D'Yve

Wapenschild van de familie d'Yve, dat overeenkomt met dat van Englefontaine, waarvan ze de heerlijkheid bezaten.
Het kasteek van Lestriverie

D'Yve, ook wel d'Yve de Bavay, is een Zuid-Nederlandse adellijke familie. Ze voerden de titels van baron van Ostiche, burggraaf van Bavay en heer van Englefontaine.[1] Het wapenschild is omschreven als "De vair à trois pals de gueules." Deze familie is gerechtigd om in België de titel van markies te voeren, en bewoont het Kasteel van Lestriverie.

Geschiedenis

Keizer Karel verleende in 1540 de riddertitel aan Jean d'Yve.

In 1662 verhief koning Filips IV van Spanje de heerlijkheid Soye tot baronie ten gunste van François d'Yve.

In 1668 verleende keizer Leopold I de titel markies van het Heilig Roomse Rijk aan Jean-Paul d'Yve.

Keizer Karel VI verleende in 1732 de titel graaf, overdraagbaar bij eerstgeboorte, aan Gaspard d'Yve d'Ostiche.

Tijdens de zeventiende en achttiende eeuw werden verschillende leden van de familie d'Yve opgenomen in de Tweede stand van de provincies Namen, Brabant en Henegouwen.

Louis d'Yve

Louis Adrien Joseph Ghislain d'Yve (Namen, 26 juli 1784 - Luik, 10 mei 1821) was een zoon van Thomas d'Yve, baron van Soye en van Marie de Hamal de Focan.

Hij trouwde in 1810 met Thérèse de Condé, maar er volgde een echtscheiding in 1813. Hij hertrouwde met Marie-Françoise del Halle (1762-1831). Hij was overleden toen zijn weduwe in 1822 de persoonlijke verheffing tot markiezin verkreeg. Beide huwelijken waren kinderloos gebleven.

Jeanne d'Yve d'Ostiche

Jeanne Népomucène Marguerite Claire d'Yve d'Ostiche, dochter van Ferdinand d'Yve, graaf van Ruisbroek en van Marie-Anne Janowsky, werd in 1823, ten tijde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, ten persoonlijke titel in de adel opgenomen met de titel gravin.

Genealogie

Epitaaf, met heraldische kwartieren, van Jean-Philippe d'Yve (1715 - 1777), Baron van Ostiches in de Brugse kathedraal.
  • Jean-Philippe d'Yve (1715 - 1777): Generaal en burggraaf van Bavay
    × Isabelle de Romrée.
    • Ferdinand Antoine Joseph d'Yve de Bavay (Bergen, 10 maart 1749 - Brussel, 2 juli 1825). Tijdens de revolutiejaren vluchtte hij met zijn Oostenrijkse echtgenote, gravin Marie-Anne von Wildenstein (1762-1820) en verbleven ze in Gratz. In 1816, onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, werd hij erkend in de erfelijke adel met de titel graaf en benoemd in de Ridderschap van de provincie Henegouwen. In 1822 werd hij bijkomend vereerd met de titel markies. Deze titel was overdraagbaar bij eerstgeboorte, terwijl de titel graaf overdraagbaar was op alle afstammelingen. Hij werd kamerheer van Willem I der Nederlanden.
      • Théodore d'Yve de Bavay (1797-1884).
        • Felix d'Yve de Bavay (1839-1904) burgemeester van Lessenbos
          × gravin Anne de Geloes d'Elsloo (1855-1943).
          • Charles d'Yve de Bavay (1885-1982)
            × prinses Mathilde de Croÿ (1902-1998)
            • afstammelingen tot op heden.

Literatuur

  • Généalogie d'Yve, in: Annuaire de la noblesse de Belgique, Brussel, 1856.
  • L. THILLY, Inventaire des archives de la famille d'Yve, 1996.
  • Oscar COOMANS DE BRACHÈNE, État présent de la noblesse belge, Annuaire 2001, Brussel, 2001.