Embargo van de Verenigde Staten tegen Cuba
Het embargo van de Verenigde Staten tegen Cuba is een economisch en financieel embargo dat sinds 8 februari 1962 door de Verenigde Staten aan Cuba is opgelegd. De grootste voorstanders van het embargo zijn de Cubaanse bannelingen die in groten getale in Florida wonen. De meeste politici hebben hun standpunt overgenomen. Tegen het embargo pleiten vooral zakenlieden die aangeven dat handel tussen de Verenigde Staten en Cuba juist zou leiden tot een betere relatie.
Voorgeschiedenis
Op 20 maart 1902 werd de Republiek Cuba gesticht. De Verenigde Staten verwierven hierbij een grote politieke en economische invloedssfeer over het nieuwe land. Zo kregen de VS het recht om in te grijpen in Cubaanse aangelegenheden, en was Cuba verplicht grond die nodig was voor mijnbouw en marinebases aan de Verenigde Staten te verkopen of te verpachten. Hierdoor werden de Verenigde Staten al snel de grootste handelspartner van Cuba. Begin jaren dertig was 22% van de Cubaanse grond en 90% van de elektriciteitscentrales in handen van Amerikaanse ondernemingen.[1]
Toen rebellen onder leiding van Fidel Castro een strijd begonnen tegen het door de VS gesteunde regime van Fulgencio Batista, kondigden de Verenigde Staten in maart 1958 een wapenembargo af in een poging de opstand te smoren. Desalniettemin wonnen Castros rebellen op 1 januari 1959 de revolutie, waarmee Batista en de Verenigde Staten hun grip op Cuba verloren.[1]
Geschiedenis van de Embargo
In 1960 kondigden de Verenigde Staten aan dat de export van Cubaanse suiker, de levensader van de Cubaanse economie, sterk gelimiteerd zou worden. Kort daarna werd de verkoop van helikopters, die ogenschijnlijk voor de landbouw bestemd waren, aan Cuba geannuleerd. In de tweede helft van dat jaar weigerden Amerikaanse oliemaatschappijen om nog langer olie aan Cuba te leveren. Ook werd het Amerikaanse burgers verboden om naar Cuba te reizen en werden de verkoop en verhuur van schepen aan het eiland aan banden gelegd. In oktober 1960 werd vrijwel alle export naar Cuba verboden.
De escalatie zette door in 1961. Op 3 januari werden de diplomatieke en consulaire betrekkingen met Cuba verbroken. In februari volgde een verbod op de import van alle Cubaanse producten. Alleen de handel in medicijnen en voedsel was officieel van het embargo uitgesloten, maar zelfs het vervoer van deze humanitaire goederen werd bemoeilijkt door de invoer van speciale vergunningen.
Embargo verzacht en weer verhard
De restricties om naar Cuba te reizen werden opgeheven onder de regering van president Jimmy Carter, maar president Ronald Reagan stelde die vijf jaar later weer in. Het embargo houdt in dat het niet verboden is voor Amerikaanse burgers om naar Cuba te reizen, maar wel om zonder overheidstoestemming financiële transacties te doen in Cuba.
Wet Helms-Burton
Het embargo tegen Cuba werd wettelijk vastgelegd in de Cuban Democracy Act van 1992 en de Helms-Burton Act van 1996. De Helms-Burton Act werd aangenomen vlak nadat Cuba een onbewapend Amerikaans vliegtuig had neergeschoten waarbij vier doden vielen. De wet maakt het mogelijk om bedrijven te vervolgen wanneer zij handel drijven met Cuba, of indien het geen Amerikaanse bedrijven zijn, sancties op te leggen. De wet heeft ook als gevolg dat de president van de Verenigde Staten niet meer eigenhandig – zonder toestemming van het Congres – kan bepalen of het embargo wordt opgeheven. De Europese Unie maakte bezwaar tegen de wetten. Zij vond dat het de Verenigde Staten ongeloofwaardig maakte, omdat de VS juist andere landen dicteerde over de belang van een vrije wereldmarkt.
Maatregelen onder president Clinton
Het embargo werd onder president Bill Clinton iets afgezwakt door te stellen dat het wel mogelijk zou om agrarische producten en medicijnen naar Cuba te exporteren voor humanitaire middelen. Cuba heeft lange tijd alle import geweigerd, maar nadat de orkaan Michelle in november 2001 Cuba trof stond de Cubaanse overheid haar burgers toe om hulpmiddelen van de Amerikanen te kopen. Sindsdien heeft de Cubaanse overheid daar toestemming voor blijven geven en momenteel zijn de Verenigde Staten de op vijf na belangrijkste handelspartner van Cuba.
Beleid regering-Obama
De regering van president Barack Obama koos voor een andere koers. Zo stelde minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton dat het verbod voor Cubaans-Amerikaanse gezinnen om hun thuisland te bezoeken moet worden opgeheven. Op 23 april 2009 hief Obama dit verbod ook daadwerkelijk op. De belangrijkste reden om te kiezen voor een andere koers was dat de jarenlange poging om Cuba te isoleren niet had gewerkt.
