Daniel Itzig

Daniel Itzig (Berlijn, 18 maart 1723 - Potsdam, 17 mei 1799) was hofjood van koningen Frederik II en Frederik Willem II van Pruisen.
Itzig was de zoon van een rijke Joodse paardenhandelaar. Hij was bankier en muntpachter. In die hoedanigheid had hij samen met Veitel Heine Ephraim op verzoek van de koning de kwaliteit van de zilveren munten veranderd. Hij financierde het Pruisische leger en voorzag het van levensmiddelen tijdens de Zevenjarige Oorlog. Op verzoek van Frederik II investeerde hij nadien zijn oorlogswinsten in de economie. Hij kocht een leerfabriek en een ijzersmelterij. Ook voor Frederik Willem II trad hij op als leverancier van het leger. Hij kreeg van de koning de rechten van een christelijke koopman. Dit was een uitzonderlijk privilege. Uit mercantilistische overwegingen verleenden de Pruisische koningen tolerantie aan de Joden. Maar deze tolerantie strekte zich niet uit tot burgerrechten. Frederik II vaardigde jodenwetten uit die allerlei beperkingen oplegden aan Joden in zijn rijk en Frederik Willem II legde daarna ook de handelsvrijheid van Joden aan banden.
Itzig huwde met Miriam Wulff. Hij had een stadspaleis in Berlijn dat hij uitbreidde met een privésynagoge, een theater en een tuin. Itzig was parnassijn van de Pruisische Joden maar nam weinig deel aan het traditionele Joodse culturele leven. De omgangstaal ten huize Itzig was Hoogduits, niet Jiddisch, en de tweede taal was Frans. Beïnvloed door de ideeën van de Verlichting hielden hij en zijn gezin zich bezig met eigentijdse literatuur en kunsten. Hij bezat een rijke collectie aan schilderijen (Rubens, ter Borch, Watteau en Pesne) die hij tentoonstelde in een privégalerij. Wilhelm Friedemann Bach, zoon van de componist, was tot zijn dood in 1784 privéleraar van Itzigs dochter Sara. Hij was ook de vader van de salonnière Fanny von Arnstein.
- Gidal, Nachum T. (1988). De joden in Duitsland van de Romeinse tijd tot de Weimar Republiek. Könemann, p. 113-116. ISBN 3-8290-4931-1.