Engelse veldiep

Engelse veldiep
Engelse veldiepen in Fitzroy Gardens, Melbourne
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (planten)
Stam:Embryophyta (landplanten)
Klasse:Spermatopsida (zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'Nieuwe' tweezaadlobbigen
Clade:Fabiden
Orde:Rosales
Familie:Ulmaceae (iepenfamilie)
Geslacht:Ulmus (iep)
Soort
Ulmus procera
Salisb. (1796)
Engelse veldiep
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Engelse veldiep (Ulmus procera) is een plantensoort uit de iepenfamilie (Ulmaceae). Ze is voornamelijk te vinden is in het Verenigd Koninkrijk. In de rest van Europa wordt de boom zo nu en dan aangeplant. Hij is zeer gevoelig voor de iepziekte.

Determinatie

Engelse veldiep groeit uit tot boom en kan een hoogte bereiken van 35 m. Ze heeft dikke, gedraaide takken die hoog aan de stam groeien, de kroon is smal en koepelvormig. De schors is donkerbruin of grijs en diep gegroefd. De lange, slanke twijgen hebben een roodachtig bruine kleur en dichte beharing. De knoppen zijn puntig, eivormig en donkerbruin.

De eironde of ronde bladeren tussen zijn 4,5 en 9 cm groot. Ze hebben dubbel getande randen en een scheve bladvoet.[1] De bladsteel is donzig en circa 5 mm lang. Het blad is donkergroen en voorzien van ruwe haartjes aan de bovenzijde. In de herfst kleurt het geel of goudkleurig. Al voor de bladeren verschijnen de donkerrode bloemen met groepjes meeldraden. Het zaad zit in een vleugel, deze is eerst bleekgroen, later bruin.

Gebruik

Engelse veldiep levert roodachtig bruin hout dat sterk, stevig en zwaar is en niet snel splijt. Het wordt vooral gebruikt voor binnen- en buitenmeubels en voor doodskisten. Daarnaast is het geschikt voor bruggen, heipalen, boten, enzovoort. De bast bevat looistof.