Ethio-Semitische talen
| Ethio-Semitische talen | ||||
|---|---|---|---|---|
| Gegevens | ||||
| Verspreiding | Ethiopië, Eritrea, Soedan | |||
| Taalfamilie |
| |||
| Meest gesproken taal | Amhaars (57.500.000 sprekers) | |||
| ||||
De Ethio-Semitische talen (ook Ethiopisch-Semitische, Ethiosemitische, Ethiopische of Abessijnse talen) zijn een taalfamilie die wordt gesproken in Ethiopië, Eritrea en Soedan. Zij vormen de westelijke tak van de Zuid-Semitische talen, zelf een subtak van het Semitische talen, onderdeel van de Afro-Aziatische talen.
Met 57.500.000 sprekers in 2019, inclusief ongeveer 25.100.000 sprekers als tweede taal, is Amhaars de meest gesproken taal van de groep, de meest gesproken taal van Ethiopië en de op één na meest gesproken Semitische taal ter wereld na Arabisch. Tigrinya heeft 7 miljoen sprekers en is de meest gesproken taal in Eritrea. Tigre is de op één na meest gesproken taal in Eritrea en heeft ook een klein aantal sprekers in Soedan. Het Geʽez heeft een literaire geschiedenis in haar eigen Geʽez-schrift dat teruggaat tot de 1e eeuw na Christus. Het wordt niet langer gesproken, maar blijft de liturgische taal van de Ethiopische en Eritrees-orthodoxe Tewahedo-kerken, evenals hun respectieve Oosters-katholieke tegenhangers.
Ontwikkeling
De eenheid van de Ethio-Semitische talen wordt algemeen aangenomen. Ze delen echter niet veel gemeenschappelijke innovaties. Marcel Cohen en Harold C. Fleming opperden de mogelijkheid dat ze twee afzonderlijke takken van het Semitisch zouden kunnen vertegenwoordigen die onafhankelijk van elkaar naar Afrika waren gemigreerd. Huidig onderzoek levert desondanks redenen om de Ethiopische Semitische talen als één groep te beschouwen, en merkt op dat er geen redenen zijn voor een alternatieve classificatie binnen het Semitisch.
Onderverdeling
Een primaire indeling van het Ethiopisch in noordelijke en zuidelijke takken werd voorgesteld door Cohen (1931) en Hetzron (1972). Het kreeg brede acceptatie, maar werd in recentere studies niet als zodanig gevolgd. Rainer Voigt betoogde dat kenmerken die worden gebruikt om de noordelijke en zuidelijke groep te definiëren niet exclusief voor hen zijn, maar ook worden aangetroffen in sommige talen van de andere groep, terwijl andere niet de hele groep bestrijken. Bulakh en Kogan zijn het eens over het verwerpen van het Noord-Ethiopisch en wijzen op verschillende unieke kenmerken, met name in het Ge'ez en Tigre. Zij blijven de brede zuidelijke groep ondersteunen, maar niet Hetzrons transversale zuidelijke groepering van Amhaars-Argobba en Harari-Oost-Gurage.
Hudson (2013) onderscheidde vijf primaire takken van het Ethiosemitisch. Zijn uiteindelijke classificatie staat hieronder:
- Ethiosemitisch
- Noord
- Geʽez
- Dahalik–Tigre–Tigrinya
- Dahalik–Tigre
- Dahalik
- Tigre
- Tigrinya
- Dahalik–Tigre
- Gafat (†)
- Soddo–Mesqan–Gurage
- Soddo
- Dobbi
- Galila
- Gogot
- Mesqan–Gurage
- Mesqan
- Urib
- Gurage
- Muher
- Chaha–Inor
- Chaha
- Ezma
- Gumer
- Gura
- Inor
- Ener
- Gyeta
- Indeganya
- Meger
- Mesmes
- Chaha
- Mesqan
- Soddo
- Siltʼe–Zay–Harari
- Harari
- Siltʼe–Zay
- Siltʼe
- Inneqor
- Ulbareg
- Wolane
- Zay
- Siltʼe
- Argobba–Amhaars
- Argobba
- Amhaars
- Noord
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Ethio-Semitic languages op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.