De Amerikaanse regering kondigde in december 2014 verdere maatregelen aan die moeten leiden tot een betere verstandhouding met Cuba. Zo werd het voor Amerikanen makkelijker om Cuba te bezoeken en om handel te drijven met Cubaanse particuliere bedrijven. Verder mochten in Amerika woonachtige Cubanen een groter bedrag overmaken naar hun familieleden in het thuisland. Daarnaast heropent de VS na 50 jaar haar ambassade in Cuba. Het embargo wordt (nog) niet opgeheven. Daarvoor is onder andere instemming van de Senaat en het Huis van Afgevaardigden voor nodig.[2] De Cubaanse leider Raul Castro, broer van Fidel Castro, reageerde positief op de Amerikaanse toenadering.[3]
Regering-Trump en Biden
Nadat onder het bewind van president Obama de relatie tussen Cuba en de VS leek te zijn verbeterd, draaide president Donald Trump in zijn regeerperiode veel van de beslissingen van zijn voorganger terug. Zo werd het personeel van de ambassade van de Verenigde Staten teruggehaald, na vermeende sonische aanvallen op de ambassade. De Cubaanse regering ontkende betrokkenheid bij deze sonische aanvallen.[4] Daarnaast werden 15 Cubaanse diplomaten door Trump het land uitgezet.[5] Later bleek dat de 'geluidsaanvallen' aan insecten te wijten waren.[6]
Op 1 november 2017 kwamen de Verenigde Naties bij elkaar om voor de 26e keer te stemmen over het opheffen van het embargo van de Verenigde Staten tegen Cuba. Van de 193 stemmende landen, stemden 191 voor de afschaffing van het embargo en 2 tegen/onthoudingen. Respectievelijk zijn dit Israël en de Verenigde Staten.[7]
Op 14 januari maakte de Amerikaanse regering onder president Joe Biden bekend dat zij Cuba niet langer aanwijst als een staat die terrorisme steunt. Hierdoor wordt een deel van de Helms-Burton Act tijdelijk opgeschort.[8] Echter besloot president Trump dezelfde maand om Cuba opnieuw op de lijst van "staten die terrorisme steunen" te plaatsen.[9]
Gevolgen van de blokkade
De toelevering van landbouwwerktuigen was volledig afhankelijk van de Amerikaanse markt. Toen de wederzijdse uitwisseling van kennis en informatie stopte, werd Cuba gedwongen zich aan te passen, hetgeen tot hogere kosten leidde. De motoren en pompen die in de landbouw werden gebruikt, waren immers van Amerikaanse makelij. Cuba moest daarom naar alternatieven zoeken om de landbouw effectief te kunnen blijven bedrijven.[1]
De Cubaanse regering zocht haar toevlucht tot andere markten voor benodigde zaden, maar deze waren afkomstig uit andere klimaatzones en vertoonden daardoor niet hetzelfde groeigedrag in Cuba. Zowel de landbouw als de veeteelt leden ernstig onder het embargo, wat zelfs leidde tot het opduiken van zeldzame ziekten en plagen in deze sectoren.[1]
Door het embargo op de suikerexport verloor Cuba haar belangrijkste afzetmarkt. Al aan het begin van de blokkade nam de export af met 3.119.665 ton.[1]
De aanschaf van eerste levensbehoeften op Europese en Aziatische markten leidde tot een kostenstijging van 30%.[1]
Bovendien ondervond Cuba ernstige gevolgen in het transportwezen, de burgerluchtvaart, het telefoonverkeer, de zware industrie, de volksgezondheid, de buitenlandse handel en de sport.[1]
Externe link
- (en) US Treasury Cuba Sanctions
- 1 2 3 4 5 6 7 Cotayo, Nicanor León (1993). Met de rug tegen de muur. Uitgeverij Stichting Cuba Sí-Amsterdam. ISBN 90-801407-1-6.
- ↑ Versoepeling van houding VS ten aanzien van Cuba, Nu.nl, 17 december 2014. Gearchiveerd op 2 april 2023.
- ↑ Obama: "Tijd voor een nieuwe relatie met Cuba, Nos.nl, 17 december 2014. Gearchiveerd op 1 maart 2021.
- ↑ VS haalt personeel weg van ambassade in Cuba na 'geluidsaanvallen', NU.nl, 29 september 2017
- ↑ Cuba volgende slachtoffer van Trumps Obama-afbraak, MO.be, 6 okt 2017. Gearchiveerd op 1 maart 2021.
- ↑ In januari 2019 presenteerden de biologen Alexander Stubbs en Fernando Montealegre bewijs dat baltsende krekelmannetjes van de soort Anurogryllus celerinictus het irritante geluid in de ambassade veroorzaakten. Merijn de Waal: Biologen: diplomaten VS op Cuba hoorden geen geluidswapen maar krekels NRC 6 januari 2019. Ook: Merijn de Waal: 'Geluidsaanvallen'. Amerikaanse diplomaten op Cuba 'ziek van krekels' NRC Next 7 januari 2019 p. 13. Gearchiveerd op 26 maart 2023.
- ↑ VS-blokkade verhindert Europese transacties met Cuba. Europa veroordeelt, maar schikt zich, MO.be, 2 november 2017. Gearchiveerd op 30 januari 2023.
- ↑ Commissie Internationaal, "Cuba verwijderd van lijst landen die terrorisme sponsoren", manifest, 16 januari 2025. – via leesmanifest.nl.
- ↑ Commissie Internationaal, "Over de beslissing van de Trump-regering om Cuba te plaatsen op de lijst van landen die terrorisme sponsoren", manifest, 29 januari 2025. – via Leesmanifest.nl.