Galerie van schoonheden

De galerie van schoonheden (Duits Schönheitengalerie) is een verzameling van 36 portretten[1] "schone" Beierse dames. De portretten werden tussen 1827 tot 1863 geschilderd in opdracht van koning Lodewijk I van Beieren. Ze bevinden zich nog steeds in diens slot Nymphenburg te München. De meeste werken werden gemaakt door Joseph Karl Stieler, die van 1825 tot aan zijn dood in 1855 Lodewijks hofschilder was. Later maakte Friedrich Dürck nog twee portretten.
Ontstaan

Het idee om een serie van portretten van schone vrouwen bij elkaar te brengen was geen nieuw bedenksel van Lodewijk I, maar kende al eerdere voorbeelden in de kunsthistorie. Zo maakten Peter Lely en Godfrey Kneller reeds in de zeventiende eeuw portretreeksen van mooie dames aan het Engelse hof en ook Italië kende vergelijkbare voorbeelden, onder andere binnen het Huis Gonzaga. De grootste inspiratie vond Lodewijk echter in een verzameling van veertig vrouwenportretten die de Beierse keurvorstin Henriëtte Adelheid van Savoye tussen 1650 en 1675 van haar hofdames liet aanleggen en gedeeltelijk nog steeds te zien is in het Münchense Cuvilliés-Theater.
Een meer concrete aanleiding om te starten met een verzameling vrouwenportretten was een klein privéschandaal, dat ontstond toen Lodewijk in 1817 een portret van zijn maîtresse gravin Rambaldi had laten maken. Het was voor hem reden om te starten met een meer anonieme serie. De eerste ideeën voor zo'n reeks ontstonden, getuige zijn correspondentie, reeds in 1821. Pas in 1826 echter zou hij er opdracht toe geven aan zijn kersverse hofschilder Joseph Karl Stieler. In 1829 werden de eerste tien portretten tentoongesteld[2], later schilderde hij er nog 24. In 1860, toen Stieler inmiddels overleden was zou Lodewijk nog opdracht tot twee portretten geven aan Stielers leerling Friedrich Dürck (1809-1884). Onder de 36 geportretteerde vrouwen bevonden zich meerdere van Lodewijks maîtresses, waaronder de Ierse danseres Lola Montez, de Engelse Jane Digby en de Italiaanse markiezin Marianna Florenzi. Opvallend voor die tijd is de variëteit aan nationaliteiten. Ook qua sociale status zijn er aanzienlijke verschillen, uiteenlopend van leden van de koninklijke familie zelf tot de schoenmakersdochter Helene Sedlmeier, die wel gold als de mooiste vrouw uit toenmalig München.
De portretten waren lange tijd te zien in de grote feestzaal van slot Nymphenburg, maar nadat deze ruimte tijdens Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd werd, werden ze overgebracht naar de kleine eetzaal in de zuidelijke vleugel, waar ze nog steeds te zien zijn en toegankelijk voor publiek.
De portretten
- Auguste Strobl, (1807-1871), 1827
Maximiliane Borzaga (1806-1837), 1827
Isabella gravin von Trauffkirchen-Engelberg (1805-1855), 1828
Amalie von Lerchenfeld, baronesse van Krüdener (1808-1888), 1828
Cornelia Vetterlein (1811-1862, 1828
Actrice Charlotte von Hagn (1809-1891), 1828
Nanette Kaula (1812-1877), 1829- Anna Hillmayer (1812-1847), 1829
- Regina Daxenberger (1811-1872), 1829
Jane Digby (1807-1881), 1831- Markiezin Marianna Marquesa Florenzi (1802-1870)
Amalie von Schintling (1812-1831), 1831
Schoenmakersdochter Helene Sedlmayr (1830-1898), 1831
Crescentia Bourgin (1806-1853), 1833
Irène Pallavicini (1811-1877), 1834
Gravin Caroline von Holnstein, (1815-1859), 1834
Lady Jane Erskine (1818-1846), 1837- Lady Theresa Spence (1815-?) als Sapho, 1837
Baronesse Mathilde von Jordan (1807-1857), 1837
Wilhelmine Sulzer (1815-?), 1838
Antonia Wallinger (1823-1893), 1840
Baronesse Rosalie Julie von Bonar (1814-?), 1840
Aartshertogin Sophie van Beieren (1805-1872), 1841
Katherina Botzaris (1820-1872), 1841
Carolina Lizius (1825-1908), 1842
Elise List (1822-1893), 1842
Prinses Marie van Pruisen (1825-1889), 1843
Baronesse Friederike von Gumppenberg (1823-1916), 1843
Caroline von Oettingen-Wallerstein (1824-1889), 1843
Lady Emily Milbanke (1822-1910), 1844
Josepha Conti (1823-1881), 1844
Prinses Alexandra Amalie van Beieren (1826-1875), 1845
Lola Montez (1821-1867), 1847
Maria Dietsch (1835-1869), 1850
Anna von Greiner (1836-?), 1860, door Dürck
Carlotta von Breidbach-Bürresheim (1838-1920), 1863, door Dürck
Literatuur
- Konstantin Prinz von Bayern: Des Königs schönste Damen. Aus der Schönheitengalerie Ludwigs I. Verlag Süddeutsche Zeitung, ISBN 3799160876
- Gerhard Hojer: Die Schönheitsgalerie König Ludwigs I., Regensburg, Schnell und Steiner, 1997.