Ruwsporig oorzwammetje
| Ruwsporig oorzwammetje | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Crepidotus subverrucisporus Pilát (1949[1]) | ||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
Het ruwsporig oorzwammetje (Crepidotus subverrucisporus) is een schimmel in de familie Crepidotaceae. Hij leeft saprotroof op dood hout. Hij veroorzaakt witrot op takjes en takken van loofbomen.
Kenmerken
De sporen meten 7-9 × 4,5-6 (Q=1,4 tot 1,7) en zijn ellipsoïde tot amandelvormig, met een diepbruine, sterk wrattige tot ruguleus geornamenteerde wand. De basidiën zijn 20–29(–35) × 6,0–8,5 µm groot, viersporig en voorzien van gespen. De cheilocystiden meten 21–65(–80) × 5,0–12,0 µm en zijn lageniform tot cilindrisch, soms licht gebogen of iets ingesnoerd. De hoedhuid bestaat uit een losse cutis tot trichoderm, plaatselijk met gele celinhoud. De eindcellen zijn 3,0–5,0(–7,0) µm breed, opstijgend en meestal duidelijk smaller dan de overige hyfen; sommige zijn gebogen, spiraalvormig of enkelvoudig vertakt. Er zijn gespen aanwezig op de septen van de hyfen. Aan de hoedrand komen bovendien pileocystiden voor die dezelfde vorm hebben als de cheilocystiden.[2]
Verspreiding
In Nederland komt het ruwsporig oorzwammetje zeer zeldzaam voor.[3]
