Frederik Bernard Andries Joseph Jansen

Frederik Bernard Andries Joseph Jansen
Geboren 18 februari 1880
Amsterdam
Overleden 5 november 1943
Natzweiler-Struthof
Land/zijde Vlag van Nederland Nederland
Onderdeel Infanterie
Dienstjaren 1897-1940
Rang Kolonel
Eenheid VIIe Divisie
Slagen/oorlogen Duitse aanval op Nederland in 1940
Onderscheidingen Zie onderscheidingen

Frederik Bernard Andries Joseph (Frits) Jansen (Amsterdam, 18 februari 1880Natzweiler-Struthof, 5 november 1943) was een Nederlands militair en verzetsman.

Geboorte en huwelijk

Frits Jansen werd geboren als zoon en tweede kind van Johannes Martinus Hubertus J. (1851-1898) en Henriëtte Maria Elisabeth Beckering (1856-1924).[1]

In 1913 trad hij in het huwelijk met Anna Maria Catharina van Bouwdijk Bastiaanse, geboren in 1883 te Bemmel, het oudste kind van Jan Hendrik vBB (1851-1933) en Wendelina Wilhelmina Morren (1857-1947).[2]

Militaire carrière

Hij begon zijn militaire carrière in 1897 als soldaat bij het Instructiebataljon, een opleiding voor beroepsmilitairen. Nadat hij in 1899 was benoemd tot sergeant, volgde hij in 1902 te Kampen de 'Hoofdcursus ter Opleiding van Onderofficieren tot Officier'.[3] In 1903 werd hij vervolgens benoemd tot tweede luitenant, in 1907 tot eerste luitenant, in 1917 tot kapitein, in 1928 tot majoor, in 1934 tot luitenant-kolonel en commandant van het 22e Regiment Infanterie, in 1937 tot kolonel en commandant van de VIIe Infanteriebrigade en tenslotte in 1939 tot commandant van de VIIe Divisie.[4]

Als militair en commandant van de VIIe Divisie, deel uitmakend van het 4e Legerkorps, was Jansen betrokken bij de verdediging van Nederland tijdens de Duitse aanval op Nederland in 1940. Hij was toen gelegerd in het Stafkwartier in de Ernst Sillem Hoeve, resp. op landgoed Pijnenburg te Lage Vuursche.[5] Na de nederlaag, werd het Nederlandse leger ontbonden. Als beroepsmilitair moest Jansen beloven geen verzetsactiviteiten tegen de bezetter te ondernemen. Op 15 mei 1942 werden de Nederlandse beroepsofficieren alsnog krijgsgevangen gemaakt en werd Jansen afgevoerd naar het ‘Kriegsgefangenenlager’ in Nürnberg-Langwasser. Om gezondheidsredenen werd hij uit krijgsgevangenschap ontslagen waarna hij op 15 juli in Ede terugkeerde.[6]

Carrière bij de OD

In het najaar van 1940 raakte Jansen betrokken bij de OD (Ordedienst), de organisatie die de openbare orde zou moeten handhaven na het vertrek van de Duitsers, om zo een gezagsvacuüm te voorkomen. Kort na de oprichting van het Gewest Veluwe, bestaande uit de districten Apeldoorn, Ede, Kampen, Harderwijk en Voorthuizen werd Jansen benoemd tot gewestelijk commandant. Na zijn terugkeer in Ede in juli 1942 hernam hij zijn werkzaamheden voor de OD. Na verraad werd hij door het beruchte tweetal Leo Poos en Marten Slagter, de bij de ‘Sicherheitspolizei und SD’ gedetacheerde rechercheurs van politie, in Warmond gearresteerd.[7] Nadat hij in het Oranjehotel had vastgezeten, werd hij in november 1942 geïnterneerd in Kamp Amersfoort, in februari 1943 in Kamp Vught en vervolgens, in maart of april, in Kamp Haaren.[8]

Tijdens het zogenaamde Tweede OD-proces in het voorjaar van 1943 werd hij beschuldigd van spionage en woordbreuk. Volgens het requisitoir van het ‘Feldgericht’ had hij in de herfst van 1940 in Ede een groep van 100 tot 120 personen verzameld die in geval van onrust na het vertrek van de Duitsers zou moeten worden ingezet. Nog steeds volgens dit requisitoir sloot deze groep zich in april 1941 aan bij de OD. Als straf werd hem ‘Abtrennung mit Schutzhaft bis Kriegsende’ opgelegd.[9]

Op 23 oktober 1943 ging hij op transport naar het Nacht und Nebel-kamp Natzweiler-Struthof, een kamp waar mensen om hun verzet tegen het naziregime werden opgesloten en waar ze figuurlijk en zelfs letterlijk onzichtbaar waren. Niemand wist waar deze gevangenen verbleven, als ze hoe dan ook nog in leven waren. Toen Jansen in dat kamp boven aan een hoge betonnen buitentrap stond, gaf een van de bewakers (‘Kapo’) hem een schop in de rug. Hij stortte van alle trappen omlaag en bleef daarna zwaar gewond liggen. Medische hulp werd hem geweigerd. Hij stierf aan zijn verwondingen op 5 november 1943. Van deze moord was onder andere zijn collega-OD’er Pim Boellaard, gewestelijk commandant van Utrecht, getuige.[10]

Onderscheidingen

Jansen werd in 1927 benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau met de zwaarden, was voorts drager van het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier met het getal XV (ontvangen in 1918) en van het Mobilisatiekruis 1914-1918. Postuum werd hem in 1983 het Verzetsherdenkingskruis toegekend. Zijn naam wordt vermeld op pagina 541 van de ‘Erelijst van Gevallenen 1940-1945’ in de Tweede Kamer der Staten-Generaal.[11]

Zijn persoonlijk archief zal worden overgedragen aan een erfgoedinstelling.