Egbert Wever

Egbert Wever (Beilen, 11 november 1940) is een Nederlands geograaf en emeritus hoogleraar

Levensloop

Egbert Wever groeide op in Beilen. Hij bezocht de openbare lagere school en de ULO in die plaats. Na het behalen van het ULO-diploma vervolgde hij zijn opleiding aan de HBS in Assen. In 1959 begon hij met de studie sociale geografie aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 1965 behaalde hij zijn doctoraal bul.

Door bemiddeling van zijn hoogleraar Hendrik Jacob Keuning kreeg hij daarna een promotiebeurs (beperkt en voor 2 jaar) om het onderwerp van zijn doctoraalscriptie over het petrochemisch complex in de Rijnmond verder uit te werken tot een proefschrift. Hij combineerde het onderzoek voor zijn proefschrift met een part-time baan als aardrijkskundeleraar bij het Rijkslyceum in Meppel. Tussen 1967 en 1968 werd deze baan gecombineerd met parttime aanstellingen als leraar aardrijkskunde in Leeuwarden en Steenwijk.

In 1969 volgde zijn aanstelling als wetenschappelijk medewerker bij het Geografisch Instituut van de Radboud Universiteit. De snel groeiende opleiding sociale geografie zocht versterking van de wetenschappelijke staf voor het specialisme industriële geografie. Al snel na zijn aanstelling werd dit verbreed tot economische geografie.

In 1974 werd het proefschrift afgerond. Wever promoveerde bij Hendrik Jacob Keuning op het proefschrift Olieraffinaderij en Petrochemische Industrie. Ontstaan, samenstelling, voorkomen van petrochemische complexen.

In 1977 volgde de benoeming tot lector in de Economische Geografie, in 1980 gevolgd door een aanstelling als hoogleraar Economische Geografie.

In 1988 veranderde de organisatorische structuur van de Katholieke Universiteit. De afnemende instroom van studenten noodzaakten het College van Bestuur om de studies sociale geografie en planologie en andere disciplines zoals politicologie, een deel van de sociologie (bedrijfskunde), de economie en de bestuurskunde op te laten gaan in een nieuwe faculteit: de Faculteit Beleidswetenschappen [1]. Wever werd de eerste decaan van deze faculteit.

Van 1990-1993 was hij parttime directeur van het onderzoeks- en adviesbureau Buck Consultants International (BCI). In die periode vertrok hij ook bij de faculteit Beleidswetenschappen om parttime hoogleraar Economische geografie, in het bijzonder op het terrein van de ruimtelijke logistiek te worden aan de Universiteit Utrecht.

Na het plotselinge overlijden van Marc de Smidt in 1993 volgde Wever hem op. Zijn leeropdracht werd gewijzigd in Gewoon hoogleraar Sociale geografie, in het bijzonder economische geografie en internationale economie. In 2004 vertrok hij. In plaats van een afscheidscollege organiseerde hij voor collega’s een excursie naar Drenthe om ze te laten kennismaken met de verscheidenheid aan economische activiteiten in de deze provincie. Hij werd daarna bijzonder hoogleraar Euregionale grensproblematiek bij de Radboud Universiteit in Nijmegen. In 2005 ging hij met emeritaat.

Daarna was hij nog een jaar werkzaam als lector bij de Hogere Agrarische Hogeschool in ’s-Hertogenbosch. Na zijn emeritaat concentreerde zijn wetenschappelijke belangstelling zich op de ontwikkeling van de economie in zijn geboorteprovincie Drenthe.

Wetenschappelijk werk

In vrijwel al het wetenschappelijk werk van Wever stond de relatie bedrijvigheid - regionaal economische ontwikkeling centraal. De nadruk hierbij lag daarbij sterk op de regionale variatie binnen Nederland. Wever legde de basis voor zijn analyses van de regionaal-economische ontwikkeling bij zijn studies in de jaren 70 van de vorige eeuw naar de veranderingen in de levenscyclus van bedrijven. Hij was daarmee een van de eersten [2] die gegevens over vestiging, sluiting, uitbreiding en migratie onderzocht. Deze zogenaamde jaargangenanalyses werden gebaseerd op gegevens van de Kamers van Koophandel. Centraal stond in dat onderzoek de regionale variatie in het aantal opgerichte bedrijven. Het jarenlange onderzoek werd vastgelegd in een groot aantal rapporten en mondde in 1984 uit in het boek ‘Nieuwe bedrijven in Nederland’ [3].

Met David Keeble werd de relatie tussen nieuwe bedrijven en regionale ontwikkeling aan de orde gesteld in een congres in 1985. De papers werden later gebundeld in de publicatie ‘New Firms and Regional Development in Europe’ (1986). De grote aandacht voor regionaal-economische vraagstukken gaf ook de studenten sociale geografie nieuwe kansen op de arbeidsmarkt.

Bij (ongelijke) regionale ontwikkeling spelen innovatie en technologie een belangrijke rol. Met Bert van der Knaap publiceerde Wever in 1987 een bundel onder de titel ‘New Technology and Regional Development’ en samen met Marc de Smidt organiseerde hij bilaterale congressen met onderzoekers uit andere landen om dit type onderzoek in een internationale context te presenteren [4][5].

