Florentijn van Salm-Salm

Willem Florentijn Lodewijk Karel, prins van Salm-Salm (Senones,17 maart 1786 - Anholt, 2 augustus 1846 ) was de vierde vorst van Salm-Salm, heer van het Kasteel Anholt, en vierde hertog van Hoogstraten.[1] Hij was in 1831 kandidaat om koning der Belgen te worden.
Florentijn was de enige zoon van prins Konstantijn van Salm-Salm (1762-1828), kasteelheer in Anholt, en zijn vrouw Victoria Felicitas, prinses van Löwenstein-Wertheim-Rochefort . Hij trouwde op 21 juli 1810 met Flaminia di Rossi (geboren 21 juli 1795 in Ajaccio ; overleden 20 december 1840 in Anholt). Zij was een dochter van de Corsicaanse edelman Nicolò di Rossi en Angela Maria Baciocchi, afkomstig uit de Italiaanse adel. Flaminia was een zuster van Félix Baciocchi, die gehuwd was met Elisa Bonaparte, een zus van Napoleon Bonaparte.
Florentijn was kolonel en adjudant van koning Jérôme van Westfalen , de jongste broer van Bonaparte Napoleon. In deze hoedanigheid was Florentijn ook betrokken bij gevechten in het naburige Groothertogdom Berg . Na 1815 diende hij kort als opperbevelhebber van militie-eenheden. Vervolgens werd hij kolonel in het regiment van de Koningin van Nederland. Hij klom op tot generaal-majoor.
In het kader van de herinrichting van Europa door het Congres van Wenen werd het grondgebied van het vorstendom Salm, dat tot 1810 soeverein was geweest, toegewezen aan het Koninkrijk Pruisen. De vorstelijke titel, die Florentijn in 1828 erfde na het overlijden van zijn vader, bleef echter behouden binnen de familie, evenals de heerlijkheid Anholt, die als residentie in familiebezit bleef.
Na de Belgische onafhankelijkheidsverklaring van 4 oktober 1830 werd Florentijn van Salm-Kyrburg genoemd als mogelijke kandidaat voor het Belgische koningschap, onder meer vanwege zijn band met het hertogdom Hoogstraten en zijn Hof van Hoogstraten, een stadspaleis in Antwerpen. Op 23 februari 1831 stelde hij zich officieel kandidaat, gesteund door een groep van circa tweehonderd personen uit Antwerpen en door de bevolking van Hoogstraten.[2]
Het Belgisch Nationaal Congres koos uiteindelijk voor Leopold I van Belgie. De steun voor Florentijn bleef grotendeels beperkt tot de provincie Antwerpen en was onvoldoende om op nationaal niveau door te wegen.
Florentijn van Salm-Salm ontving de Orde van de Kroon van Westfalen en de Orde van Sint Hubertus .
Familie
Hij had drie zonen met zijn vrouw Flaminia:
- Alfred Konstantijn van Salm-Salm (26 december 1814 – 5 oktober 1886) volgde zijn vader op als vijfde prins van Salm-Salm. Hij besloot echter zijn banden met Hoogstraten en daarmee met België te verbreken. In dat kader werden alle bezittingen in de regio verkocht, een gebeurtenis die bekend werd als ‘de Verkoop van de Eeuw’.Een van zijn voorouders, Nikolaas Leopold van Salm-Salm, had in de Noorderkempen een omvangrijk grondbezit opgebouwd, dat zich uitstrekte over vele duizenden hectaren.
- Emil (* 6 april 1820; † 27 juni 1858) trouwde in 1851 met Agnes von Ising (* 3 juli 1822; † 26 februari 1887).
- Felix (1828-1870) werd eerst officier in Pruisen, vervolgens in Oostenrijk en daarna bij de Noordelijke Staten. Later werd hij adjudant van keizer Maximiliaan in Mexico. Na diens val en executie werd hij opnieuw Pruisisch officier en sneuvelde hij in de Slag bij Gravelotte, samen met Florentijn van Salm-Salm (1852-1870), de zoon van Emil.
- ↑ De titel 'hertog van Hoogstraten' werd teruggegeven (overerfbaar) tijdens de restauratie (Europa), maar had geen betekenis meer in het uitoefenen van macht. De teruggave van het kasteel van Hoogstraten werd door koning Willem I der Nederlanden afgewezen ten voordele van 'algemeen nut' en bleef een bedelaarshuis in de geest van de Franse Revolutie.
- ↑ Discussions du Congrès nationale de Belgique (1830-1831). Geraadpleegd op 21 januari 2026.