De la Boëssière-Thiennes


.svg.png)
De la Boëssière-Thiennes is een geslacht waarvan leden sinds 1938 tot de Belgische adel behoren.
Geschiedenis
In 1539 en 1669 vond adelsbevestiging plaats voor leden van dit geslacht, in 1863 bevestiging van de Franse titel van markies voor Marc-Antoine de Boëssière-Lennuic (1804-1869). In 1867 verkreeg diens zoon Gaëtan de la Boëssière (1843-1931) in België vergunning om al bij het leven van zijn vader de titel van markies te voeren; in 1885 werd hij ingelijfd in de Belgische adel met de titel van markies overgaande bij eerstgeboorte en voor de overige mannelijke afstammelingen de titel van graaf. In 1885 kreeg de ingelijfde (Gaëtan markies de la Boëssière-Thiennes) tevens de vergunning tot naamstoevoeging tot de la Boëssière-Thiennes, zijnde een afstammeling van de laatste graaf de Thiennes (Francesca Louise Marie Ghislaine de Thiennes de Lombise). In 1954 volgde motu proprio verlening van de titel van gravin aan de dochters geboren uit het huwelijk van markies Marc-Antoine de la Boëssière-Thiennes (1911-1962) en gravin Renée Carton de Wiart (1918-2013). Met de laatst genoemde markies stierf het adellijke geslacht in mannelijke lijn uit.
De naam leeft voort in de kinderen van het echtpaar Janssen-de la Boëssière-Thiennes.
Wapenbeschrijving
- 1867: Coupé, en chef de sable, au sautoir d'or, qui est de la Boëssière, en pointe d'or, à la bordure d'azur, à l'écusson d'argent, bordé d'azur, chargé d'un lion de gueules, couronné, armé et lampassé d'or, qui est de Thiennes. L'écu timbré de la couronne de marquis, et soutenu par deux sauvages de carnation, tenant chacun une massue abaissée. Devise: 'Qu'une voie tienne quoiqu'advienne'.
- 1885: Écartelé, au premier et quatrième de sable, au sautoir d'or, qui est de la Boëssière, au deuxième et troisième d'or, à la bordure d'azur, à l'écusson d'argent, bordé d'azur, chargé d'un lion de gueules, couronné et lampassé d'or, qui est de Thiennes. L'écu timbré de la couronne française de marquis pour le titulaire, et de la couronne de comte pour les autres descendants mâles. Tenants: deux sauvages de carnation, ceints et couronnés de fueillage, appuyés sur leur massue. Devise: 'Qu'une voie tienne quoiqu'advienne'.
- 1954: Gevierendeeld, één en vier van sabel, met een schuinkruis van goud, wat de la Boëssière is, twee en drie van goud, met een zoom van azuur, met een schildje van zilver, omboord van azuur, beladen met een leeuw van keel, gekroond en getongd van goud, wat de Thiennes is. Het schild getopt met een gravinnenkroon, en gehouden door twee wildemannen van vleeskleur, omgord en gekroond met gebladerte, leunend op hun knots. Wapenspreuk: 'Qu'une voie tienne, quoiqu'advienne' van sabel, op een losse band van zilver.
Enkele telgen
- Gaëtan markies de la Boëssière-Thiennes (1843-1931), burgemeester van Lombise, lid van de Wetenschappelijke Raad van Brussel en van de beheerraad van de Katholieke Universiteit Leuven, trouwde in 1869 in Brussel met gravin Louise de Lannoy (1845-1923), dochter van graaf Gustave de Lannoy, burgemeester van Anvaing, provincieraadslid van Henegouwen en volksvertegenwoordiger. Ze kregen drie zoons en drie dochters.
- Françoise de la Boëssière-Thiennes (1872-1951), trouwde in 1890 in Schilde met baron Gaston van de Werve de Schilde (1867-1923), provincieraadslid van Antwerpen en gouverneur van Antwerpen, zoon van baron Henri van de Werve de Schilde, burgemeester van Schilde. Het huwelijk bleef kinderloos.
- Antoine markies de la Boëssière-Thiennes (1873-1920), trouwde in 1908 in Parijs met Amicie Louys de La Grange (1887-1937). Ze kregen twee zoons.
- Marc markies de la Boëssière-Thiennes (1911-1962), burgemeester van Lombise, lid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, trouwde in 1938 met Renée gravin Carton de Wiart (1918-2013), burgemeester van Lombise, dochter van Edmond graaf Carton de Wiart (1876-1959), hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven, kabinetschef van koning Leopold II, voorzitter van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, directeur bij de Generale Maatschappij van België en Grootmaarschalk van het Hof van koning Boudewijn, en kleindochter van baron Alphonse de Moreau. Ze kregen vier dochters.
- Elisabeth gravin de la Boëssière-Thiennes (1939), laatste telg van het geslacht
- Michèle gravin de la Boëssière-Thiennes (1944-1993), trouwde in 1965 met jhr. Eric Janssen (1933-2012), bankier en bestuurder, voorzitter van de Vrienden van het Théâtre National, administrateur van de Vrienden van Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. De kinderen uit dit huwelijk verkregen in 2001 naamswijziging tot Janssen-de la Boëssière-Thiennes.
- Marc markies de la Boëssière-Thiennes (1911-1962), burgemeester van Lombise, lid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, trouwde in 1938 met Renée gravin Carton de Wiart (1918-2013), burgemeester van Lombise, dochter van Edmond graaf Carton de Wiart (1876-1959), hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven, kabinetschef van koning Leopold II, voorzitter van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, directeur bij de Generale Maatschappij van België en Grootmaarschalk van het Hof van koning Boudewijn, en kleindochter van baron Alphonse de Moreau. Ze kregen vier dochters.
- Gaëtan graaf de la Boëssiere-Thiennes (1881-1930), consulair ambtenaar in Montana. Hij bleef vrijgezel.
- Élisabeth de la Boëssière-Thiennes (1885-1982), trouwde in 1907 in Brussel met markies Victor de La Bourdonnaye-Blossac (1883-1943), burgemeester van Carentoir. Ze kregen een zoon en zes dochters, met afstammelingen tot heden.
Adellijke allianties
- De Lannoy (1869), De La Bourdonnaye-Blossac (1907, Franse adel), De la Grange (1908, Franse adel), Carton de Wiart (1938), Von Zebinsky (1962), Janssen (1965), De Limburg Stirum (1970), Massange de Collombs (1996)
Literatuur
- Edmond CARTON DE WIART, 'Gaëtan, marquis de la Boëssiere-Thiennes', in Biographie nationale de Belgique, vol. 30, Brussel, Académie royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique, 1958-1959, 180.
- Oscar COOMANS DE BRACHÈNE, État présent de la noblesse belge, Annuaire 1984, Brussel, 1984.
- Paul JANSSENS en Luc DUERLOO, Armorial de la noblesse belge du XVe au XXe siècle, vol. A-E. Brussel, Crédit communal, 1992.
- État présent de la noblesse belge, Annuaire 2018, Brussel, 2018, p. 12-13.