Francis Tattegrain

Zelfportret

Francis Tattegrain (Péronne, 11 oktober 1852 - Arras, 1 januari 1915) was een Frans kunstschilder. Hij werkte in een naturalistische stijl en is vooral bekend voor zijn zeegezichten.

Levensloop

Portretfoto

Hij was de zoon van Thérèse Marie Voillemier en Charles-Louis Tattegrain, een rechter. Zijn broer Georges was beeldhouwer. Hij ontmoette in 1876 de schilder Ludovic-Napoléon Lepic en werd zijn leerling. Om zijn vader te plezieren studeerde hij rechten in Parijs en hij studeerde ook af als doctor in de rechten. Maar tegelijk volgde hij een schildersopleiding, onder andere aan de Académie Julian waar hij leerling was van Jules Lefebvre en Gustave Boulanger. In 1879 werden twee doeken van Tattegrain toegelaten op de Parijse salon en hij exposeerde hier voortaan elk jaar tot 1914.

Hij maakte vaak schilderijen in opdracht van publieke instellingen en werd zo een van de meest gevraagde schilders van de Derde Franse Republiek. Zo schilderde hij L'Entrée de Louis XI à Paris (1892) voor het stadhuis van Parijs. Daarnaast was hij bekend voor zijn zeegezichten. Hij werkte vaak aan de Noord-Franse kust en liet een atelier bouwen in de duinen aan de Baie d'Authie nabij Berck-sur-Mer.

In 1889 werd Tattegrain benoemd tot ridder in het Legioen van Eer en in 1914 tot officier in deze nationale orde. Hij stierf op 63-jarige leeftijd in Arras, waar hij schetsen maakte van het door oorlogsgeweld vernielde stadhuis.[1]

Werk

Tattegrain kreeg officiële erkenning door zijn historiewerken op groot formaat. Les Casselois, dans les marais de Saint-Omer, se rendent à merci au duc Philippe le Bon leverde hem in 1888 op enkele stemmen na een eremedaille op tijdens de Parijse salon. Die eer viel hem in 1899 wel te beurt met zijn historiestuk Saint Quentin pris d'assaut – l’exode. Hij is echter vooral bekend door zijn zeegezichten, die hij voornamelijk maakte in en rond Berck. Hij schilderde vissers in actie (Au large (1878), Le cueillage du merlan (1895)) en hiervoor vergezelde hij enkele keren vissers uit Berck op hun boten. Tussen 1891 en 1914 schilderde hij ook de karakterkoppen van de bewoners van het Asile Maritime in Berck, een rusthuis voor oud-vissers, in een reeks portretten.

Het Musée Berck-sur-Mer heeft een collectie van meer dan honderd olieverfschilderijen en meer dan duizend voorbereidende schetsen van de kunstenaar dankzij een schenking door zijn kleindochter Marguerite Tattegrain.[2]

Galerij