Franklin Gardner

Franklin Gardner
Generaal-majoor Franklin Gardner
Generaal-majoor Franklin Gardner
Geboren 29 januari 1823
New York
Overleden 29 april 1873
Lafayette, Louisiana
Rustplaats Cemetery of Saint John's Catholic Cathedral, Lafayette, Louisiana
Land/zijde Verenigde Staten

Geconfedereerde Staten van Amerika

Onderdeel United States Army

Confederate States Army

Dienstjaren 1843-1861 (USA)
1861-1865 (CSA)
Rang Kapitein(USA)
Generaal-majoor (CSA)
Eenheid 7th Infantry Regiment
10th Infantry Regiment
Bevel Cavaleriebrigade Army of Mississippi
Gardners brigade
District of the Gulf
District of Mississippi & Eastern Louisiana
Slagen/oorlogen Mexicaans-Amerikaanse Oorlog

Utahoorlog
Amerikaanse Burgeroorlog

Franklin Kitchell Gardner (New York, 29 januari 1829Lafayette, 29 april 1873) was een Amerikaanse beroepsmilitair. Na een loopbaan bij het United States Army koos hij bij het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog voor het Confederate States Army. Tijdens het Beleg van Port Hudson hield hij het 47 dagen uit tegen de Noordelijke overmacht.

Vroege jaren

Gardner werd geboren op 29 januari 1829 in New York. Hij was de zoon van luitenant-kolonel Charles Kitchell Gardner, die in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog had gevochten, en Anne Eliza McLean Gardner. Zijn moeder was afkomstig uit een rijke familie met plantages in Louisiana.

Franklin Gardner werd in 1838 toegelaten tot de United States Military Academy in West Point. Tijdens zijn studies was hij de eerste van zijn klas in het tekenen. Voor zijn andere vakken had hij gemengde resultaten. Onder zijn klasgenoten bevonden zich Ulysses S. Grant en Rufus Ingalls die beiden generaals werden voor het Union Army en Samuel G. French die een generaal voor de Geconfedereerde Staten van Amerika werd.[1]

Kort na zijn opleiding huwde hij met Marie Celeste Mouton, de dochter van Alexandre Mouton, gouverneur van Lousiana en zus van Alfred Mouton die tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog eveneens een Zuidelijke generaal zou worden. Gardners oudere zus werd de tweede vrouw van gouverneur Mouton.

Loopbaan bij het United States Army

Gardner werd in 1843 benoemd tot tweede luitenant in het 7th Infantry Regiment die in Pensacola, Florida gelegerd was. Hij diende tijdens de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog onder zowel generaal-majoor Zachary Taylor als onder generaal-majoor Winfield Scott. In september 1846 werd hij bevorderd tot gebrevetteerd eerste luitenant voor zijn moedig optreden tijdens de Slag bij Monterey Pass.

Ook tijdens de daaropvolgende veldslagen bij Veracruz, Churubusco en Molino del Rey werd zijn inzet opgemerkt. Hij werd daarvoor opnieuw bevorderd tot gebrevetteerd kapitein. In 1847 werd hij aangesteld als regimentsadjudant, een functie die hij tot in 1853 uitoefende.[2]

Hij diende met zijn regiment in verschillende forten en buitenposten waaronder New York, Florida, Missouri, Arkansas, Pennsylvania en aan de kust van de Stille Oceaan. Gardner werd in maart 1855 bevorderd tot kapitein in het 10th Infantry Regiment. Met zijn nieuw regiment werd hij ingezet tijdens de Utahoorlog. Hij nam tussen 1858 en 1860 verlof en keerde daarna terug naar zijn regiment in Utah. Het jaar daarop vetrok hij naar het Zuiden en werd uit het legerregister geschrapt wegens desertie. Samen met zijn vrouw en schoonmoeder vestigde hij zich in Louisiana en nam kort daarop dienst in het Confederate States Army.[2]

Amerikaanse Burgeroorlog

Gardner werd aanvankelijk aangesteld als luitenant-kolonel van de infanterie in het Confederate States Army. Op 11 september 1861 werd hij officieel benoemd tot kapitein en adjudant-generaal in de staf van brigadegeneraal Jubal Early.

Gardner kreeg in maart 1862 een cavaleriebrigade onder zijn bevel in het Army of Mississippi. Zijn brigade was niet aanwezig tijdens de Slag bij Shiloh in april 1862, maar Gardner had zich opgegeven als vrijwilliger om te dienen in de staf van generaal-majoor Braxton Bragg.

