Dolle toren

8 kd
7 rl
6
5
4 nd pd
3 rd pd
2 pd
Wit aan zet kl
a b c d e f g h
Dolle toren. Het wordt remise.
8 kd
7 pd pl
6 pl
5
4
3 pl rl
2 pl pl pl pl
Wit aan zet rd kl
a b c d e f g h
Probleem van Rafael Enrique García Cadavid. De witte koning slalomt om de pionnen naar g2 en terug naar a2, achtervolgd door de zwarte toren. Daarbij wordt g3 geslagen zodat de weg vrij is voor de witte toren om mat te geven.

Dolle toren is een schaakterm. Men spreekt van een dolle toren als een toren voortdurend schaak kan geven, terwijl het pat zou zijn als de toren wordt geslagen.

In de afgebeelde stelling blijft wit schaak geven op de zevende rij, te beginnen met Th7†. Als de zwarte koning de toren niet slaat dan wordt het eeuwig schaak (1. Th7† Kg8 2. Tg7† enzovoorts). Slaat Zwart de toren, dan is het pat, want de witte koning kan niet zetten. De partij eindigt dus na maximaal 17 zetten in remise. Wit moet wel schaak blijven geven - doet hij dat niet, dan komen de zwarte stukken in beweging en kan zwart gemakkelijk winnen. De partij eindigt in remise, doordat spoedig driemaal dezelfde stelling is ontstaan.

Er zijn ook stellingen mogelijk waarbij de toren en de koning een groot deel van het bord doorkruisen. Het kan dan langer duren voor het remise is, en het is mogelijk dat er een einde komt aan de impasse, zoals bij het hieronder genoemde probleem van Harthoorn en bij de stelling hiernaast.

Trivia

  • Bij zijn proefschrift On the Integrity of Data and Methods in the Static Open Leontief Model (Universiteit Twente) geeft Rudi Harthoorn als laatste stelling: “De stelling over het bereiken van de laatste stelling vanuit de stelling in deze stelling is niet te dol.” Bijgevoegd is een gecomponeerde probleemstelling voor mat in 39 zetten. In de stelling komt een dolle toren voor; als de dolle toren onschadelijk gemaakt is, komt er opnieuw een dolle toren in de stelling. Het is dus een probleemcompositie met twee dolle torens.
  • Volgens Hans Ree was de schaakproblemist Harry Goldstein een van de weinige Nederlandse schakers die iets zinnigs over de dolle toren kon zeggen. Er zijn dan ook meerdere complexe verhandelingen van Goldsteins hand die maar door weinigen begrepen kunnen worden.[1]