Dragonnade

Protestants gravure, waarin 'missionaire' dragonnades worden voorgesteld als kracht die sterker is dan de rede.
Bron: Musée internationale de la Réforme protestante, Genève

Een dragonnade is de inkwartiering van soldaten (dragonders) in de huizen van de Franse hugenoten, met als doel hen te bekeren tot het katholieke geloof. Dit gebeurde voor het eerst in 1681 en op grote schaal na het intrekken van het Edict van Nantes in 1685.

Methode

De dragonders werd een winterkwartier toegewezen in de huizen van protestanten. Hun gastheren stonden in voor hun levensonderhoud en als ze dat niet konden betalen werden hun huisraad verkocht of vernield. De mannen, maar ook de vrouwen en kinderen, werden op allerlei manieren mishandeld. Wanneer de protestant zijn geloof afzwoer, verhuisden de dragonders naar het huis van een andere protestant.

Geschiedenis

De eerste dragonnades vonden plaats reeds voorafgaand aan het intrekken van het Edict van Nantes in 1685 door Lodewijk XIV. Ze werden voor het eerst toegepast in 1681 in de provincie Poitou waar René de Marillac intendant was tussen 1677 en 1682. Dit gebeurde waarschijnlijk op instructie van minister Louvois. Op enkele maanden tijd werden er 38.000 bekeringen geregistreerd en veel protestanten vluchtten naar het buitenland. Omdat de methode de economie van Poitou ruïneerde en erg veel weerklank kreeg in de pers in protestantse landen, werd de maatregel tijdelijk stopgezet en werd de Marillac teruggeroepen uit Poitiers.

Door het Bestand van Regensburg (1684) kwamen er soldaten vrij en volgden er nieuwe dragonnades, eerst in Pau en vervolgens in Poitou. Door het afschrikkend effect was de aankondiging van een dragonnade voortaan vaak al genoeg om de protestanten van een stad of dorp hun geloof te laten afzweren.

De uitvaardiging van het Edict van Fontainebleau maakte de weg vrij voor de hernieuwde vervolging van de Franse protestanten. Dit gebeurde nu ook in het noorden van Frankrijk, zoals in Normandië, Brie en Champagne. De laatste dragonnade vond plaats in Metz in augustus 1686. Drie dagen volstonden om de protestanten van de stad te bekeren.

Veel van de protestanten die hun geloof afzweerden bleven dit heimelijk wel belijden. Naar aanleiding van deze dragonnades trokken ook veel hugenoten naar protestantse landen als Engeland of Nederland en later naar Zuid-Afrika en de Verenigde Staten van Amerika.[1]

In Ulrum

De term wordt ook gebruikt voor de inkwartiering van soldaten bij de Afgescheidenen (van de Nederduits Hervormde gemeente) in het Groningse Ulrum (1834).