De empirisch verkregen inzichten werden gebundeld in een reeks van boeken. In 1979 verscheen een volledig herziene versie van het eerder door Ad Jansen en Marc de Smidt geschreven ‘Industrie en Ruimte’ waaraan nu ook Wever meewerkte [6]. In 1999 verscheen ‘De Nederlandse Industrie. Vernieuwing, Verwevenheid en Spreiding’ Uitgeverij Van Gorcum Assen. Van een eerdere versie van dit boek, toen nog geschreven door Marc de Smidt & Egbert Wever is in 1990 bij Routledge New York ook een Engelse versie uitgekomen: ‘An Industrial Geography of the Netherlands. An International Perspective’.

Als Drent van origine was Wever altijd zeer betrokken bij de sociaal-economische ontwikkeling van deze provincie. De verbazing over de vele stereotype opvattingen over de provincie (Drentenieren, heide, schapen, fietspaden, hunebedden etc) zette hij om in twee ‘feitelijke’ rapportages over de ontwikkeling van de Drentse economie sinds 1945. Het eerste boek verscheen ter gelegenheid van het 150 jarig bestaan van de Kamer van Koophandel Drenthe onder de titel ‘We mogen niet klagen’. Het tweede kwam uit in 2008. In ‘De opbloei van een muurbloem’ stond de ontwikkeling van de werkgelegenheid sinds 1945 centraal.

Publicaties

(een selectie) Voorbeelden van een meer brede benadering zijn:

  • J.Buursink & E.Wever (red) (1986) ‘Regio en Ontwikkeling. Aspecten van regionaal-economische ontwikkelingen in Nederland’. Nederlandse Geografische Studies nr. 26 Een uitgave van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap
  • E. Wever (1984), Nieuwe bedrijven in Nederland, Uitgeverij Van Gorcum, Assen
  • O.A.C.L Atzema & E.Wever (redactie) (1994) Economisch geografische variaties. De veelzijdigheid van Marc de Smidt. Uitgeverij Van Gorcum Assen
  • Oedzge Atzema, Jan Lambooy, Ton van Rietbergen & Egbert Wever (1997) ‘Ruimtelijk Economische Dynamiek. Kijk op bedrijfslocatie en regionale ontwikkeling. Uitgeverij Coutinho Bussum
  • W. van der Velden & E. Wever (red.), (1995) ‘Nederland is meer dan de Randstad. De economische emancipatie van overig Nederland’. Een uitgave van Rabobank Nederland, Stafgroep Economisch Onderzoek Utrecht
  • W. van der Velden & E.Wever (Red.) (2000) ‘Regio’s in beweging. Dynamiek en continuiteit in de regionale economie van Nederland’. Een uitgave van Rabobank Nederland, Stafgroep Economisch Onderzoek Utrecht
  • E.Wever (ed) (2003) ‘Recent urban and regional developments in Poland and the Netherlands’. Nederlandse Geografische Studies nr.319. Een uitgave van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap
  • E.Wever (2003), ‘We mogen niet klagen. De ontwikkeling van de Drentse economie na 1945’. Uitgeverij Van Gorcum Assen. Deze bijdrage is tot stand gekomen in samenwerking met de Provincie Drenthe en de Kamer van Koophandel Drenthe
  • E. Wever (2008), ‘De opbloei van een muurbloem. De ontwikkeling van de werkgelegenheid in Drenthe sinds 1945’. Uitgeverij Fagus IJzerlo

Voorbeelden van regionale variatie op deelaspecten zijn:

  • E.Wever (1984) ‘Nieuwe bedrijven in Nederland’. Uitgeverij Van Gorcum
  • David Keeble & Egbert Wever (eds) (1986) ‘New Firms and Regional Development in Europe’. Croom Helm London
  • E.Wever (1974) ‘Olieraffinaderij en Petrochemische Industrie. Ontstaan, samenstelling, voorkomen van petrochemische complexen’. Proefschrift Faculteit Economische Wetenschappen RU Groningen
  • Willem Molle en Egbert Wever (1984) ‘Oil Refineries and Petrochemical Industries in Western Europe, Buoyant Past’, Uncertain Future’. Published by Gower Aldershot (UK)
  • O.A.L.C.Atzema & E. Wever (1999) ‘De Nederlandse Industrie. Vernieuwing, Verwevenheid en Spreiding’ Uitgeverij Van Gorcum Assen.

Voorbeelden van de invloed van bedrijven op de regionale ontwikkeling:

  • E.Wever (1988) Afzender: ccFriesland. De ontwikkeling van ccFriesland in de periode 1913-1988 en haar betekenis voor de Friese en noordelijke economie’. Een uitgave van ccFriesland. Van deze publicatie is ook een Engelse versie uitgekomen: ‘For Friesland Foremost’
  • Marc de Smidt & Egbert Wever (red) ‘The Corporate Firm in a Changing World Economy. Case studies in the geography of enterprise’. Routledge London
  • Piet Pellenbarg & Egbert Wever (eds) (2008) International Business Geography. Case studies of corporate firms’. Routledge London