De hospita (Roald Dahl)
De hospita (oorspronkelijke titel: The Landlady) is een kort horrorverhaal van Roald Dahl. Het verscheen voor het eerst op 21 november 1959 in The New Yorker.[1] Een jaar later kwam het voor het eerst uit in een verhalenbundel, Kiss Kiss.[2] Later is het herhaaldelijk opnieuw uitgegeven.
Achtergrond
De achterliggende boodschap in dit verhaal is dat men een onbekende nooit zomaar moet vertrouwen, hoe sympathiek en welwillend die persoon op het eerste gezicht ook overkomt. Dit geldt met name wanneer men met diegene alleen is en er dus, indien nodig, geen hulp van anderen valt te verwachten.
Verhaal
De 17-jarige Billy Weaver komt met de trein vanuit Londen aan in Bath. Hij gaat hier op zoek naar een plek om te overnachten. Na wat rondkijken ziet hij een B&B-gelegenheid met groene gordijnen. Hij besluit hier naar binnen te gaan.
Het eerste wat hij ziet is een papegaai, die opgezet blijkt te zijn maar heel levend oogt. De B&B blijkt helemaal vol te staan met dergelijke uiterst vakkundig opgezette dieren. Er hangt bovendien een vreemde geur, die wat aan een ziekenhuis doet denken.
Billy ontmoet de hospita, een vrouw van middelbare leeftijd. Ze is heel vriendelijk en heet hem van harte welkom. Terwijl ze samen aan tafel zitten blijkt er een teckel naast hen te liggen, die eveneens levend lijkt maar opgezet is. De vrouw vertelt Billy over haar grote passie: het opzetten van allerlei dieren. Ze laat Billy ook zijn kamer zien. Het valt Billy op dat er helemaal geen andere gasten zijn.
De vriendelijke hospita overhandigt Billy het gastenboek waarin hij nu alvast zijn naam moet zetten. Terwijl Billy tekent, ziet hij meteen erboven twee namen staan die hem bekend voorkomen: die van Christopher Mulholland en Gregory Temple. Zij zijn twee jaar geleden vermist geraakt in precies deze omgeving waar Billy nu zelf is. Sindsdien heeft niemand meer iets van hen vernomen. Hun verdwijning heeft in de kranten gestaan.
De hospita maakt Billy complimenten over zijn mooie uiterlijk en zijn gebit. Dan blijkt ze ineens allerlei persoonlijke details over de verdwenen jongemannen Mulholland en Temple te weten, met name over hun lichamen. Ze begint zelfs Billy's uiterlijke kenmerken hiermee te vergelijken. Ze zegt ook dat Mulholland en Temple nog steeds hier bij haar zijn. Ze vertelt Billy ten slotte dat hij pas de eerste nieuwe gast bij haar is, sinds Mulholland en Temple kwamen.
Billy nipt van de thee die ze hem heeft gegeven. Die blijkt echter een heel raar smaakje te hebben, als van bittere amandel; er zit namelijk cyanide in. Het is nu duidelijk wat de echte hobby is van de "hospita": ze zet niet alleen maar dieren op.
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel The Landlady (short story) op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- ↑ (en) The Landlady By Roald Dahl. The New Yorker (21 november 1959). Geraadpleegd op 30 oktober 2025.
- ↑ (en) The Landlady by Roald Dahl. OneLimited. Geraadpleegd op 30 oktober 2025.