Edward Porter Alexander
| Edward Porter Alexander | ||
|---|---|---|
![]() | ||
Edward Alexander in 1866 | ||
| Geboren | 26 mei 1835 Washington, Georgia | |
| Overleden | 28 april 1910 Savannah, Georgia | |
| Rustplaats | Magnolia Cemetery Augusta, Georgia | |
| Land/zijde | ||
| Onderdeel | ||
| Dienstjaren | 1857-1861 (USA) 1861-1865 (CSA) | |
| Rang |
| |
| Slagen/oorlogen | Amerikaanse Burgeroorlog | |
| Ander werk | Plantage-eigenaar, directeur van een spoorwegmaatschappij, auteur | |
Edward Porter Alexander (Washington, 26 mei 1835 – Savannah, 28 april 1910) was een Amerikaans militair, ingenieur, directeur van een spoorwegmaatschappij en auteur. Na een korte loopbaan in het United States Army nam hij in het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog dienst in het Confederate States Army waar hij opklom tot van rang van brigadegeneraal .
Alexander overzag de artilleriebeschieting voorafgaand aan Pickett's Charge, op de derde dag van de Slag bij Gettysburg. Hij zette als een van de eersten observatieballonnen in om de vijandelijke stellingen in kaart te brengen. Na de oorlog gaf hij wiskunde aan de University of South Carolina. Hij bracht enige tijd door in Nicaragua en schreef zijn memoires met een uitgebreide analyse van de oorlog die alom geprezen werd voor hun objectiviteit. Zijn Military Memoirs of a Confederate werden gepubliceerd in 1907. Een uitgebreide beschrijving van zijn militaire training en persoonlijke ervaringen in de oorlog werden na zijn dood ontdekt en pas in 1989 gepubliceerd onder de titel Fighting for the Confederacy.
Vroege jaren
Edward P. Alexander werd geboren op 26 mei 1836 in Washington, Georgia. Hij was het zesde kind in een reeks van tien van Adam Leopold Alexander en Sarah Hilhouse Gilbert. Zijn ouders hadden uitgebreide plantages in Georgia.[1] Zijn moeder was de kleindochter van Sarah Porter Hillhouse, de eerste vrouwelijke redacteur en drukker in de Verenigde Staten van Amerika.[2] Edward werd de schoonbroer van Alexander R. Lawton en Jeremy F. Gilmer die later eveneens generaals in het Confederate States Army werden.[3] Alexander werd toegelaten tot het United States Military Academy in West Point. Hij studeerde af in 1857[4] als derde in een klas van 38 kadetten. Alexander werd benoemd tot gebrevetteerd tweede luitenant bij de genie. Hij gaf korte tijd les aan de militaire academie voor hij naar de Utahoorlog werd gestuurd onder brigadegeneraal Albert Sidney Johnston.[4] Voor hij Johnston bereikte was het conflict reeds voorbij en keerde hij onverrichterzake terug naar West Point. Hij voerde enkele experimenten uit met nieuwe wapens en werd de assistent van majoor Albert J. Myer, de eerste officier die toegewezen werd aan het Signal Corps en de uitvinder was van de "wig-wag" seinvlaggen om boodschappen te versturen.[5] Op 10 oktober 1858 werd Alexander bevorderd tot tweede luitenant.[3]
In 1859 ontmoette hij Bettie Mason uit Virginia. Ze huwden op 3 april 1860.[6] Het koppel kreeg uiteindelijk zes kinderen: Bessie Mason (geboren in 1861), Edward Porter II en Lucy Roy (een tweeling geboren in 1863), een dochter die kort na haar geboorte stierf in 1865, Adam Leopold (1867) en William Mason (1868).[7] Na zijn bevordering diende hij in Fort Steilacoom in het Washingtonterritorium,[8] en op Alcatraz in de baai van San Francisco, Californië.[9]
Amerikaanse Burgeroorlog
1861-1862
