Evert Cornet

Evert Cornet (Leiden, 12 december 1925Sassenheim, 11 maart 1997) was een landschap- en tuinarchitect. Hij stond bekend om zijn benadering dat het beleven van de natuur en de educatie een belangrijke rol spelen. Bij zijn ontwerpen nam hij de bestaande kwaliteiten van gebied als uitgangspunt zonder heel grote ingrepen te doen. Hij is vooral bekend door zijn ontwerp van Polderpark Cronesteyn.[1]

Biografie

De vader van Evert Cornet was preparateur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie (nu Naturalis). Hij ging al jong werken in de Hortus te Leiden. In 1953 rondde hij zijn opleiding aan de Rijkstuinbouwschool te Boskoop af. Later zou hij jarenlang als docent aan deze school verbonden zijn.[2]

In 1954 kwam Cornet in dienst van de Koninklijke Nederlandsche Heidemaatschappij (Heidemij), nu Arcadis. Een van zijn bekendste projecten in die tijd was het Park de Wezenlanden in Zwolle. Hier werkte hij samen met Mien Ruys (1904-1999), die onder meer de tuin van het naastgelegen provinciehuis ontwierp. Het park werd in 1971 geopend. Andere projecten waren de tuin van de Johanna Stichting in Arnhem (1962-1964) waar hij een openluchttheater ontwierp en de kinderboerderij Beatrixhoeve (1964). Hij ontwierp verder tuinen, begraafplaatsen, jachthavens, recreatiegebieden en sportcomplexen.

Na zijn Arnhemse periode kwam hij te werken vanuit het Haarlems kantoor van de Heidemij. Zo raakte hij betrokken bij de ontwikkeling van de Kleine Cronesteynse polder of Vlietpark in Leiden. Evert Cornet kwam in 1974 in dienst van de gemeente Leiden als (waarnemend) hoofd Plantsoenendienst. Zijn eerste grote project was het verbeteren van het bomenbestand, dat ernstig was aangetast door lekkende gasleidingen. Het vergroenen van de stadswallen volgde, waarbij veel grote oude bomen werden herplant. Hij legde de grondslag voor wat nu het Singelpark van Leiden is. Zijn ontwerp van het Ankerpark, het Huigpark, het Katoenpark, het Blekerspark en Park De Put uit de jaren ’80 zijn thans delen van het Singelpark. Hij maakte ook het ontwerp voor het Park De Bult op de voormalige vuilstort in de wijk Roomburg (Leiden).

Polderpark Cronesteyn

Al in de jaren ’60 werd hij vanuit de Heidemij betrokken bij de ontwikkeling van het Vlietpark. Hij werd later lid van de Commissie Vlietpark, waarin verschillende partijen samenwerkten aan de ontwikkeling van een recreatiegebied. Uiteindelijk ontwierp hij in dienst van de gemeente Leiden het Polderpark Cronesteyn. Een park van 91 ha., gericht op dagrecreatie voor de Leidenaren. Er is ook veel aandacht voor beleving door kinderen. Na afronding van de realisatie van dit park ging Cornet met de VUT, maar bleef betrokken als voorzitter van de Stichting Vrienden van het Polderpark Cronesteyn.[3]

Zelfstandig gevestigd landschaps- en tuinarchitect

Na zijn (vervroegd) pensioen bleef Cornet actief. Naast Polderpark Cronesteyn was hij bestuurslid van de Vrienden van de Leidse Hout. En hij vervulde als zelfstandig gevestigd landschaps- en tuinarchitect verschillende opdrachten. Onder meer droeg hij bij aan een ontwerp van een deel van de Floriade in Zoetermeer (1992). En in de Hortus Botanicus ontwierp hij de Varentuin (1993). Hij ontving voor zijn verdiensten voor de gemeente Leiden de Jan van Hout penning en hij werd geëerd met een herdenkingsbank in de Leidse Hout.

Zienswijze

Evert Cornet had een missie als het ging om groen. Hij vond dat plantsoenen en parken beleefd moest worden. Het moest niet bij kijkgroen blijven. Natuureducatie van inwoners vond hij belangrijk om ze te laten begrijpen wat er allemaal groeit en bloeit. Kinderen moeten er ook in kunnen spelen. En dan zouden ze ook meer respect krijgen voor de natuur was zijn redenering. Alles beter dan verbieden. Ook was hij een voorstander van het koesteren van inheems groen, waarbij maaien en vergif spuiten tot een minimum wordt beperkt.

Bronnen

  • Evert Cornet, Stadsvergroener uit de landschapsbiografie Polderperk Cronesteyn, een toekomst (2024). Auteur L.D. N. Driesen – van der Male, Culthis adviesbureau cultuurhistorie.[3]