Florbela Espanca
| Florbela Espanca | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Flor Bela Lobo | |||
| Pseudoniem(en) | Florbela d'Alma da Conceição Espanca | |||
| Geboortedatum | 8 december 1894 | |||
| Geboorteplaats | Vila Viçosa | |||
| Overlijdensdatum | 8 december 1930 | |||
| Overlijdensplaats | Matosinhos | |||
| Geboorteland | Portugal | |||
| Nationaliteit | Portugees | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Faculdade de Direito da Universidade de Lisboa | |||
| Beroep | Dichteres, schrijfster, journaliste | |||
| Werken | ||||
| Genre(s) | sonnetten | |||
| ||||
Florbela Espanca (Vila Viçosa, 8 december 1894 – Matosinhos, 8 december 1930) was een Portugees dichteres. Espanca wordt ook nu beschouwd als een van de grote dichteressen van Portugal.
Levensloop
Espanca werd geboren uit een langdurige relatie tussen Antónia da Conceição Lobo en João Maria Espanca. De met Mariana do Carmo Inglesa Toscano getrouwde Espanca had een kinderloos huwelijk doordat Toscano onvruchtbaar was. Met toestemming van Toscano had Espanca een relatie met de jonge Lobo, waaruit Florbela geboren werd. Lobo was een bediende, maar ook een mooie en opzichtige vrouw.
Espanca werd op 20 januari 1895[1] gedoopt als Flor Bela Lobo in de freguesia Conceição (Vila Viçosa). Toscano werd de peettante van Flor Bela, en later van haar broer Apeles (10 maart 1897-6 juni 1927). Beide kinderen groeiden op in het huis van Espanca en Toscano, maar Espanca erkende Florbela pas 18 jaar na haar dood.
Espanca bezocht de lagere school in Vila Viçosa. Op 11 november 1903, nog voor haar negende verjaardag, schreef Espanca het gedicht A Vida e a Morte ('het leven en de dood') voor haar broer. In haar jeugd schreef Espanca meerdere gedichten, vooral voor haar broer en haar vader. In 1908 verhuist het gezin naar Évora, waar Espanca het lyceum bezoekt. Later dat jaar overlijdt de moeder van Florbela en Apeles in Vila Viçosa, 29 jaar jong.[2] De relatie tussen Lobo en Espanca is dan al enkele jaren verbroken en Lobo heeft zich met een andere man buiten Vila Viçosa gevestigd.[3] In 1912 rondt Espanca deze opleiding af.
Op 8 december 1913, haar negentiende verjaardag, trouwde Espanca met Alberto de Jesus Silva Moutinho. Het paar vestigt zich in Redondo, waar Espanca privé-onderwijs geeft, maar de geringe opbrengsten brengen het paar ertoe om in september 1915 terug te keren naar het ouderlijk huis in Évora. In 1916 keert het paar terug naar Redondo, waar Espanca met haar eerste geschrift, Trocando Olhares, aan de slag gaat. Ook begint Espanca te schrijven voor 'Notícías de Évora', 'A Voz Pública' en 'Modas & Bordados', een wekelijkse bijlage van 'O Século'. Het echtpaar keert terug naar Évora en verhuist naar Lissabon, waar Espanca zich inschrijft bij de Faculdade de Direito de Lisboa. Rond deze tijd begint het huwelijk met Moutinho de eerste scheurtjes te vertonen. Espanca lijkt een zwak te ontwikkelen voor José Schmidt Rau, maar zijn familie stuurt hem naar Engeland om een verdere relatie te voorkomen. Dan ontmoet zij António Marques Guimarães. Begin 1921 verlaat ze de faculteit en trekt met Guimarães naar Matosinhos.[4] Op 30 april wordt het huwelijk met Mouthinho ontbonden en op 29 juni trouwt ze met Guimarães in Porto.[5]
Op 23 juni 1925 wordt het huwelijk tussen Guimarães en Espanca ontbonden, nadat Espanca al sinds januari 1924 is ingetrokken bij de zus en zwager van Mário Lage, waar Lage en zijn ouders ook wonen. In oktober 1925 trouwt Espanca voor de derde maal, nu niet alleen voor de wet maar ook voor de kerk.[6]
Espanca ervaart het leven als steeds zwaarder. Het overlijden van haar broer Apeles, op wie zij zeer gesteld was, bij een ongeluk met een watervliegtuig in juni 1927, heeft een weerslag op haar geestelijke gezondheid. In het najaar van 1930 onderneemt ze drie pogingen om zich van het leven te beroven. De derde, op haar verjaardag, met een overdosis medicijnen, slaagt.
Bekende werken
- Livro de Mágoas (sonnetten, 1919)
- Livro de Sóror Saudade (sonnetten, 1923)
- Charneca em Flor (gedichten, postuum uitgebracht in 1931)
- As Máscaras de Destino (fictief verhaal, postuum uitgebracht in 1931 en opgedragen aan haar broer)
- O Dominó Preto (verhalen, postuum uitgebracht in 1982)
Monumenten
In Évora staat sinds 18 juni 1949 een buste voor haar. De inzameling van het geld voor deze buste is in 1931 gestart, maar door tegenwerking van het regime mocht deze niet geplaatst worden.[7]
De graftombe met haar stoffelijke resten staat, sinds 17 mei 1964, in haar geboortegemeente Vila Viçosa. In Vila Viçosa staat een buste voor haar, op diezelfde dag onthuld. Ook staat er sinds 2024 een beeld van haar, met op de achtergrond een gedicht, bij het marktgebouw. Een wandschildering met een tekst van haar hand staat op de muur van een hotel. Ook het cine-theater draagt haar naam.
De bibliotheek in Matosinhos is naar Espanca vernoemd.
- ↑ (pt) Leite, Jonas, Fabio Mario da Silva (april 2024). Dicionário de Florbela Espanca, 1, "Espanca, Florbela (Vida)", p. 250.
- ↑ (pt) Cronologia da vida de Florbela Espanca. Gearchiveerd op 31 oktober 2016.
- ↑ (pt) Leite, Jonas, Fabio Mario da Silva (april 2024). Dicionário de Florbela Espanca, 1, "Lobo, Antónia de Conceição", p. 465.
- ↑ (pt) Leite, Jonas, Fabio Mario da Silva (april 2024). Dicionário de Florbela Espanca, 1, "Guimarães, António", p. 371-375.
- ↑ (pt) Leite, Jonas, Fabio Mario da Silva (april 2024). Dicionário de Florbela Espanca, 1, "Moutinho, Alberto", p. 533-537.
- ↑ (pt) Leite, Jonas, Fabio Mario da Silva (april 2024). Dicionário de Florbela Espanca, 1, "Lage, Mário", p. 446-449.
- ↑ (pt) Leite, Jonas, Fabio Mario da Silva (april 2024). Dicionário de Florbela Espanca, 1, "Bustos", p. 110-111.