Nadat het nieuws hem bereikte dat zijn thuisstaat Georgia had gekozen voor secessie nam Alexander op 1 mei 1861 ontslag uit het United States Army. Hij nam onmiddellijk dienst in het Confederate States Army en werd aangesteld als kapitein bij de genie. Zijn eerste taak was het oprichten van een eigen Signal Corps en het trainen van de nodige manschappen. Tijdens een van deze trainingen moest Alexander zich op 3 juni melden bij brigadegeneraal P.G.T. Beauregard in Manassas, Virginia. Beauregard was bevelhebber van het Confederate Army of the Potomac.[3] Hij benoemde Alexander tot hoofdingenieur en verbindingsofficier en werd op 1 juli bevorderd tot majoor. [3]
Tijdens de Eerste Slag bij Bull Run schreef Alexander geschiedenis door als eerste officier seinvlaggen te gebruiken om boodschappen over te brengen tijdens een veldslag. Vanop "Signal Hill" had Alexander een goed overzicht van alle Noordelijke troepenverplaatsingen en gaf die gegevens door naar de brigade van kolonel Nathan G. Evans zoals "Uitkijken voor je linkerflank of je zal geflankeerd worden".[10] Toen Beauregard en generaal Joseph E. Johnston deze informatie kregen, stuurden ze onmiddellijk versterkingen en wonnen zo de veldslag.[9]
Op 31 december 1861 werd Alexander bevorderd tot luitenant-kolonel.[3] Hij kreeg de verantwoordelijkheid over de munitiebevoorrading voor wat later het Army of Northern Virginia zou worden. Zijn tweede taak was het verder uitbouwen van het Signal Corps, het verzamelen van inlichtingen en het uitbouwen van een spionagenetwerk in en rond Washington D.C.[9][11] Tijdens de eerste dagen van de Schiereilandveldtocht, in het voorjaar van 1862, bleef Alexander verantwoordelijk voor de munitiebevoorrading. Hij nam deel aan de Slag bij Williamsburg onder generaal-majoor James Longstreet. Toen generaal Robert E. Lee het bevel van het leger overnam nadat Johnston gewond was geraakt, zorgde Alexander ervoor dat er genoeg voorraden en munitie gestockeerd werden zodat Lee aan zijn tegenoffensief kon beginnen. Op 27 juni gaf hij zich op als vrijwilliger om tijdens de Slag bij Gaines' Mill via een luchtballon informatie in te zamelen over de vijandelijke stellingen.[12]
Ook tijdens de Veldtocht in noordelijk Virginia (Tweede Slag bij Bull Run) en de Marylandveldtocht (Slag bij Antietam) zorgde Alexander voor de munitiebevoorrading.[9] Hij werd bijna gevangen genomen door Noordelijke cavalerie onder leiding van kolonel Benjamin F. "Grimes" Davis. De Noordelijken veroverden 40 van de 80 karren met munitie bij Harpers Ferry maar Alexander kon het vege lijf redden.[13]
Op 7 november 1862 verliet hij de staf van Lee om bevelhebber te worden van de artillerie in het First Corps van het Army of Northern Virginia onder Longstreet. Een maand later, op 5 december, werd Alexander bevorderd tot kolonel.[3] Hij speelde een doorslaggevende rol in de Zuidelijke overwinning bij Fredericksburg door zijn opstelling van de kanonnen op Marye’s Heights. Terwijl de rest van Longstreets korps in het voorjaar van 1863 rond Suffolk, Virginia opereerde, was Alexander toegevoegd aan het korps van luitenant-generaal Stonewall Jackson waar hij deelnam aan de Zuidelijke flankeerbeweging bij Chancellorville.[9]
Gettysburg
