Frans de Potter

Frans de Potter
Frans de Potter ca. 1900
Frans de Potter ca. 1900
Persoonlijke gegevens
Geboortedatum 4 januari 1834
Geboorteplaats Gent
Overlijdensdatum 15 augustus 1904
Overlijdensplaats Gent
Nationaliteit Belg
Beroep schrijver, redacteur, dichter, letterkundige, geschiedkundige
Religie Katholicisme
Lid van Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren,[1] Davidsfonds, Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en LetterkundeBewerken op Wikidata
Academische achtergrond
Archieflocatie(s) Letterenhuis[2]Bewerken op Wikidata
Wetenschappelijk werk
Vakgebied(en) Geschiedenis, Volkskunde, Letterkunde
Bekende werken -Gent, van den Oudsten Tijd tot Heden. Geschiedkundige Beschrijving der Stad
-Geschiedenis van de Gemeenten der Provincie Oost-Vlaanderen (met Jan Broeckaert)
Dbnl-profiel

Frans de Potter (Gent, 4 januari 1834 - Gent, 15 augustus 1904) was een Vlaamse schrijver, redacteur, dichter, letterkundige en geschiedkundige. Met meer dan tweehonderd werken op zijn naam was deze autodidact een van de meest bedrijvige schrijvers van zijn tijd.[3] Een van zijn bekendste werken is de Geschiedenis van de Gemeenten der Provincie Oost-Vlaanderen, die hij tussen 1864 en 1884 samen met Jan Broeckaert in 46 delen uitbracht. In 1883 werd hij ridder in de Leopoldsorde.

Persoonlijk leven

De ouders van de Potter konden hem enkel lager onderwijs laten volgen. Door zelfstudie wist hij zich op den duur een positie te verwerven in de kring van Gentse oudheidkundigen, letterkundigen en historici zoals Prudens van Duyse, Jules de Saint-Genois en Ferdinand Snellaert.

Hij trouwde op 18 februari 1860 met Coleta Francisca Duyckers. Ze kregen samen zes kinderen.

Carrière

Naast zijn historisch en literair werk was de Potter ook journalistiek actief. Vanaf 1856 was hij in Gent hoofdopsteller van De Beurzen-Courant, die in 1870 werd omgedoopt tot De Nieuwe Beurzen-Courant en in 1871 tot het Fondsenblad.[4] In 1877 werd hij adjunct-archivaris in het Rijksarchief van Gent.

In 1874 publiceerde hij een oproep om een katholieke tegenhanger van het liberaal geworden Willemsfonds te stichten en in 1875 was hij te Leuven betrokken bij de oprichting van het Davidsfonds. Hij was het die van tevoren al vond dat het genoemd moest worden naar Jan Baptist David. In 1878 stichtte hij De Vlaamsche Wacht, veertiendaagsch tijdschrift voor Nederlandsche letteren, kunst, wetenschap en bibliographie.

In 1886 was hij in Gent medestichter van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde. Van 1886 tot 1904 was hij werkzaam als secretaris van deze academie. Datzelfde jaar stond hij in Gent tevens mede aan de wieg van het tijdschrift Het Belfort.

Politiek

Hoewel de Potter in 1861 nog lid was van het Vlaamsch Liberaal Komiteit werd hij als polemist actief met antiliberale geschriften. In 1872 was hij kandidaat voor de katholieke partij bij de gemeenteraadsverkiezingen in Gent. Toen de Liberalen in 1878 na de verkiezingen aan de macht kwamen, werd de Potter bij het Rijksarchief ontslagen als adjunct-archivaris.

Erkenning

In 1883 werd de Potter ridder in de Leopoldsorde. In 1931 werd in Gent een straat naar hem genoemd in de buurt van het Sint-Pietersstation, in het verlengde van de Rijsenbergstraat.[5]

Werken

De Potter liet een uitgebreid oeuvre van meer dan 200 werken na. Zijn historische studie "Gent, van den oudsten tijd tot heden. Geschiedkundige beschrijving der stad", die van 1882 tot 1890 in acht delen verscheen, werd "een onvergankelijk monument" genoemd. Zijn roman "De arme dichter" werd bekroond door het Antwerpse genootschap De Olijftak. Ook de geschiedenis van Kortrijk beschreef hij in vier delen.

Als schrijver

Selectie

Als samensteller

Selectie

Met Jan Broeckaert