Eusèbe-Henri Gaullieur

Eusèbe-Henri Gaullieur
Eusèbe-Henri Gaullieur
Persoonsgegevens
Geboortedatum 21 januari 1808
Geboorteplaats Auvernier
Overlijdensdatum 29 april 1859
Overlijdensplaats Genève
Geboorteland Pruisisch vorstendom Neuchâtel
Nationaliteit Vlag van Zwitserland Zwitserland
Opleiding en beroep
Beroep redacteur; leraar geschiedenis; archivaris
Werken
Bekende werken La Suisse historique et pittoresque (1855), samen met Charles Schaub
Portaal  Portaalicoon   Zwitserland
Literatuur

Eusèbe-Henri Gaullieur (Auvernier, 21 januari 1808Genève, 29 april 1859) was een jurist, archivaris, redacteur, leraar en schrijver in Franstalig Zwitserland.

Levensloop

Gaullieur werd geboren in Auvernier, een dorp in het Pruisisch vorstendom Neuchâtel in Zwitserland. Hij was een zoon van Louis Henri Eusèbe Gaullieur en Henriette L'Hardy. Zijn vader was een historicus en handelaar; zijn moeder erfde de geschriften van Isabelle de Charrière (Romandië) zoals bepaald in haar testament. Zijn moeder stierf enkele dagen na zijn geboorte.

Gaullieur studeerde rechten in Parijs van 1825 tot 1828. Vervolgens studeerde hij in Parijs archiefwetenschap aan de École nationale des chartes (1828-1830).[1] Hij keerde naar het vorstendom Neuchâtel terug. In 1831 werd hij uit Neuchâtel verbannen omdat hij de koning van Pruisen beledigd had door te pleiten voor onafhankelijkheid van het vorstendom Neuchâtel en aansluiting bij de Zwitserse Confederatie.[2] Hij verbleef daarna in Porrentruy, dat in de 19e eeuw behoorde tot het kanton Bern. Hij was actief als oprichter en redacteur van het tijdschrift L’Helvétie (1832-1845). Dit tijdschrift droeg progressieve ideeën uit. Eenzelfde publicistisch werk deed hij in Lausanne voor het tijdschrift Nouvelliste Vaudois (1837-1845). Daarnaast gaf hij les en publiceerde hij in andere tijdschriften op verzoek.

In 1847 installeerde Gaullieur zich met zijn gezin in Genève. Hij gaf les in geschiedenis aan de Académie de Genève (1848-1859). Nadat hij met anderen het Institut National Genevois had gesticht, werd hij er de eerste secretaris-generaal van.

Familiaal

In Porrentruy huwde hij in 1833 met Lina Bernardine Humbert-Droz. Na zijn dood schonk zij brieven van Madame Isabelle de Charrière aan het Musée d’Histoire de Neuchâtel. Het waren brieven die in haar bezit waren gekomen via haar schoonmoeder en echtgenoot; andere brieven hadden zij al verkocht. Na zijn openbaarmaking van de vertrouwelijke openhartige brieven tussen Belle van Zuylen en David-Louis Constant de Rebecque werden hun brieven gekocht door de families Constant de Rebecque en van Tuyll van Serooskerken. De brieven aan Henriette L'Hardy werden aangekocht in 1944 bij een antiquariaat in Genève en waren dat jaar te zien in de tentoonstelling in de Bibliotheque de la Ville van Neuchâtel. Kritiek werd geuit op zijn artikelen over Belle van Zuylen door Philippe Godet, Gustave Rudler en Simone Dubois. Hij schreef o.a. dat Belle van Zuylen hofdame was aan het hof van Frederik Willem II van Pruisen in Berlijn in plaats van zijn moeder Henriette L'Hardy, dat haar vader Diederik Jacob van Tuyll van Serooskerken en Charles-Emmamnuel de Charrière elkaar zogenaamd ontmoet hadden aan dat hof.[3]

Werken

In Genève publiceerde Gaullieur La Suisse historique et pittoresque (1855), samen met Charles Schaub. Tevens was hij auteur van een essay over de franstalige Zwiterse literatuur in de 18e eeuw (1856) alsook van Deel 4 (1857) van de Histoire du canton de Vaud dat handelde over de jaren 1803-1830, met als eindredacteur Verdeil.