Tijdens de Slag bij Gettysburg was de Zuidelijke artillerie in de minderheid qua aantal stukken, qua training en vooral op het vlak van munitiebevoorrading en kwaliteit van de munitie. Alexander kreeg het bevel om een deel van de artillerie te concentreren om een twee uur durende artilleriebeschieting uit te voeren op de Noordelijke stellingen ter voorbereiding van Pickett's Charge. Tijdens de beschieting vlogen veel granaten over de Noordelijke linies en zwegen de Noordelijke kanonnen wat een verkeerde indruk gaf dat ze uitgeschakeld waren. Toen de Zuidelijken de aanval inzetten, verloren ze veel soldaten door de Noordelijke artillerie. In zijn memoires verwijst Alexander naar de beperkte munitievoorraad en de verkeerde inschatting van Lee om een frontale aanval uit te voeren op een sterke Noordelijke defensieve linie waarbij de Zuidelijke infanterie meer dan een kilometer in open veld diende op te rukken en waarbij ook de flanken onder vuur kwamen te liggen.[14][15]
Knoxville tot Appomattox
In de herfst van 1863 werd het First Corps van Longstreet ter versterking naar generaal Braxton Braggs Army of Tennessee gestuurd. Alexander was te laat om deel te nemen aan de Slag bij Chickamauga maar was wel aanwezig tijdens de daaropvolgende Knoxvilleveldtocht. Samen met het korps keerde Alexander in het voorjaar van 1864 terug naar het Army of Northern Virginia. Op 26 februari 1864 werd hij bevorderd tot brigadegeneraal. Hij nam deel aan alle veldslagen van de Overlandveldtocht. Toen de Noordelijke luitenant-generaal Ulysses S. Grant de James probeerde over te steken om Lees leger te flankeren, kon de artillerie van Alexander een Noordelijke doorbraak voorkomen.[9]
De Richmond-Petersburgveldtocht verzandde in een loopgravenoorlog. Alexander paste het gebruik van de artillerie aan deze nieuwe werkelijkheid aan. Hij experimenteerde met verschillende soorten mortieren en raakte ervan overtuigd dat de Noordelijken een tunnel onder de Zuidelijke linies aan het graven waren. Op 30 juni 1864 werd hij echter geraakt door een sluipschutter. Hij kon nog Lee spreken voor hij op ziekteverlof vertrok en zijn bezorgheden overbrengen maar de Zuidelijken slaagden er niet in om de tunnel te lokaliseren. Toen een maand later, op 30 juli, de Noordelijken een ondergrondse mijn tot ontploffing brachten en de Slag van de Krater begon, waren de Zuidelijken totaal verrast. Na zijn herstel keerde Alexander in februari 1865 terug naar het leger. Hij kreeg de leiding over de defensieve stellingen rond Richmond langs de James. Alexander trok zich samen met de rest van het leger terug tijdens de Appomattoxveldtocht.[9]
Latere jaren
.jpg)

Na de oorlog wou Alexander niet terugkeren naar het levensritme op een plantage en overwoog hij kort om dienst te nemen in het leger van het Braziliaans Keizerrijk.[16] Hij vond uiteindelijk werk als wiskundeprofessor aan de University of South Carolina in Columbia. Daarna was hij directeur van verschillende spoorwegmaatschappijen zoals de Charlotte, Columbia, and Augusta Railroad, de Savannah and Memphis Railroad, de Louisville and Nashville Railroad[3] en tussen 1886 en 1891 van de Central Rail Road and Banking Company of Georgia.[17]
Daarna werd hij tussen 1892 en 1894 lid van de raad van bestuur van de waterwegen voor de Columbia in Oregon en het kanaal tussen Chesapeake Bay en Delaware Bay.[4] Alexander raakte bevriend met Grover Cleveland en samen brachten ze veel uren door met de eendenjacht op het landgoed van Alexander.[18] Zijn landgoed besloeg het merendeel van de North, South en Cat Islands in Winyah Bay. Dit gebied werd in het begin van de 19de eeuw gebruikt voor rijstproductie, maar werd door Alexander omgebouwd tot een jachtreservaat.[19]
