De gerechtigheid van Trajanus en Herkenbald

De gerechtigheid van Trajanus en Herkenbald is een verdwenen meesterwerk van Rogier van der Weyden. Hij schilderde het gerechtigheidstafereel in 1436 voor het stadhuis van Brussel, waar het helaas werd vernield in de bombardementen van 1695. Het werk bestond uit vier bijna vierkante panelen, met zijden van 4,5 m. De eerste twee taferelen gingen over keizer Trajanus en de laatste twee over Herkenbald. Het schilderij hing in de Heeren raedtkamer, de zaal waar de Magistraat van Brussel bijeenkwam en recht sprak. Daar zag kardinaal Nicolaas van Cusa het in 1452. Hij werd vooral getroffen door het zelfportret dat Van der Weyden in het tweede paneel had verwerkt, met ogen die de toeschouwer overal leken te volgen. Een andere aanschouwer die zijn bewondering schriftelijk naliet, was de edelman Jaroslav Lev van Rožmitál in 1467. Juan Calvete de Estrella zag de Gerechtigheid in 1549 en gaf er een uitgebreide beschrijving van in zijn reisverslag, met inbegrip van de opschriften (tituli).[1]

Een visueel beeld ervan kan worden gevormd dankzij een wandtapijt dat rond 1450 naar het schilderij werd gemaakt, zij het in afwijkende proporties (461 x 1053 cm). De overeenkomst werd in 1864 opgemerkt door Alexandre Pinchart op basis van de opschriften.[2] De geestelijke Matthias von Rammung zag het wandkleed op 11 september 1453 in de grote kapel van het pauselijk paleis. De aanwezigheid van een geweven kopie op een dergelijke prestigieuze locatie wijst erop hoe snel dit werk van Van der Weyden een enorme faam had verworven. Vervolgens moet het tapijt in het bezit van Giorgio di Saluzzo zijn gekomen, want hij liet het in 1461 na aan de kathedraal van Lausanne.[3] In 1499 liet de stad Brussel de kartons van het tapijt verbranden om te voorkomen dat ze naar het buitenland zouden verdwijnen.[4] Tegenwoordig hangt het in het Bernisches Historisches Museum.

Een andere visuele getuige zijn de vier schetsen die een anonieme Duitse tekenaar rond 1480 van de panelen maakte, bewaard in de Bibliothèque nationale de France.


Literatuur

  • Jan Gerrit van Gelder, "Enige kanttekeningen bij de gerechtigheidstaferelen van Rogier Van der Weyden", in: Rogier Van Der Weyden en zijn tijd, Brussel, Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België, Klasse der Schone Kunsten, 1974, p. 119-164
  • Sophie Schneebalg-Perelman, "De Brusselse tapijtkunst tijdens de regering van Filips de Goede", in: Arlette Smolar-Meynart, Rogier van der Weyden = Rogier de le Pasture. Officiële schilder van de stad Brussel, portretschilder aan het Hof van Bourgondië, tent.cat., 1979, p. 104-108
  • Dirk De Vos, Rogier Van der Weyden. Het volledige oeuvre, 1999, p. 345-354
  • Bron gebruikt voor het schrijven van dit artikel Remco Sleiderink, "Grootse ambities. Culturele initiatieven van de stad Brussel ten tijde van Filips de Goede", in: Jozef Janssens en Remco Sleiderink (red.), De macht van het schone woord. Literatuur in Brussel van de 14de tot de 18de eeuw, 2003, p. 110-112
  • Bron gebruikt voor het schrijven van dit artikel Jimmy Boogaerts, De Gerechtigheid van Trajanus en Herkenbald, bachelorscriptie PXL – MAD School of Arts, 2015
  • Philip Muijtjens, "The Justice Panels by Rogier van der Weyden: A New Source on Their International Fame" in: Simiolus. Netherlands Quarterly for the History of Art, 2024, nr. 3-4, p. 163-181

Voetnoten

  1. El felicíssimo viaje del muy alto y muy poderoso príncipe don Phelippe, ed. Paloma Cuenca Muñoz, 2001, p. 172-176
  2. Alexandre Pinchart, "Roger van der Weyden et les tapisseries de Berne" in: Bulletins de l'Académie royale de Belgique, vol. XVII-1, 1864, p. 69-77
  3. Muijtjens 2024, p. 165
  4. Muijtjens 2024, p. 164