Dierpsychologie

Dierpsychologie is de studie van het gedrag en de innerlijke belevingswereld van dieren, waarbij men focust op zowel de waarneembare gedragingen als op psychologische processen zoals emoties, behoeften op grond van waarnemingen en verwachtingen. Dierpsychologie is een breed en interdisciplinair vakgebied, waarbij zowel biologische als psychologische aspecten van dierlijk gedrag worden bestudeerd en vergeleken met dat van mensen. Deze discipline grenst aan de ethologie, die vooral de biologische en oorzakelijke kant van diergedrag bestudeert, terwijl dierpsychologie meer aandacht heeft voor de subjectieve aspecten van dieren.[1]

Onderzoek

Dierpsychologie onderzoekt hoe dieren zich gedragen, leren, voelen en soms ook hoe ze denken. Bij dierpsychologisch onderzoek worden experimenten uitgevoerd in zowel laboratoriumomgevingen (vaak met ratten, apen en vogels) als in de natuurlijke leefomgeving van dieren. Belangrijke thema's zijn het leervermogen, waarneming, emotie, motivatie en vormen van communicatie. Er worden vragen gesteld over de mate waarin dieren bewustzijn, intelligentie en zelfs een ‘geest’ hebben, en menselijke en dierlijke processen worden vergeleken.[1][2] Dierpsychologie heeft de focus op zowel gedrag als innerlijke beleving van dieren en bestudeert leren, waarnemen, emotie, motivatie en communicatie. Belangrijke stromingen in de dierpsychologie zijn behaviorisme, ethologie, evolutionaire psychologie.[1]

Dierpsychologie benadrukt het bestuderen van de subjectieve ervaringen (zoals emoties, motivatie en verlangens) van dieren. Daarbij wordt meestal gebruik gemaakt van laboratoriumexperimenten, vooral met hogere diersoorten. De vragen als "wat voelt het dier?" of "waarom doet het dier dit vanuit zijn eigen perspectief?" staan centraal. De nadruk ligt op bewustzijn, gevoel en andere psychische processen van dieren.[1]

Belangrijke onderzoekers

Verschillende onderzoekers hebben grote invloed gehad op de ontwikkeling van de dierpsychologie:

Verschillen met ethologie

Dierpsychologie werkt vaker in een laboratoriumsetting met gecontroleerde experimenten waarbij leerprocessen centraal staan. Daar worden vaak tests uitgevoerd naar geheugen, leervermogen en probleemoplossing, veelal gebaseerd op gedragspsychologische theorieën.[1]