In mei 1897 stelde president Cleveland Alexander aan tot hoofd van de commissie die de grens tussen Nicaragua en Costa Rica diende vast te leggen. Daarnaast diende Alexander de mogelijkheid te onderzoeken om een kanaal aan te leggen die de Atlantische oceaan met de Stille Oceaan verbond. Twee jaar later was zijn werk afgerond tot tevredenheid van de beide landen en keerde Alexander in oktober 1899 terug naar de Verenigde Staten.[20] Tijdens hun verblijf in Nicaragua werd zijn echtgenote Bettie ziek en overleed, kort na hun terugkeer in de Verenigde Staten, op 20 november 1899. In oktober 1901 huwde Alexander met Mary Mason, de nicht van zijn eerste vrouw.[21]
Na de oorlog werd Alexander ook een gerespecteerd auteur. Hij schreef artikels voor verschillende tijdschriften en publiceerde in 1907 zijn memoires onder de titel Military Memoirs of a Confederate: A Critical Narrative die door tijdgenoten zoals Douglas Southall Freeman geprezen werd als "de beste kritische verhandeling over de veldtochten van het Army of Northern Virginia."[22] Lang na zijn dood werden ook zijn persoonlijke memoires gepubliceerd. In 1989 verscheen het werk Fighting for the Confederacy: The Personal Recollections of General Edward Porter Alexander, onder redactie van Gary W. Gallagher.[23]
In tegenstelling tot zijn voormalige collega’s, zoals Jubal Early en William N. Pendleton, was Alexander geen voorstander van de Lost Cause-beweging. Hij bekeek op een kritische manier de handelingen en beslissingen van verschillende Zuidelijke generaals zoals ook Robert E. Lee. Vele historici evalueren de memoires van Alexander als objectief en gebaseerd op een grondig bronnenonderzoek.[24] Andere werken van Alexander waren onder andere Railway Practice uit 1887 en Catterel, Ratterel (Doggerel) uit 1888.[25]
Alexander kreeg in september 1902 een hersenbloeding en zou de rest van zijn leven een verzwakte gezondheid hebben. In januari 1910 kreeg hij opnieuw een zware hersenbloeding. Hij overleed op 28 april 1910 in Savannah.[26] Edward Porter Alexander werd begraven op het Magnolia Cemetery in Augusta, Georgia.[27]
Nalatenschap
In 2006 werd Alexander opgenomen in het Georgia Aviation Hall of Fame voor zijn bijdrage aan de oprichting van het Signal Corps in het Confederate States Army en algemene bijdrage voor de luchtverkenning.[28]
Zie ook
Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)
Voetnoten
- ↑ Alexander, Fighting for the Confederacy, pp. 5, 613, 618.
- ↑ (en) Eberhard, Wallace B. (31 juli 2019). Sarah Porter Hillhouse: Setting the Record Straight. Journalism History 1 (4): 133–136. ISSN: 0094-7679. DOI: 10.1080/00947679.1974.12066755.
- 1 2 3 4 5 6 7 Eicher, Civil War High Commands, p. 101.
- 1 2 3 Johnson (1906) p. 75
- ↑ Brown, p. 21; Alexander, Fighting for the Confederacy, pp. 13–14.
- ↑ Alexander, Fighting for the Confederacy, p. 14.
- ↑ Alexander, Fighting for the Confederacy, p. 612.
- ↑ Alexander, Fighting for the Confederacy, pp. 16–21.
- 1 2 3 4 5 6 7 Heidler, pp. 29–31.
- ↑ Brown, pp. 43–45; Alexander, Fighting for the Confederacy, pp. 50–51."
- ↑ Alexander, Fighting for the Confederacy, pp. 69–72.
- ↑ Alexander, Fighting for the Confederacy, pp. 115–17.
- ↑ Alexander, Fighting for the Confederacy, p. 144. In Military Memoirs, p. 232 schreef hij de Noordelijke aanval verkeerdelijk toe aan brigadegeneraal David McMurtrie Gregg.