Gardner werd op 11 april 1862 bevorderd tot brigadegeneraal en nam deel aan de Slag bij Perryville. Kort daarop kreeg hij het commando over een infanteriebrigade in de divisie van generaal-majoor Jones M. Withers die deel uitmaakte van het korps onder leiding van luitenant-generaal Leonidas Polk. Deze brigade bestond uit het 19th, 22nd, 25th, 26th en 39th Alabama Infantry Regiment envenals de 1st Louisiana Regulars Infantry Regiment.

Op 13 december 1862 werd Gardner bevorderd tot generaal-majoor en aangesteld als bevelhebber van Port Hudson, die op 32 km ten noorden van Baton Rouge ligt. Hij verving brigadegeneraal William Beal die aanbleef als zijn onderbevelhebber.[2][3][4]

Port Hudson

Zie Beleg van Port Hudson voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Port Hudson lag op een strategische belangrijke plaats in een bocht van de Mississippi. Vanuit de fortificaties controleerden Zuidelijke kanonnen de doorgang in noordelijke richting. Na de Noordelijke inname van New Orleans begin mei 1862 werd het 30.000 soldaten sterke Army of the Gulf gevechtsklaar gemaakt. Dit leger stond onder leiding van generaal-majoor Nathaniel P. Banks die volgens Zuidelijke informatie Port Hudson diende in te nemen. Tot dan toe stond de Mississippi tussen Port Hudson en Vicksburg (320 km lang) nog altijd onder Zuidelijke controle. Gardner was bevelhebber in Port Hudson. Zijn superieur, luitenant-generaal John C. Pemberton, was bevelhebber van Vicksburg, die op zijn beurt ondergeschikt was aan generaal Joseph E. Johnston met zijn hoofdkwartier in Jackson, Mississippi. Gardner zou al snel onduidelijke of tegengestelde bevelen krijgen van zijn directe superieuren.

Bij aankomst begon Gardner onmiddellijk met het versterken van de verdedigingswerken rond Port Hudson. Hij verving een deels aangelegd systeem van lunetten met een 6,4 km lange aarden wal die het zuidwestelijke punt van het fort aan de Mississippi met het meest oostelijke heuvel (waarop Port Hudson stond) verbond. Langs de noordelijke zijde werden de steile oevers van de rivier als voldoende bescherming beschouwd. Ter versterking van de aarden wal werd er ook een abatis (een verdedigingslinie bestaande uit omgehakte bomen die met hun toppen naar de vijand gericht zijn) aangelegd, een gracht met puntige staken.

Tegen maart 1863 bestond Gardners garnizoen uit ongeveer 16.000 soldaten. De Noordelijke vice-admiraal David Farragut slaagde in dezelfde maand erin om twee kanonneerboten langs Port Hudson te loodsen. Hij positioneerde zijn twee schepen waar de Red River in de Mississippi uitmondde. Zo kon Farragut een belangrijke aanvoerlijn van Port Hudson afsnijden. In mei 1863 begon Banks de lang verwachtte operatie tegen Port Hudson. Ondertussen was het Zuidelijke garnizoen teruggebracht tot 7.000 soldaten. Pemberton had de andere soldaten opgeëist om de Noordelijke aanvallen onder leiding van generaal-majoor Ulysses S. Grant op Vicksburg af te slaan. Op 22 mei 1863 kreeg Gardner het bevel van generaal Johnston om zich terug te trekken uit Port Hudson. Terwijl Gardner de nodige voorbereidingen trof, kreeg hij het bericht dat er 12.000 Noordelijke soldaten ten noorden van de stad waren geland en dat er nog eens 20.000 soldaten vanuit zuidelijke richting oprukten. Gardner kon geen kant meer op en bereidde zich voor op een belegering. De eerste aanval werd uitgevoerd op 27 mei. Toen Banks niet door de Zuidelijke stellingen kon breken, sloeg hij het beleg. De belegering zou 47 dagen duren tot 9 juli 1863 toen Gardner het nieuws hoorde dat Vicksburg op 4 juli 1863 was gevallen.

Gevangenschap en latere militaire loopbaan

Gardner en zijn garnizoen werd afgevoerd in krijgsgevangenschap. Hij kwam pas vrij in augustus 1864 na een gevangenenruil. Gardner werd aangesteld als bevelhebber van het District of Mississippi and Eastern Louisiana. In januari 1865 probeerde Gardner de raid van de Noordelijke generaal-majoor Benjamin Grierson op de Mobile and Ohio Railroad te verijdelen. Uiteindelijk gaf Gardner zich over in mei 1865. Hij werd op 11 mei vrijgelaten in Meridian.[2][5]

Latere jaren

Na de oorlog trok Gardner zich terug op zijn boerderij in Vermilionville in Louisiana. Hij overleed op 29 april 1873. Hij werd begraven op de Cemetery of Saint John's Catholic Cathedral in Lafayette, Louisiana.[6]

Zie ook

Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)