Eugène-François Vidocq

Vidocq

Eugène-François Vidocq (Arras, 24 juli 1775 - Parijs, 11 mei 1857) was een Franse crimineel en criminalist.

Levensloop

Vidocq werd geboren in een tamelijk welgesteld milieu in Arras. Zijn vader was bakker en graanhandelaar. In zijn jeugd bekwaamde hij zich in het schermen. Hij raakte al snel op het slechte pad; op dertienjarige leeftijd verbleef hij tien dagen in de gevangenis nadat zijn eigen vader hem had aangegeven voor een diefstal. Na een nieuwe diefstal vluchtte hij op zestienjarige leeftijd van huis en ging bij het Régiment de Bourbon. Hij vocht mee in de Franse revolutionaire oorlogen (in de slagen bij Valmy en bij Jemappes), maar werd in 1793 uit het leger ontslagen na desertie. Hij keerde terug naar Arras en huwde er met Louise Chevalier. Dit huwelijk liep al snel uit in echtscheiding, wegens overspel van zijn echtgenote.

Hij kwam aan de kost door diefstal en oplichting in Parijs en het noorden van Frankrijk. Op 27 december 1796 werd Vidocq veroordeeld tot acht jaar dwangarbeid wegens valsheid in geschrifte. Na verschillende pogingen wist hij te ontsnappen uit het bagno van Nantes. Hij werd in 1799 weer opgepakt maar wist opnieuw te ontsnappen uit het bagno van Toulon.

Sûreté

In 1806 was hij zijn clandestiene leven beu en begon hij te werken als verklikker voor de politie van Parijs. In 1811 richtte hij binnen de politie de Police de sûreté op, die moordenaars, dieven, oplichters en valsmunters opspoorde. Hij nam ex-gevangenen in dienst maar eiste van hen wel een onberispelijk gedrag. De Sûreté boekte meer succes dan de reguliere politie bij het opsporen van misdadigers.

Vidocq raakte bekend bij het grote publiek en in 1818 kreeg hij koninklijke gratie voor zijn veroordeling van 1796. Zijn succes leverde hem niet enkel bewondering maar ook afgunst op. Dit leidde tot zijn ontslag in 1827.

Hij vestigde zich in Saint-Mandé. Hij begon er met het schrijven van zijn memoires en startte ook een bedrijf op dat papier en inkt voor waardepapieren produceerde. Dit werd geen commercieel succes en in 1832 kwam hij weer aan het hoofd van de Sûreté. Maar de dienst fuseerde kort erna met de gemeentelijke politie van Parijs.

Later leven

Vidocq richtte daarna het Bureau de renseignements pour le commerce op, een detectivebureau avant la lettre. Maar dit bureau werd op rechterlijk bevel gesloten.

Vidocq overleed aan cholera in 1857.

In fictie

Nog meer dan door zijn memoires (Mémoires de Vidocq, chef de la police de Sûreté, jusqu'en 1827) werd Vidocq bekend door fictiewerken die op zijn leven waren geïnspireerd. Honoré de Balzac baseerde de figuur Vautrin[1] in La Comédie humaine op hem. Ook Jean Valjean uit Les Misérables van Victor Hugo was op zijn leven gebaseerd. Daarnaast werd zijn leven onderwerp van boeken en verfilmingen.