Francesco Ramírez
| Francesco Ramírez | ||||
|---|---|---|---|---|
| Aartsbisschop van de Rooms-Katholieke Kerk | ||||
![]() | ||||
| Geboren | 14 februari 1648 | |||
| Plaats | Estremera | |||
| Overleden | 27 augustus 1715 | |||
| Plaats | Agrigento | |||
| Wijdingen | ||||
| Bisschop | 6 maart 1689 | |||
| Kerkelijke carrière | ||||
| circa 1670-1689 | Dominicaan in Toledo | |||
| 1689-1697 | Aartsbisschop van Brindisi | |||
| 1697-1715 | Bisschop van Agrigento | |||
| 1697-1715 | In titel aartsbisschop van Agrigento | |||
| 1713-1715 | Bisschop-assistent bij de pauselijke troon | |||
| ||||
Francesco Ramírez (Estremera, 14 februari 1648 – Agrigento, 27 augustus 1715) was een Spaans predikheer en prelaat in de Spaanse koninkrijken Napels en Sicilië. Hij was namelijk aartsbisschop van Brindisi en bisschop van Agrigento met de titel van aartsbisschop van Agrigento.[1] In Agrigento creëerde hij chaos door zich aan de kant van de paus te scharen tegen de Spaanse Kroon.
Levensloop
Ramírez groeide op in Castilië, in het koninkrijk Spanje. Hij trad toe tot de predikheren of dominicanen. Estremara behoorde destijds tot het aartsbisdom Toledo, waar hij tot priester werd gewijd.
Paus Innocentius XI benoemde Ramírez tot aartsbisschop van Brindisi (1687) in Zuid-Italië, dat behoorde tot de Spaanse Kroon. Kardinaal Galeazzo Marescotti wijdde hem tot bisschop (1687). Na een verblijf van acht jaren verplaatste paus Innocnetius XII hem naar Sicilië, naar de bisschopstroon van Agrigento (1697). De paus gaf hem de persoonlijke titel van aartsbisschop van Agrigento.
In 1711 brak een schandaal uit rond de bisschop van Lipari, Nicolò Maria Tedeschi. Het bisdom Lipari had de eigenaardigheid dat het rechtstreeks afhing van de paus, zoals het koninkrijk Napels, in tegenstelling tot de andere Siciliaanse bisdommen die onderhorig waren aan de Spaanse Kroon. Dit laatste was een privilegie die terugging tot het Normandisch bestuur over Sicilië. De vorst bestuurde de Siciliaanse Kerk via Spaanse ambtenaren van het Legazia Apostolica in Palermo. In 1711 weigerde de bisschop van Lipari tolgeld te betalen op de aankoop van peulvruchten. Twee douaneambtenaren van de koning werden in de ban van de Kerk gesmeten door hem. Bisschop Ramírez steunde zijn collega in Lipari, net zoals enkele andere Siciliaanse bisschoppen. De Legazia Apostolica maakte de excommunicatie van de twee douaniers ongedaan. Dit maakte Ramírez en de andere bisschoppen nog bozer.
Een aantal edelen en militairen, alsook alle Spaanse ambtenaren, kozen de kant van de Spaanse Kroon. In Agrigento legde Ramírez als straf een kerkelijk interdict op. Dit betekende dat geen sacramenten mochten toegediend worden, ook niet kerkelijke begrafenissen op de kerkhoven. Ramírez excommuniceerde bovendien verschillende personen die hem tegenspraken. Paus Clemens IX sprak zijn steun uit voor de ordehandhaving door Ramírez. De Spaanse onderkoning graaf Carlo Antonio Spinola liet Ramírez arresteren op 28 augustus 1713 door kapitein Giovanni Ochoa. De soldaten lieten Ramírez evenwel in ballingschap vertrekken. Ramírez bereikte via Malta Rome. Intussen had Ramírez vier vicarissen-generaal benoemd om het bisdom Agrigento te besturen.[2] Deze vier medewerkers werden door de onderkoning meteen gearresteerd en bleven vast in Spaanse cellen. Een van hen overleed aan mishandeling. Het priesterseminarie werd gesloten en alle nonnenkloosters in Agrigento gingen dicht.
Vanuit Rome benoemde Ramírez drie nieuwe vicarissen-generaal in Agrigento. Ook deze drie werden naar de cel gesleept.
Voor loyauteit aan de Heilige Stoel beloonde paus Clemens IX hem met de titel van bisschop-assistent bij de pauselijke troon (1713).[3]
Paus Clemens IX schafte in 1715 de Legazia Apostolica af, alsook de Koninklijke Spaanse kerkelijke rechtbank voor Sicilië. Kort nadien keerde Ramírez naar Agrigento terug, waar hij overleed (1715). Vanuit de bisdommen Palermo en Messina kwamen priesters toe in Agrigento, die Ramírez’ interdict negeerden. Het kerkelijk leven kon hernemen. Nonnenkloosters bleven dicht uit respect voor het interdict van Ramírez.[4] De nieuwe vorst van Sicilië, hertog Victor Amadeus II van Sardinië kon het gezag van de burgerlijke overheden herstellen.
Pas in 1719 bereikte de Spaanse ambassadeur in Rome, kardinaal Francesco di Acquaviva een schikking met de paus over de chaos in de Siciliaanse bisdommen. Het interdict werd in Agrigento en elders overal opgeheven. Van Ramírez’ beslissingen bleef niets over.
De bisschopstroon van Agrigento bleef vacant van 1715 tot 1723.[5] Kanunnik Giuseppe Pancucci behandelde de lopende zaken met akkoord van Madrid, het kapittel van de kathedraal van Agrigento en van Rome.
- ↑ (en) Cheney, David M., Archbishop Francesco Ramírez, O.P.. Catholic Hierarchy (1996).
- ↑ Dat bisschop Ramirez vier vicarissen-generaal benoemde om hem tijdelijk te vervangen is op zich opmerkelijk; doorgaans wordt er maar een vicaris-generaal benoemd.
- ↑ (la) Ritzler, Remigius, Pirminus Sefrin (1952). Hierarchia Catholica medii et recentioris aevi (Liber Secundus de Patriarchis, Archiepiscopis et Episcopis), Volumen V 1667-1730. Il Messagero di San Antonio, Padua, "Agrigentin.", p 73.
- ↑ (it) Bella, Di, Elio, Guida di Agrigento: l’Interdetto sulla Diocesi del Vescovo Ramirez. Agrigento Ieri ed Oggi (2022).
- ↑ (it) Cronotassi dei Vescovi. Aartsbisdom Agrigento (2025).
