Eulogius Schneider

Eulogius Schneider

Johann Georg (Eulogius) Schneider (Frans: Euloge Schneider, Wipfeld, 20 oktober 1756 - Parijs, 1 april 1794) was een dichter en journalist afkomstig uit Franken (Duitsland). Aanvankelijk een franciscaan, engageerde hij zich in Straatsburg bij de jakobijnen tijdens de Franse Revolutie en werd daar als openbaar aanklager het toonbeeld van de Terreur. Hij stierf zelf onder de guillotine in 1794.

Levensloop

Na zijn arrestatie op 14 december 1793 werd Schneider in Straatsburg vastgebonden aan de guillotine.

Schneider werd geboren in een onbemiddeld landbouwersgezin. Zijn intellect werd opgemerkt door de dorpspastoor die hem onderrichtte in Latijn en vervolgens naar het gymnasium van de jezuïeten in Würtzburg. Vervolgens bezocht hij de plaatselijke academie. Tijdens zijn tijd in Würtzburg nam hij de naam Eulogius aan. Omdat hij geen bestaansmiddelen had, trad Schneider toe tot de franciscanen. Hij studeerde er Hebreeuws en oefende zich in de dichtkunst. Hij werd tot priester gewijd en werd leraar Hebreeuws in het franciscanenklooster van Augsburg. Hij werd opgemerkt door zijn preken, die blijk gaven van zijn redenaarstalent maar ook van zijn libertijnse ideeën. In 1786 werd hij aangesteld als predikant van de hertog van Württemberg en kreeg hij vrijstelling van zijn plichten als monnik. Maar ook daar kwam hij in de problemen door zijn libertijnse ideeën en in 1789 kreeg hij een aanstelling als hoogleraar literatuur en Grieks aan de universiteit van Bonn. Een elegie voor de gestorven keizer Jozef II van zijn hand zorgde daar voor opschudding.

Jakobijn

In 1791 trok hij naar het Franse Straatsburg waar de Franse Revolutie woedde. Hij kreeg er een aanstelling aan de katholieke academie en ook een aanstelling in het bisdom. Hij legde de eed van trouw aan de Civiele Grondwet van de Clerus af. Hij schaarde zich achter de jakobijnen en op 11 november werd hij verkozen in de gemeenteraad van Straatsburg. Hij stichtte op 1 juli 1792 de krant Argos die hij zou leiden tot zijn arrestatie.

Eind 1792 was hij gedurende enkele maanden gelast als burgemeester van Haguenau. Begin 1793 kreeg hij een aanstelling als openbaar aanklager van het departement Bas-Rhin (eerst aan het tribunal criminel, later aan het tribunal révolutionnaire). In oktober werd hij ook lid van het Comité de sûreté générale. Eind 1793 was hij als openbaar aanklager verantwoordelijk voor 31 doodsvonnissen tegen zogenaamde vijanden van de Revolutie in Straatsburg en andere steden in Bas-Rhin.

Op 20 november 1793 deed Schneider in de Tempel van de Rede (de kathedraal van Straatsburg) afstand van zijn priesterschap en op 14 december huwde hij in Barr. Toen hij die avond terugkeerde met zijn bruid naar Straatsburg werd hij gearresteerd. Hij werd naar Parijs gevoerd waar hij gevangen werd gezet, onder andere in de gevangenis van La Force. Op 1 april 1794 werd hij ter dood veroordeeld door het tribunal révolutionnaire en dezelfde dag nog werd hij ter dood gebracht onder de guillotine. Zijn laatste woorden zouden hebben geluid:

Il est impossible d'être plus complaisant envers les ennemis de la République qu'en me faisant mourir.[1]

Bron en noot

  1. "Het is onmogelijk om de vijanden van de Republiek meer tegemoet te komen, dan door mij te laten doden."