De Partij van de Blijheid
| De Partij van de Blijheid | ||||
|---|---|---|---|---|
| Stripreeks | Bommelsaga | |||
| Volgnummer | 43 | |||
| Scenario | Marten Toonder | |||
| Tekeningen | Marten Toonder | |||
| Land | Nederland | |||
| Pagina's | 61 | |||
| Eerste druk | 16 maart 1951 | |||
| Vorige | Eh... dinges | |||
| Volgende | Mom Bakkesz | |||
| Lijst van verhalen van Heer Bommel en Tom Poes | ||||
| ||||
Heer Bommel en de Partij van de Blijheid (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De Partij van de Blijheid) is het 43ste verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 16 maart 1951 en liep tot 29 mei van dat jaar. Het thema is een Rommeldamse partij met één lid, de oprichter.[1][2]
Samenvatting
Het is al wekenlang slecht weer. Heer Bommel is daardoor somber. Tom Poes stelt voor om de "Partij van de Blijheid" op te richten. Heer Bommel vindt dat een goed idee, en later Super en Hieper ook nog.
Omdat het stadsbestuur ziek is en zelfs de burgemeester op vakantie gaat om beter te worden, wordt Wammes Waggel uiteindelijk de waarnemend burgemeester. Dat komt Super en Hieper goed uit. Ze bouwen een compleet pretcentrum, en de bevolking wordt verplicht vrolijk te zijn, maar dat wel zelf te betalen. Dus wordt de tegenstand algauw groter. Tom Poes leidt het verzet, maar de politie gelooft hem niet. De burgemeester belt om te informeren hoe de toestand is. Als gevolg daarvan keert hij snel terug en stelt orde op zaken. Dat betekent tevens het einde van de Partij van de Blijheid.