Doopsgezinde kerk (Groningen)

doopsgezinde kerk
De Doopsgezinde kerk in Groningen
De Doopsgezinde kerk in Groningen
Locatie
Land Vlag van Nederland Nederland
Plaats Groningen
Adres Oude Boteringestraat 33Bewerken op Wikidata
Coördinaten 53° 13 NB, 6° 34 OL
Status en tijdlijn
Gebouwd in 1813-1815
Monumentale status rijksmonument (9 november 1971)[1]Bewerken op Wikidata
Monument­nummer 18618
Bouwkundige informatie
Bouw­materiaal baksteen
Kerkprovincie en -genootschap
Denominatie doopsgezindenBewerken op Wikidata
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De doopsgezinde kerk in Groningen staat in een zijsteegje van de Oude Boteringestraat. Oorspronkelijk stond hier een houten schuilkerk, verscholen achter een woonhuis. Het huidige kerkgebouw werd gebouwd nadat de Doopsgezinden in de Franse tijd volledige gelijkberechtiging hadden gekregen. De kerk werd ingewijd op 29 oktober 1815.

Het gebouw werd halverwege de negentiende eeuw uitgebreid. Nadat het voorliggende woonhuis was gesloopt werd het zichtbaar vanaf de Oude Boteringestraat. Deze ligging is een goede weergave van het vroegere karakter van een schuilkerk.

Orgel

Het huidige orgel van de Doopsgezinde Kerk werd door Marcussen in 1961 geplaatst als vervanging van het oude Timpe-orgel.[2] Onder invloed van de Orgelbeweging ging de Deense firma Marcussen & Søn te Aabenraa orgels met mechanische sleepladen bouwen, geïnspireerd op Barokke instrumenten. In 1956-'57 werd in de Nicolaïkerk te Utrecht het eerste grote orgel in Nederland van deze bouwer geplaatst.

Dit oudere orgel werd in 1816, na de voltooiing van de kerk, geplaatst door de Groninger orgelmaker Johannes Wilhelmus Timpe. Het instrument had 16 registers, verdeeld over Hoofdwerk en Bovenwerk. De orgelmaker Petrus van Oeckelen (die hier vele jaren organist was) vergrootte het orgel met een klein vrij pedaal. In 1928 moderniseerde de Firma Spiering uit Dordrecht het instrument ingrijpend. Van het Timpe-orgel bleven alleen het front met frontpijpen en enige oude registers behouden. Het orgel kreeg kegelladen met een pneumatische tractuur, die in 1941 door dezelfde firma vervangen werd door een elektro-pneumatische tractuur met verplaatsbare speeltafel. Begin jaren 50 werd het orgel buiten gebruik gesteld wegens de slechte staat waarin het instrument verkeerde.

Het nieuwe instrument werd in 1961 gebouwd onder advies van Cor H. Edskes, destijds organist in de kerk en een van de belangrijke stemmen binnen de Nederlandse orgelbeweging. Het resultaat is een orgel dat tegelijk modern en klassiek is: eigentijds gebouwd, maar volledig geënt op barokke principes van klank, wind en dispositie.

Ideeën van Cor Edskes

Edskes was ervan overtuigd dat een orgel moest zingen en spreken zoals een stem dat doet. Daarom had hij bijzondere aandacht voor de windvoorziening. Hij liet ieder werk van het orgel voorzien van een eigen horizontale balg. In plaats van een grote, starre windvoorziening, kreeg elk ladeblok zo een ademend en licht fluctuerend windbeeld.

Het effect is goed hoorbaar: de pijpen spreken soepel en levendig aan, met een lichte ademhaling. Het orgel klinkt daardoor vloeiender, expressiever en menselijker dan de meeste instrumenten uit zijn tijd.

Samen met de mechanische tractuur (handmatige verbinding tussen toets en pijp) en de heldere dispositie ontstaat een instrument dat responsief is: de organist voelt direct wat er in de pijpen gebeurt.

Dispositie

Het orgel telt 24 registers, verdeeld over drie manualen en pedaal:

Hoofdwerk Rugwerk Borstwerk Pedaal
Principal 8′

Rørfløte 8′

Octav 4′

Octav 2′

Mixtur IV–V

Trompet 8′

Rørgedakt 8′

Principal 4′

Gedaktfløte 4′

Gemshorn 2′

Quint 1 1/3′

Sesquialtera II (vanaf g)

Scharf II–III

Krumhorn 8′

Gedakt 8′

Rørfløte 4′

Principal 2′

Octav 1′

Regal 16′

Subbas 16′

Oktav 4′

Nathorn 4′

Fagot 16′

Skalmeje 4′

Koppels: H+R, H+B, P+H, P+R, P+B.

Tremulanten: op Rugwerk en Borstwerk.

Klank en karakter

Dit Marcussen-orgel wordt o.a. door een van de vaste organisten Eeuwe Zijlstra gerekend tot de mooiste instrumenten van Marcussen & Søn in Nederland. Het plenum (basisstemmen die de ruggengraat van het orgel vormen) is helder en transparant, maar zonder scherpte. De solostemmen zijn kleurrijk en sprekend, terwijl de tongwerken voor een pittige tegenstem zorgen.

In diensten is het orgel uitstekend geschikt voor de begeleiding van gemeentezang, maar het laat zich even goed klinken in concerten. Barokmuziek van bijvoorbeeld Sweelinck, Scheidemann of Bach klinkt hier thuis, maar ook modern repertoire profiteert van de levendige toon.

Plaats in de Orgelbeweging

In de jaren vijftig en zestig bloeide de Orgelbewegung, een beweging die terug wilde naar de idealen van de barok: mechanische tractuur, heldere werkindeling en transparante klank.

Soms werd die beweging wat eenzijdig en dogmatisch. Edskes wist daar een eigen accent aan te geven: hij zocht niet alleen technische correctheid, maar vooral muzikale waarheid. Een orgel moest de liturgie dienen, moest ademen en zingen.

Het Marcussen-orgel van de Doopsgezinde kerk is daarvan een prachtig voorbeeld: gebouwd in 1961, maar nog altijd fris van toon en actueel in zijn zeggingskracht.

Onderhoud en gebruik

Het instrument is sindsdien steeds onderhouden door Marcussen & Søn. In 1992 werd het geheel nagezien en in oorspronkelijke staat gehouden. In de zomer van 2025 is er opnieuw onderhoud geweest door Marcussen & Søn. Onder andere de zo kenmerkende windvoorziening met balgen waren toe aan restauratie en vervanging. Daarmee klinkt het orgel als levend werktuig van liturgie en concertpraktijk weer als vanouds.

Luisterend naar dit orgel hoort u méér dan klanken: u hoort de adem van een instrument dat met zorg en liefde gebouwd is om mens en muziek te verbinden.

Zie ook