Gabriel Trarieux

Gabriel Trarieux
Gabriel Trarieux
Persoonsgegevens
Volledige naam Camille Ludovic Gabriel Trarieux
Geboortedatum 17 december 1870
Geboorteplaats Bordeaux
Overlijdensdatum 1 maart 1940
Overlijdensplaats Monte Carlo
Geboorteland Derde Franse Republiek
Nationaliteit Vlag van Frankrijk Frankrijk
Opleiding en beroep
Opleiding gevolgd aan Lycée CondorcetBewerken op Wikidata
Beroep Dichter; romanschrijver; toneelschrijver; esotericus
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1890-1939
Werken
Bekende werken Joseph d’Arimathée (1898); L’Alibi (1908); La Brebis perdue (1911)
Erkenning en lidmaatschap
Archief­locatie Departementsarchief van Yvelines[1]Bewerken op Wikidata
Prijzen en onderscheidingen Prix Emile Augier (1911)
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Frankrijk
Literatuur

Camille Ludovic Gabriel Trarieux, bekend als Gabriel Trarieux (Bordeaux, 17 december 1870Monte Carlo, 1 maart 1940) was een dichter, romanschrijver en toneelschrijver in Frankrijk.[2] Na de Eerste Wereldoorlog met zijn gruwelen wijdde hij zich aan esoterie.

Levensloop

Zijn vader was Ludovic Trarieux, advocaat in Bordeaux, senator en minister van justitie; deze was stichter en voorzitter van de Ligue des droits de l’homme[noot 1]. Zijn moeder was Camille Faure. Omwille van vaders werk verhuisde het gezin van Bordeaux naar Parijs. Gabriel Trarieux volgde middelbaar onderwijs aan het Lycée Condorcet in het 9e arrondissement. Vervolgens studeerde hij aan de Faculté des lettres de Paris en aan de Faculté de droit de Paris.[noot 2] In zijn studententijd publiceerde Trarieux zijn eerste gedicht.[3]

Hij interesseerde zich meer voor de theaterwereld van Parijs. Trarieux werkte voor literaire tijdschriften in de jaren 1890-1900.[4]

Bekendheid verwierf hij met het theaterstuk Joseph d’Arimathée, dat gespeeld werd in het Théatre Antoine (1989, 1903). De literaire recensent kreeg hiervoor zelf lovende recensies door Emile Faguet en Édouard Schuré. Hij schreef twee theaterstukken die samen met Joseph d’Arimathée het drieluik Les Vaincus vormden. Het gaat om Hypathie en Savonarole. Deze twee theaterstukken van het drieluik werden evenwel niet opgevoerd.

Andere stukken van hem waren L’Alibi, gespeeld in 1908 in het Théâtre de l'Odéon, en La Brebis perdue, gespeeld in 1911 in de Comédie-Française. Ze kenden een zeker succes. In 1911 verleende de Académie française hem de Prix Emile Augier.[5] Alles samen schreef hij een vijftiental theaterstukken.

In de Eerste Wereldoorlog vocht Trarieux bij de artillerie. Hij had de rang van kapitein.

Na de oorlog verliet hij de theaterwereld. Hij wierp zich op de studie van theosofie en astrologie. Hij werd bekend door sonnetten in L’astrosophie, een tijdschrift van esoterisme (1929). Hij publiceerde in 1931 het essay Ce qu’il faut connaître de l’occultisme en nadien gelijkaardig werk. Daarnaast publiceerde hij de romans L’Etreinte (1931), Les Egarés (1932) en Monte Carlo (1933). Van het Engels naar het Frans vertaalde hij La Lumière d’Asie van Edwin Arnold (1933) en La Cabale mystique van Dion Fortune (1937). Hij werd onderscheiden met het ereteken van Ridder in het Legioen van Eer.

In de jaren 1937-1939 poogde hij de wereldgeschiedenis te voorspellen in zijn essays, wat hem een voorspreker maakte van mundane astrologie. In zijn Essai de prévisions sur la guerre (1939) voorspelde hij dat de Tweede Wereldoorlog zou eindigen in maart 1940.[noot 3] Het was de maand van zijn overlijden in het prinsdom Monaco.