Rood oorzwammetje
| Rood oorzwammetje | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Crepidotus cinnabarinus Peck (1895 [1]) | ||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
Het rood oorzwammetje (Crepidotus cinnabarinus) is een schimmel in de familie Crepidotaceae. Hij leeft saprotroof op loofhout.[2]
Kenmerken
Uiterlijke kenmerken
De hoed is fel oranje-rood en heeft een diameter van 2 tot 18 mm. De vorm is meestal convex, schelp- of waaierachtig, met een fijn viltige textuur aan de basis die later droog en kaler wordt. De rand is onregelmatig, vezelig en in het begin naar binnen gekruld. Er is geen steel aanwezig, maar soms is er een pseudosteel. De lamellen zijn lichtbruin met een rood-oranje rand, dicht op elkaar. De sporenprint is lichtbruin. Er is geen annulus (ring) aanwezig.
Microscopische kenmerken
De sporen zijn breed elliptisch tot sub-sferisch, met een fijn stekelig tot wrattig geornamenteerd, met een grootte van 6,7–8,0 × 5,6–6,1 μm (Q=1,16 tot 1,36). De basidia zijn 4-sporig, zonder gespen en meten 20-28 x 5,5-11 μm. De pileipellis (hoedhuid) is voornamelijk opgebouwd als een trichoderm van losjes ineengevlochten tot opgerichte, draadvormige hyfen van 4–8 µm breed. De eindcellen lopen spits toe en zijn vaak vermengd met flesvormige pileocystiden. Het pigment is rood, in KOH oplosbaar en intracellulair aanwezig in de cheilocystiden, de hoedhuid en de steelhuid. Gespen ontbreken.[3]
Verspreiding
In Nederland komt het rood oorzwammetje zeer zeldzaam voor.[2]
