Elisabeth Zernike

Elisabeth Zernike
Elisabeth Zernike, 1941
Elisabeth Zernike, 1941
Persoonsgegevens
Volledige naam Elisabeth Zernike
Pseudoniem(en) L. Zernike[1]Bewerken op Wikidata
Geboortedatum 8 juli 1891
Geboorteplaats Amsterdam
Overlijdensdatum 12 maart 1982
Overlijdensplaats Laren
Geboorteland Nederland
Opleiding en beroep
Beroep schrijfster
Erkenning en lidmaatschap
Prijzen en onderscheidingen Haagsche Postprijs
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Elisabeth Zernike (Amsterdam, 8 juli 1891Laren, 12 maart 1982) was een Nederlandse schrijfster. Ze was de eerste vrouw in Nederland die werd bekroond met een literaire prijs.

Biografie

Ze werd geboren in Amsterdam als dochter van Carl Friedrich August Zernike en Antje Dieperink. Haar vader was schoolhoofd en pedagoog en haar moeder onderwijzeres. Ze was een zuster van Anne Zernike en Frits Zernike. Ze ging naar de meisjes-HBS in Amsterdam en later naar de Muziekschool voor Toonkunst. Ze behaalde het diploma voor spraaklerares, maar daarna ging ze schrijven. In 1911 ging ze bij haar zuster Annie wonen in Bovenknijpe, die de eerste vrouwelijke predikant in Nederland was, en deed voor haar de huishouding. Van 2 oktober 1915 tot 24 februari 1917 was ze redacteur van het Amsterdamse studentenweekblad Propria Cures. Haar eerste korte verhaal werd in 1915 gepubliceerd in Eigen Haard. Van 1916 tot 1925 woonde ze bij haar broer Frits, de Natuurkundige die later de Nobelprijs zou krijgen.

In 1919 verscheen haar eerste roman Het schamele deel. In 1921 ontving ze de Haagse Postprijs voor haar boek Een vrouw als zij. Daarmee was ze de eerste vrouw in Nederland die een literaire prijs ontving. In de jaren twintig en jaren dertig verscheen er bijna ieder jaar een boek van haar. Haar romans zijn psychologisch verantwoorde beschrijvingen van het Hollandse burgerleven. Ze was beînvloed door de realistische school van Herman Robbers met wie ze ook persoonlijk contact had. Van 1916 tot aan zijn dood in 1937 onderhield ze met hem een briefwisseling. Zernike schreef in haar romans over conflictsituaties van gewone mensen in hun alledaagse werkeijkheid. Haar personages zijn mensen met een rijk innerlijk leven die strijd moeten voeren voor het behoud van hun eigenheid. Ook een belangrijk motief is de natuurbeleving. De hoofdpersonen in haar romans zijn meestal vrouwen. Een uitzondering hierop zijn David Drenth, De oudste zoon en Een sprookje waarin een man de hoofdpersoon is. Zernike kon leven van het schrijverschap. Ze publiceerde onder andere in Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, De Gids, Eigen Haard, Den Gulden Winckel, De Stem, Onze Eeuw en Het Handelsblad. Zernike leefde teruggetrokken, eerst in Doorn en daarna in Maarn, Leusden en Wageningen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog weigerde ze lid te worden van de Kultuurkamer. Ze had daardoor geen inkomsten meer. Om daarin te voorzien hield ze voordrachten over het werk van P.C. Boutens en J.H. Leopold.

In 1949 ontving ze de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor haar gedicht "En toen wij afscheid namen...".[2]

Zernike was antigodsdienstig en overtuigd pacifist en antimilitarist. Ze was ongehuwd en had geen kinderen. Ze overleed in 1982 in verpleeghuis De Stichtse Hof in Laren en werd begraven in het graf van haar broer Frits op Begraafplaats Zorgvlied in Amsterdam.[3] Haar naam staat niet op de steen.

Bibliografie

Romans

  • 1919 - Het schamele deel
  • 1920 - Een vrouw als zij
  • 1921 - Kinderspel - (novelle)
  • 1923 - Het goede huis (korte roman)
  • 1925 - De overgave (korte roman)
  • 1925 - Zondebok (novelle)
  • 1927 - Een sprookje (novelle)
  • 1928 - Het eerste licht (novelle)
  • 1929 - De loop der dingen
  • 1930 - De gereede glimlach (verhalen)
  • 1931 - David Drenth
  • 1934 - Het buurmeisje (YA)
  • 1935 - Vriendschappen
  • 1936 - Het leven zonder einde
  • 1937 - De oudste zoon
  • 1938 - Morgen weer licht
  • 1940 - Bruidstijd (in 1941 vertaald in het Duits als Brautleute door Werner Ackermann[4])
  • 1942 - De schaatsentocht (novelle)
  • 1946 - De gast
  • 1950 - De erfenis (novelle)
  • 1951 - Bevrijding uit de jeugd (verhalen)
  • 1953 - De roep
  • 1959 - Het harde paradijs
  • 1961 - Haar vreemdeling
  • 1963 - Kieren van de nacht

Gedichten

  • 1950 - Dralend afscheid
  • 1953 - Het uur der stilte
  • 1956 - Kleine drieklank
  • 1966 - Achttien gedichten (bibliofiele uitgave)
  • 1977 - Heim'lijk droomen met een glimlach (bibliofiele uitgave)

Overig

  • 1938 - Weest overtuigd! (Rede uitgesproken bij de Jongeren Vredes Actie)

Prijzen