Sokkelhoutskoolzwam
| Sokkelhoutskoolzwam | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||||
| Sokkelhoutskoolzwam | ||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||
| Daldinia loculata (Lév.) Sacc. (1882 [1]) | ||||||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||||||
|
Daldinia occidentalis | ||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
De sokkelhoutskoolzwam (Daldinia loculata) is een zakjeszwam behorend tot de familie Xylariaceae. Hij leeft saprotroof op hout.
Kenmerken
Uiterlijke kenmerken
De schimmel komt individueel voor of zelden in kleine groepen, met stelen van 3–5 mm doorsnede, halfbolvormig tot breed kussenvormig, groeiend op een brede basis. Het bovenvlak is aanvankelijk bedekt met bruine sporen, en wordt glanzend zwart na rijping. De perithecia zijn dicht opeengepakt; bij hoge dichtheid kunnen ze twee of drie rijen vormen. Perithecia in een enkele laag zijn lancetvormig, bij meerdere lagen ovaal of afgerond. Onder de perithecia zijn vezelige, lichte en donkere zones aanwezig met een breedteverhouding van 1,5–3:1. Het endostroma is in jonge fase compact en later losser.
Microscopische kenmerken
De asci bevatten acht sporen en meten 75–85 × 8–10 µm, met een apicaal aanhangsel van 3,5–4,5 µm breed en 0,35–0,45 µm hoog, amyloïde in Melzers reagens. Ascosporen zijn ellipsoïde, meestal met breed afgeronde uiteinden en meten 10–14 (15) × 6–8 (8,5) µm.
Verspreiding
In Nederland komt de sokkelhoutskoolzwam uiterst zeldzaam voor.[2]
