Enrique Dussel

Enrique Domingo Dussel Ambrosi (Mendoza, 24 december 1934 - Mexico City, 5 november 2023), beter bekend als Enrique Dussel was een Argentijns-Mexicaans filosoof, theoloog en historicus. In Europa is hij nauwelijks bekend, maar in Zuid-Amerika geniet hij grote waardering. Dussel is een van de grondleggers van de bevrijdingsfilosofie, voortgekomen uit de bevrijdingstheologie.[1] Hij betoogt dat de ontdekking van Amerika door Columbus het begin betekende van het roofkapitalisme in Zuid-Amerika dat tot op de dag van vandaag voortduurt.[2]
Biografie
Enrique Dussel kwam ter wereld in La Paz, een dorp in het woestijnachtige deel van Mendoza. Zijn vader werkte daar als arts voor de boeren en de armen. Moeder was een strijdlustige vrouw, die zeer actief was onder de verdrukten. Toen Enrique pas acht jaar oud was maakten zijn ouders hem al lid van de Katholieke Actie in Mendoza. Als 15-jarige mocht hij al deze organisatie vertegenwoordigen in het overleg van het bisdom. Van 1953 tot 1957 studeerde hij aan de Universidad Nacional de Cuyo. Hij behaalde zijn bachelor in filosofie als een Thomist, stellig van plan om het werk van Thomas van Aquino onder de armen voort te zetten. Hij was 23 jaar oud en vertrok naar het Spanje van Franco, terwijl hij zelf een fervente tegenstander van de dictator was.[3]
Hij vergaarde doctoraten in geschiedenis, zowel aan de Complutense-universiteit van Madrid als aan de Sorbonne. Vervolgens rondde hij een theologiestudie af in Münster. Eén van zijn professoren was Joseph Ratzinger, de latere paus Benedictus XVI. Volgens Dussel gold Ratzinger toentertijd als een progressieve hoogleraar. In Münster ontmoette hij zijn toekomstige vrouw Johanna Peters. Ze zouden twee kinderen krijgen.
Van 1959 tot 1961 woonde hij in Israël, waar hij zich het Hebreeuws en het Arabisch eigen maakte. Hij verrichtte eenvoudige werkzaamheden in een gemeenschap geleid door de Jezuïet Paul Gauthier, een Franse voormalige hoogleraar theologie die zich in het gebied als priester/arbeider inzette voor de arme bevolking van Nazareth. Dussel werkte er als timmerman: Ik heb nog steeds mijn hamer uit Nazareth, gemaakt van hardhout. Ik wil hem naar de tombe meenemen, in afwachting van de herrijzenis van Jezus. Ik stel me hem voor als een man met mijn hamer en mijn vakbondskaart van de Histadroet. Hierop staat: tavsán gimel, timmerman niveau drie.[3] In 1969 keerde hij terug naar Argentinië.
Bevrijdingsfilosofie
Hij doceerde ethiek aan de universiteit van Mendoza, waar hij was opgeleid. Samen met een aantal andere Argentijnse filosofen, zoals Osvaldo Adelmo Ardiles en Mario Casalla, stichtte hij in 1971 een beweging, die bevrijdingsfilosofie in haar vaandel had. Als eerste groep op het Latijns-Amerikaanse continent richtte deze Grupo Modernidad/Colonialidad zich op het kritisch onderzoeken van de relatie tussen de moderne tijd en het kolonialisme.[2]
Anders dan in de westerse wereld is 1492 voor Latijns-Amerika het Nul. De komst van Columbus betekende, volgens Dussel, het breekpunt voor het continent en het begin van de roofbouw, kolonisatie, racisme en het kapitalisme. De Spanjaarden vernietigden de lokale cultuur en drongen de bewoners het katholieke geloof op. Ze brachten ziektes en wapens, waarmee ze mensen vermoordden die zich niet aan het ware geloof onderwierpen. De bevrijdingstheologie en later filosofie was een uiting van het verlangen naar erkenning voor de oorspronkelijke bevolking.[4] In zijn boek Transmoderniteit, Transculturele filosofie van de 21e eeuw belicht hij niet alleen 200 hedendaagse filosofen, maar ook denkers uit verschillende wereldculturen, waaronder de Maya's, Inca's en Azteken.
