Frans van Everbroeck

Frans van Everbroeck (ca. 1638 – na 1676) was een Zuid-Nederlands kunstschilder, gespecialiseerd in vanitasstillevens, bloemen- en vruchtenstillevens.
Van Everbroeck was een leerling van Joris van Son, een bekende Antwerpse stillevenschilder. In 1654 werd hij als leerling opgenomen in het Sint-Lucasgilde te Antwerpen en in 1661 volgde de inschrijving als wijnmeester.[1] Hij verbleef een korte periode in Amsterdam, waar hij zich op 30 oktober 1667 voor een notaris liet registreren als ongeveer 29 jaar oud. In Antwerpen woonde hij in de Vleminckstraat met zijn echtgenote Maria Viers, met wie hij op 8 mei 1670 een testament liet opstellen. Zijn laatste vermelding in de stad dateert van 18 september 1673. Vanaf 1676 bevond Van Everbroeck zich in Londen, waar hij werd toegelaten tot het schildersgilde, de Painter Stainers Company. Tussen 1689 en 1693 werden werken van hem genoemd op Engelse veilingen, hetgeen wijst op een zekere faam en mogelijk nog actieve productie in die periode.
Hij was leermeester van Peeter Lints (tussen 1672 en 1673). Zijn testament werd medeondertekend door schilder Roeland van Kessel (II), wat wijst op een vriendschappelijke relatie.
Everbroeck gebruikte het monogram FVE.
- Biografische gegevens bij het RKD-Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis. Geraadpleegd op 11 september 2025
- Frans van Everbroeck. Ecartico. Geradpleegd op 11 september 2025
- ↑ Een wijnmeester is een zoon van een meester in het Antwerpse gilde, waaruit valt af te leiden dat zijn vader ook kunstschilder was