- ↑ Sears (2003) p. 397
- ↑ Gallagher, p. 47.
- ↑ Alexander, Fighting for the Confederacy, p. 531.
- ↑ Jones, 2017, pp. 11-12, 40-41.
- ↑ Lowry, Tim (3 januari 2024). President Grover Cleveland Lowcountry Duck Hunting Trip. Charleston Living Magazine
- ↑ The History of the Tom Yawkey Wildlife Center. Yawkey Foundation. Geraadpleegd op 2 november 2025.
- ↑ Alexander, Fighting for the Confederacy, p. xvi.
- ↑ Alexander, Fighting for the Confederacy, pp. xix, 559.
- ↑ Alexander, Fighting for the Confederacy, p. xiii.
- ↑ Alexander, Fighting for the Confederacy, pp. xi-xxiii.
- ↑ Eicher, Civil War in Books, p. 63.
- ↑ Dupuy, p. 30.
- ↑ Welsh, p. 4
- ↑ Eicher, Civil War High Commands,. p. 100.
- ↑ E. Porter Alexander. Georgia Aviation Hall of Fame. Gearchiveerd op June 1, 2017. Geraadpleegd op 2 november 2025.
Bronnen
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Edward Porter Alexander op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- Alexander, Edward P. Fighting for the Confederacy: The Personal Recollections of General Edward Porter Alexander. Edited by Gary W. Gallagher. Chapel Hill: University of North Carolina Press, 1989. ISBN 0-8078-4722-4.
- Alexander, Edward P. Military Memoirs of a Confederate: A Critical Narrative. New York: Da Capo Press, 1993. ISBN 0-306-80509-X. First published 1907 by Charles Scribner's Sons.
- Brown, J. Willard. The Signal Corps, U.S.A. in the War of the Rebellion. U.S. Veteran Signal Corps Association, 1896. Reprinted 1974 by Arno Press. ISBN 0-405-06036-X.
- Dupuy, Trevor N., Curt Johnson, and David L. Bongard. The Harper Encyclopedia of Military Biography. New York: HarperCollins, 1992. ISBN 978-0-06-270015-5.
- Eicher, David J. The Longest Night: A Military History of the Civil War. New York: Simon & Schuster, 2001. ISBN 0-684-84944-5.
- Eicher, John H., and David J. Eicher. Civil War High Commands. Stanford, CA: Stanford University Press, 2001. ISBN 0-8047-3641-3.
- Gallagher, Gary W., ed. Three Days at Gettysburg: Essays on Confederate and Union Leadership. Kent, OH: Kent State University Press, 1999. ISBN 0-87338-629-9.
- Heidler, David S., and Jeanne T. Heidler. "Edward Porter Alexander." In Encyclopedia of the American Civil War: A Political, Social, and Military History, edited by David S. Heidler and Jeanne T. Heidler. New York: W. W. Norton & Company, 2000. ISBN 0-393-04758-X.
- Jones, Robert C. A History of Georgia Railroads. Charleston, SC: The History Press, 2017. ISBN 978-1-4671-3777-5
- Klein, Maury. Edward Porter Alexander. Athens: University of Georgia Press, 1971. ISBN 0-318-77984-6.
- Johnson, Rossiter, ed. (1906). "Alexander, Edward Porter". The Biographical Dictionary of America. Vol. 1. Boston: American Biographical Society.
- Sears, Stephen W. (2003). Gettysburg. Houghton Mifflin, Boston, Mass., p. 397. ISBN 0-395-86761-4.
- Welsh, Jack D. Medical Histories of Confederate Generals. Kent, OH: Kent State University Press, 1995. ISBN 0-87338-505-5
Externe links
- Inventaris van de Edward Porter Alexander Papers, 1852–1910, in de Southern Historical Collection, Universiteit van North Carolina te Chapel Hill
- Foto’s van Alexander
