Dragonderdooiermos

Dragonderdooiermos
Boomstam met dooiermossen. De meest oranjegele is dragonderdooiermos.
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Ascomycota (Ascomyceten)
Klasse:Lecanoromycetes
Onderklasse:Lecanoromycetidae
Orde:Teloschistales
Familie:Teloschistaceae
Geslacht:Xanthomendoza
Soort
Xanthomendoza huculica
(S.Y. Kondr.) Diederich (2014)
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

Dragonderdooiermos (Xanthomendoza huculica) is een korstmossoort uit de familie Teloschistaceae. De soort werd voor het eerst beschreven door de Oekraïense botanicus Serhi Kondratjoek, en is in 2014 door de Luxemburger Paul Diederich voor het eerst onder de huidige wetenschappelijke naam beschreven.

Naam

De Nederlandse triviale naam van de soort is afgeleid van de eerste vindplaats in Nederland, de Dragonderweg in Ede. Dragonders waren Britse en Ierse soldaten die in de 18de eeuw in de regio waren (Grebbelinie) om het tegen de Fransen op te nemen. De gele kleur van dragonderdooiermos is terug te vinden in de uniformen en het vaandel met de draak (Engels: dragon).[1]

Determinatie

Dragonderdooiermos is een bladvormig korstmos. Het thallus heeft een opvallende oranjegele kleur. De soort heeft halvemaanvormige soralen. De kleurreactie is K+ paars.[2]

Gelijkende taxa

Dragonderdooiermos lijkt op ulevellenmos (Xanthomendoza ulophyllodes), die een lossere groeiwijze en onduidelijk begrensde randsoralen heeft.

Ecologie

Dragonderdooiermos is een epifyt die in Nederland vooral voorkomt op eutrofe schors van laanbomen in gebieden met intensieve veehouderij.

Syntaxonomie

In de syntaxonomie is dragonderdooiermos kenmerkend voor de klasse van haarmutsen en vingermossen.

Verspreiding

Het verspreidingsgebied van dragonderdooiermos is wijdverspreid; het strekt zich uit over de gematigde delen van Eurazië en Noord-Amerika.

België en Nederland

Dragonderdooiermos komt ook voor in Nederland en België. Hier werd hij het eerst gevonden op drie plaatsen binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Mogelijk is de soort in België aangekomen met bomen die uit het buitenland zijn geïmporteerd.[3] Wat later is de soort ook elders in België en (Zuid-)Nederland gesignaleerd.[1] Hoewel de soort nog niet algemeen voorkomt, neemt hij sterk toe. Het succes van de soort in deze landen is te wijten aan klimaatverandering.[4]