Culemborgse stoel

De Culemborgse stoel is een stoeltype dat werd gemaakt in de Nederlandse stad Culemborg. De productie vond vooral plaats in de 19e eeuw en kwam rond 1920 tot zijn eind. De eenvoudige, houten stoel kenmerkt zich zijn rode of bruine kleur, sabelpoten en een biezen mat als zitvlak.
Geschiedenis
Al in de 17e eeuw was er sprake van stoelenmakers in Culemborg. Zij produceerden een stoel met rode of bruine lak en een biezen mat. Hun stoel kreeg vanaf 1700 echter te maken met stevige concurrentie vanuit de Vlaamse stad Mechelen: daar werd een soortgelijke stoel gemaakt, maar dan tegen een lagere kostprijs.
Belgische Opstand
Toen in 1830 de Belgische Opstand uitbrak werden de grenzen met Vlaanderen gesloten en konden de Mechelse stoelenmakers hun producten niet meer in Nederland afzetten. Dit bleek gunstig voor de productie van de Culemborgse stoel: in 1838 waren er inmiddels vijftien stoelenmakerijen in het stadje actief die aan bijna een vijfde deel van de bevolking werk boden. Een deel van de productie vond tevens plaats via de huisnijverheid.
In 1839 gingen de grenzen tussen Nederland en België weer open. Hierdoor nam de concurrentie vanuit Mechelen weer toe en het aantal stoelenmakerijen in Culemborg kromp al snel in tot slechts vier bedrijfjes.
Industrialisatie

Vanaf 1840 kwam de industrialisatie in Nederland op gang en ook in Culemborg ontwikkelde zich nieuwe bedrijvigheid. Dit had een gunstige invloed op de stoelenmakerijen en daarmee de productie van de Culemborgse stoel. Een van de nieuwe meubelfabriekjes was Van Gaasbeek en Van Tiel, die in 1848 een houtzagerij en stoelenfabriek opstartte. In 1889 waren er in totaal vijf grote stoelenmakerijen in Culemborg gevestigd. Rond 1900 had Van Gaasbeek en Van Tiel een assortiment van 29 verschillende Culemborgse stoelen.
Vanaf 1910 raakte onder andere de oudhollandse stoel in de mode.[1] Dit luidde het einde in van de Culemborgse stoel en na 1920 werd dit stoeltype vrijwel niet meer geproduceerd.
Beschrijving
De Culemborgse stoel werd gemaakt van vruchtbomenhout, notenhout, iepenhout, essenhout of beukenhout, dat vervolgens bruin of rood werd gelakt. De poten waren zogenaamde sabelpoten.
Het zitvlak bestond meestal uit een biezen mat. Deze mat was samengesteld uit drie soorten biezen: de muiers (dun en lang, afkomstig uit brak water), blauwe biezen (dik en lang, afkomstig uit zoet water) en zoute biezen (dun en kort, afkomstig uit zout water). Deze biezen werden tegen elkaar in verwerkt.
- De Culemborgse stoel | Mijn Gelderland. mijngelderland.nl. Gearchiveerd op 16 mei 2025. Geraadpleegd op 22 november 2025.
- Culemborgse meubelindustrie – CulemborgToen.nu. www.culemborgtoen.nu. Geraadpleegd op 22 november 2025.
- de Jongh, J.G. (2001). Stoelenmakerijen in Culemborg. Culemborgse voetnoten: Historisch halfjaarbericht 2001-26 (26): pp. 3-4
- ↑ "Culemborg maakt geen echte "Culemborgse" meer", Het Volk, 3 oktober 1941. – via Delpher.