Broadway gezien en wilde de rol al van begin af aan spelen. Haar contract maakte dit echter niet mogelijk en producent David O. Selznick weigerde er de veranderingen in aan te brengen die haar daartoe gelegenheid zouden geven. Omdat ervan uit werd gegaan dat ze niet beschikbaar was, werd er nog steeds naar andere actrices gezocht. June Duprez deed een screentest, maar kreeg de rol niet. Hedy Lamarr werd de rol aangeboden, maar zij sloeg deze af.[6] Op een gegeven moment waren er zelfs geruchten dat Greer Garson de rol zou spelen.[7] Uiteindelijk kreeg Bergman, op aandringen van Cukor, de vrouwelijke hoofdrol en Charles Boyer de mannelijke.
Bergman had er een hekel aan dat ze al aan het begin van de opnamen een liefdesscène moest spelen, omdat ze op dat moment haar tegenspeler nog niet kende. Op de eerste dag op de set moest ze echter in de armen van Boyer vallen. Later vertelde ze dat ze dit zeer ongemakkelijk vond.[8] Wat deze situatie niet verbeterde, was dat Boyer klein van stuk was en op een doos moest staan in scènes met zowel Bergman als Angela Lansbury. De twee vrouwen waren ongeveer even groot, maar in scenes waar Lansbury dreigend moest overkomen droeg ze schoenen met plateauzolen.
Boyer werd regelmatig afgeleid op de set. Zijn vrouw was namelijk zwanger en na elke opname rende hij volgens Bergman naar de telefoon om haar te bellen.[5] In haar autobiografie sprak ze over hem echter met zeer veel respect en waardering.[8]
Er vonden nauwelijks repetities plaats, omdat Cukor vreesde dat de magie en echtheid in emoties dan zou verdwijnen.[8] Bergman bereidde zichzelf degelijk voor op haar rol. Om zo geloofwaardig mogelijk over te komen als een mentaal instabiele vrouw, bracht ze tijd door in een inrichting, waarbij ze zich vooral liet inspireren door het gedrag van een bepaalde patiente daar.[8] Voor Lansbury betekende Gaslight haar filmdebuut. Volgens regisseur Cukor had ze geen acteerervaring toen ze auditie deed, maar liet ze wel veel indruk na. Cukor vertelde dat ze zich ook fysiek kon transformeren in haar rol en zeer natuurlijk speelde.[8] Lansbury groeide na het uitbrengen van de film uit tot een ster.
Gaslight werd na de lancering in 1944 een succes. The New York Times gaf alle lof aan Joseph Cotten, Dame May Whitty en Lansbury. Variety noemde het een 'uitmuntende bewerking'.[9] Bij de Oscaruitreiking in 1945 kreeg de film zeven Oscarnominaties, waaronder in de categorieën 'Beste Film', 'Beste Acteur' (Boyer), 'Beste Actrice' (Bergman), 'Beste Vrouwelijke Bijrol' (Lansbury), 'Beste Aangepaste Scenario', 'Beste Camerawerk' en 'Beste Art Direction'. Hiervan werden enkel 'Beste Actrice' en 'Beste Art Direction' verzilverd.
Terry Moore, die vanaf 1940 al optrad als jeugdacteur en de rol van Paula als kind speelt, kreeg in 1952 een Oscarnominatie voor haar rol in Come Back, Little Sheba.
Film noir
Naar aanleiding van Gaslight besprak filmrecensent Emanuel Levy in 2006 dat er in de veertiger jaren een serie films noirs werd gemaakt, waarin gewoonlijk als centrale thema valt aan te wijzen: "Je man is niet te vertrouwen".[10] Dit begon volgens hem met drie films van Alfred Hitchcock: Rebecca (1940), Suspicion (1941) en Shadow of a Doubt (1943). Daarna kwamen Gaslight en Jane Eyre, beide in 1944; Dragonwyck in 1945, Notorious en The Spiral Staircase in 1946, The Two Mrs. Carrolls en Sorry, Wrong Number in 1947; en tenslotte Sleep, My Love in 1948. Al deze films gebruiken de beeldtaal van de film noir en vertonen overeenstemming in het verhaal: een rijke, beschut levende vrouw wordt bedreigd door een oudere man, vaak haar eigen echtgenoot; en het huis waarin ze veiligheid zoekt wordt daarbij een gruwelijk vangnet.
Zie ook
Externe links
- (en)
Gaslight in de Internet Movie Database - (nl)
Gaslight op MovieMeter - (mul)
Gaslight in The Movie Database - (en)
Gaslight in de database van AllMovie
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Gaslight (1944 film) op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- ↑ Cinema Context Nederlandse filmkeuring- en/of distributiedatum
- ↑ Cinema Context Nederlandse titel
- ↑ Gaslight (1940, Thriller} via youtu.be
- 1 2 (en) Turner Classic Movies Notes for Gaslight (1944)
- 1 2 (en) Turner Classic Movies Trivia and Other Fun Stuff on Gaslight
- ↑ (en) Internet Movie Database - Trivia
- ↑ (en) Turner Classic Movies The Big Idea Behind GASLIGHT
- 1 2 3 4 5 (en) Turner Classic Movies Behind the Camera on GASLIGHT
- ↑ (en) Turner Classic Movies The Critics' Corner on GASLIGHT
- ↑ (en) Levy, Emanuel, Gaslight (1944):George Cukor's Masterpiece, Starring Charles Boyer and Ingrid Bergman in Oscar-Winning Performance. Emanuel Levy Cinema 24/7 (16 april 2006). Geraadpleegd op 7 december 2025 – via emanuellevy.com.
.jpg)
