Eupsittula pertinax pertinax

Eupsittula pertinax pertinax
IUCN-status: Niet geëvalueerd (2025)
Curaçaose parkiet
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Orde:Psittaciformes (Papegaaiachtigen)
Familie:Psittacidae (Papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld)
Geslacht:Eupsittula
Soort:Eupsittula pertinax
Ondersoort
Eupsittula pertinax pertinax
(Linnaeus, 1758)
Originele combinatie
Psittacus pertinax
Verspreidingsgebied
Synoniemen
  • Psittacus pertinax
  • Aratinga pertinax
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

Eupsittula pertinax pertinax (Papiaments: prikichi), lokaal ook wel bekend als Curaçaose maïsparkiet, Curaçaose West-Indische parkiet of kortweg Curaçaose parkiet, is een ondersoort van de maïsparkiet of West-Indische parkiet (Eupsittula pertinax). Het dier behoort tot de orde van de papegaaiachtigen. De Curaçaose parkiet is endemisch op het Nederlands-Caribische eiland Curaçao.

Taxonomie en naamgeving

De Curaçaose parkiet werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Carl Linnaeus in 1758. Hij classificeerde het dier binnen het geslacht Psittacus, onder de soortnaam Psittacus pertinax, waarbij Linnaeus aantekende dat de soort voorkomt in 'de Indiën' (Habitat in Indiis), wat in die tijd verwees naar de tropische gebieden van de Nieuwe Wereld.[1]

In 1853 publiceerde Karel Lucien Bonaparte het geslacht Eupsittula: "Het geslacht Eupsittula is door ons ingesteld voor de kleine parkieten met een grote snavel en kale oogranden, afkomstig uit Amerika."[2] De Curaçaose parkiet is later bij dit geslacht ondergebracht.

De geslachtsnaam Eupsittula is samengesteld uit het Griekse woord eu (goed, of echt) en het Latijnse woord psittula (kleine papegaai). Het Latijnse pertinax in de soortaanduiding betekent standvastig, volhardend of hardnekkig.[3]

Beschrijving

De Curaçaose parkiet wordt gemiddeld 26 centimeter lang, waarvan ongeveer de helft bestaat uit de staart. De veren zijn grasgroen, met blauwe punten bij de vleugels en de staart. Het dier heeft een geel tot geeloranje masker; de kroon van de kop is groen. Boven het oog hebben de veren een blauwe tint. De snavel is gekromd. Het dier heeft vier tenen aan iedere poot, waarbij twee tenen naar voren wijzen en twee tenen naar achteren.

Curaçaose parkieten leven voornamelijk in de Curaçaose mondi. De vogels zijn sociale, luidruchtige dieren en leven in groepen, die in grootte variëren van een tweetal tot tientallen individuen. Ze hebben vaste slaapplaatsen en geven daarbij de voorkeur aan locaties met veel hoge bomen.

De Curaçaose parkiet heeft een gevarieerd, plantaardig dieet. Het dier voedt zich met vruchten van bomen, waaronder mango, knippa, tamarinde, West-Indische kers en de voor de mens giftige appeltjes van de manzanillaboom. Daarnaast zijn bloemen en vruchten van zuilcactussen een belangrijke voedselbron. Verder eet het dier zaden uit peulen van verscheidene bomen en struiken, waaronder de Vachellia tortuosa (lokaal bekend als wabi), dividivi, en Neltuma juliflora (lokaal bekend als indju), maar ook in tuinen aangeplante soorten als de pauwenbloem.

De voortplanting vindt plaats tijdens of vlak na het regenseizoen. In die periode zijn de omstandigheden het meest gunstig, omdat er voldoende voedsel te vinden is. In natte jaren kunnen de dieren meerdere legsels in een jaar produceren; in droge jaren met voedselschaarste broeden de dieren niet. De nesten van de dieren worden vaak gebouwd in boomnesten van termieten, waarin ze een gang maken met aan het einde een broedkamer. De warmte die de termieten produceren, bevordert het uitbroeden van de eieren. Ook broeden de Curaçaose parkieten in kleine gaten, spleten en holen in rotsen. Een nest bestaat doorgaans uit vijf witte eieren. De jonge vogels zijn nestblijvers en worden de eerste weken gevoerd door hun ouders. Na ongeveer drie weken is het verenpakket van de jongen voldoende ontwikkeld om uit te vliegen.

Verspreiding en leefgebied

De Curaçaose parkiet is een ondersoort van de maïsparkiet of West-Indische parkiet (Eupsittula pertinax), een soort die voorkomt in Panama en langs de noordkust van Zuid-Amerika, van Noord-Oost Colombia tot aan de Guyana's en enkele Caraïbische eilanden die voor de kust van Zuid-Amerika liggen.[4]

Aruba, Bonaire en Curaçao (de ABC-eilanden) kennen elk een eigen ondersoort, die op ieder eiland endemisch is. De Curaçaose parkiet (Eupsittula pertinax pertinax) komt uitsluitend voor op Curaçao. Op Aruba leeft Eupsittula pertinax arubensis (Hartert, 1892), de Arubaanse parkiet, en op Bonaire Eupsittula pertinax xanthogenia (Bonaparte, 1850), de Bonaireaanse parkiet.

De ondersoorten op de ABC-eilanden verschillen in uiterlijk van elkaar: de Arubaanse parkiet heeft een groenbruine kop met wat geel bij het oog, de Bonaireaanse parkiet heeft een vrijwel geheel gele kop en de Curaçaose parkiet heeft een geel masker met een groene kroon en nek.

De dieren worden verhandeld tussen de eilanden. Hierdoor vindt vermenging plaats tussen ontsnapte, ingevoerde soorten en de lokale, endemische soort. Dit verstoort het natuurlijke evolutieproces. De handel in de dieren wordt daarom vanuit biologisch oogpunt als onwenselijk beschouwd.

De Curaçaose parkiet is veelvoorkomend op Curaçao en wordt niet bedreigd.

Fotogalerij

  • (en) Dutch Caribbean Species Register, Brown-throated Parakeet Eupsittula pertinax subsp. pertinax. Geraadpleegd op 30 december 2025.
  • (en) K.H. Voous (1975). The Birds of Aruba, Curaçao, and Bonaire. Studies on the fauna of Curaçao and other Caribbean islands 7 (1): 1-260.