De dekolonisatie en bewustwording zouden vorm krijgen in het onderwijs, zoals ontwikkeld door Paulo Freire. Volgens Wil Heefer, die het boek Dussel, de bevrijdingsfilosoof schreef wilden Dussel en de zijnen niet langer de westerse filosofen napraten. Immers de Europese denkers namen de logos als bron van kennis en de rationaliteit. In Zuid-Amerika ging het over leven en dood, een heel andere insteek. Dussel zegt:
Wat heeft het voor zin om over vrijheid te discussiëren, wanneer je iedere dag nauwelijks te eten hebt. Ik kies daarom bewust voor de miljoenen armen in Latijns-Amerika. Je kunt niet zonder schaamte wegkijken van het leed van de ander. Zorg dat de hongerigen te eten krijgen.[5]
Deze activiteiten leidden tot beschuldigingen van paramilitaire groeperingen, dat Dussel c.s. marxisten waren en zij werden regelmatig met de dood bedreigd. Bovendien leidden de zuiveringen die plaatsvonden aan de Nationale Universiteit van Cuyo tot zijn verwijdering van die instelling. Zijn kritiek op de junta leidde tot een bomaanslag op zijn huis. Op 31-jarige leeftijd vluchtte hij in 1975 naar Mexico, waar hij tot zijn dood zou blijven wonen.
Waardering wereldwijd
Na zijn naturalisatie was hij in Mexico verbonden aan diverse wetenschappelijke instellingen als hoogleraar ethiek en politieke filosofie, met name aan de Nationale Autonome Universiteit van Mexico. Zijn wetenschappelijke naam raakte gevestigd. Hij verzette zich nog steeds tegen de dominante klasse van het continent en streed voor de rechten van de oorspronkelijke bevolking, het recht op een menswaardig bestaan, met onderwijs en een dak boven je hoofd. Dussel had ook een andere opvatting over het begrip democratie. Het zou, volgens hem, moeten gaan om een vorm van participatiedemocratie; besturen is gehoorzamen aan de wil van het volk. Hij bestudeerde de ervaringen in Venezuela, Bolivia en andere landen. De manier waarop bijvoorbeeld het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger in Mexico opereerde. De leider Subcommandante Marcos was ooit student van Dussel. Marcos verklaarde dat leiding geven betekent dat je gehoorzaam bent aan de stem van de gewone mensen, in plaats van dat de politiek dominant is en haar wil oplegt.[6]
Enrique Dussel vervatte zijn uitgebreide kennis van de filosofie, politiek en religie in meer dan 50 boeken en honderden artikelen. Dit maakte hem tot een van de belangrijkste Zuid-Amerikaanse filosofen van de 20e eeuw. Hij stond in contact met vele andere filosofen zoals Karl-Otto Apel, Gianni Vattimo, Jürgen Habermas en Richard Rorty. In 1987 publiceerde Dussel een essay over de vraag, of je als leek theologie kunt beoefenen. Een vraag die hem blijkbaar vaak gesteld is, want hij reageert als volgt:
Ik ben niet zomaar een leek. Ik ben een christen en als zodanig kan ik een profeet, een priester of wie dan ook zijn, want ik kan elk van de geestelijke gaven uitoefenen die Paulus van Tarsus in zijn brief opsomt.[3]
Kort voor zijn dood verscheen Dussel nog in het openbaar. Hij was aanwezig bij een conferentie over kolonisatie en dekolonisatie in Rome, op uitnodiging van de Argentijnse paus Franciscus.
Externe link
- ↑ De bevrijdingsfilosoof het rebelse denken van Enrique Dussel: Boeddhistisch Dagblad, 2 december 2020
- 1 2 Enrique Dussel 1934-2023 Latijns-Amerikaans filosoof van wereldklasse: Dewereldmorgen, 7 november 2023
- 1 2 3 Theology of the laity: Huebunkers, 29 juli 2022
- ↑ Boekbespreking: Publishersweekly
- ↑ Wil Heeffer over Enrique Dussel en Latijns-Amerikaanse filosofie: ISVW
- ↑ The philosophy of liberation an interview with Enrique Dussel: Nakedpunch